Ds. Roelof Jan  Visser is predikant van de Nederlandse Kerk in Duitsland.

Roel Visser was vaak gast te in de cel bij drugskoeriers: ,,Sommigen zijn er gewoon ingeluisd in de kroeg."

Ds. Roelof Jan Visser is predikant van de Nederlandse Kerk in Duitsland. Foto: Anton Dommerholt

In zijn eerste gemeente, de Evangelisch-altreformierte Kirche in het Duitse Hoogstede, had ds. Roelof Jan Visser soms gedetineerden onder zijn gehoor. Jaren later bezocht hij tientallen Nederlandse gevangenen in Duitsland.

Op een zonovergoten junidag gaat dominee Visser zijn bezoek voor naar de tuin achter zijn vrijstaande woning in het Duitse Uelsen, krap tien kilometer van het Overijsselse Ootmarsum. Zijn in Duitsland geboren vrouw Erika serveert koffie, gebak en sandwiches. Intussen vertelt de emeritus predikant, die op 2 mei vijftig jaar in het ambt stond, dat hij haar in 1964 op Texel ontmoette.


De Koog

Roel Visser, opgegroeid in een gereformeerd gezin in Deventer, deed dat jaar vrijwilligerswerk voor vakantiegangers, vanuit de protestantse kerken op Texel. „In De Schuilhut, een gebouw achter de kerk in De Koog, was een bibliotheek met Duits- en Nederlandstalige boeken. Erika was als kindermeisje van een gezin uit Wiesbaden in De Koog op vakantie en kwam geregeld boeken lenen. Zo is het contact ontstaan. Daar groeide sympathie uit en – na een correspondentie – liefde. We zijn 52 jaar gelukkig getrouwd”, zegt de predikant, zichtbaar ontroerd.

Toen Erika in 1966 als leerling-verpleegster in Nederland aan de slag ging, studeerde Roel theologie in Amsterdam. Een medestudent stelde hem voor aan de Evangelisch-Altreformierte Kirche in Niedersachsen, een klein protestants kerkgenootschap in Noordwest-Duitsland, dat nauwe banden had met de Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN). De gemeente van Hoogstede bracht in 1971 een beroep op kandidaat Visser uit, waarna het echtpaar naar Duitsland vertrok. „Voor mijn vrouw had het niet gehoeven. Zij voelde zich thuis in Nederland. Maar mij trok het toch wel. Noem het roeping.”

In de circa 320 leden tellende gemeente begon Visser Bijbel- en zendingsgroepen die zich op verschillende landen richtten. Eén daarvan was Rusland. Dat leidde tot drie Bijbelsmokkelreizen met gemeenteleden naar dat land, via de organisatie Licht im Osten (Licht in het Oosten).

Ondergrondse kerk

Een bezoek aan de Russische Natasja bleef hem bij. „We ontmoetten haar samen met twee, drie andere leden van de ondergrondse kerk in een grote flat in een achterafstraatje in Moskou. Haar vader was leider van de ondergrondse kerk en zat in de gevangenis. Middenin de nacht speelde Natasja op haar gitaar en zong een gebed waarin ze God vroeg om de vrijlating van haar vader. Onvergetelijk.”

Op initiatief van Visser kwam een Duitse gevangenispredikant in Hoogstede over zijn werk vertellen. Daarna gingen gemeenteleden gedetineerden bezoeken. „Sommige gevangenen kwamen bij ons naar de kerk. Zij werden gehaald en gebracht.”

Vele jaren later kwamen gedetineerden opnieuw in het blikveld van Visser. In 1999 werd hij bevestigd als predikant van de Nederlandse Kerk in Duitsland, met als standplaats Zuid-Duitsland. „In die tijd kreeg Nederland kritiek omdat het zich te weinig om Nederlandse gevangenen in het buitenland zou bekommeren. Zij hadden bezoek nodig. Het Nederlandse consulaat en de reclassering vroegen daarvoor vrijwilligers, onder wie mij. Ik legde elk jaar zo’n honderd bezoeken aan gevangenen af, meestal drugskoeriers. Maar ik herinner me ook een man die een uitsmijter bij een café in Darmstadt had doodgestoken.”


Vrijwilligerswerk

,,Wekelijks kwam ik in een van de tien gevangenissen in mijn regio. Veelal zaten de gevangenen een aantal jaren. Dan zocht ik hen eens in de zes weken op, als ze daar behoefte aan hadden. Ik legde jaarlijks 60.000 kilometer af in het zuiden van Duitsland, zowel voor bezoeken aan gemeenteleden als aan gedetineerden.”

Toen hij aan dit vrijwilligerswerk begon, wist Visser niet goed wat hij kon verwachten. „Ik kende die wereld nauwelijks, maar vond het al snel heel boeiend. Een van de belangrijkste lessen die ik erdoor heb geleerd, is dat ik ontzettend dankbaar mag zijn dat ik in een warm gezin ben opgegroeid. Dat is van onschatbare waarde.”

In de gevangenis hoorde de predikant veel – „soms dramatische” – levensverhalen. „Ik denk aan een man die was opgegroeid op Curaçao. Zijn moeder had relaties met verschillende mannen en liet hem als kind soms op straat overnachten. Overigens ontmoette ik soms ook mensen die wél een goede opvoeding hadden gehad.”

Voorzichtig met oordelen

De predikant leerde eveneens niet te snel te oordelen. ,,Ik merkte hoe sommigen door allerlei omstandigheden op het verkeerde pad terechtgekomen waren. Iemand had bijvoorbeeld schulden. Hij kwam in de kroeg en praatte daarover met de kastelein. Vervolgens zei een andere man in de kroeg tegen hem: ‘Wil je van je schulden af?’ Ja, natuurlijk. ‘Dan moet je dit pakje voor mij over de grens brengen. Het kan geen kwaad.’ Zo werden mensen erin geluisd.”

Tweemaal had Visser contact met een gedetineerde van gereformeerden huize. Anderen waren rooms-katholiek, moslim of noemden zich ongelovig. Hoewel hij niet als predikant voor dit werk was gevraagd, stelde hij zich altijd voor als „dominee Visser.” „Soms kon ik met mensen over geestelijke zaken spreken, maar niet iedereen wilde dat. De Bijbel ging niet vaak open. Wel bad ik soms met gevangenen. Ik was blij dit werk te mogen doen. Gedetineerden in het buitenland zijn vaak eenzaam. De liefde van Jezus en Zijn woord ‘Ik was gevangen, en je hebt me bezocht’, waren mijn drijfveer om naar hen om te zien.”

Vertrouwenspersoon

Meer dan eens vroeg een gedetineerde hem als vertrouwenspersoon een rechtszitting bij te wonen. Tijdens zo’n zitting werd een Nederlander die in voorarrest zat, vrijgesproken. „De rechter vroeg mij of ik hem kende en hem naar het station kon brengen. Dat heb ik gedaan. Hij bleek 30 euro nodig te hebben voor een treinkaartje. Ik heb hem dat geld geleend en hij zou het zeker terugbetalen.” Met een glimlach: „Twaalf jaar later wacht ik daar nog steeds op.”