Schaal uit de zilvercollectie afkomstig uit het Poptaslot. In het midden het wapen van Popta en rondom voorstellingen van de vier werelddelen, met Europa boven, Afrika rechts, Azië beneden en de Amerika's links.

Sporen van slavernij: Koloniaal wereldbeeld opgediend op zilveren schaal uit Poptaslot

Schaal uit de zilvercollectie afkomstig uit het Poptaslot. In het midden het wapen van Popta en rondom voorstellingen van de vier werelddelen, met Europa boven, Afrika rechts, Azië beneden en de Amerika's links. Afbeelding: Fries Museum, Leeuwarden | Bruikleen Voogden Stichting het Dr. H. Popta-Gasthuis, Marsum.

Europa als koningin van de wereld en Afrika als naakte man te midden van wilde dieren: een zeventiende-eeuwse pronkschaal uit het Poptaslot toont een koloniaal wereldbeeld van superioriteit.

Het Poptaslot in Marsum, ook wel Heringastate genoemd, is een van de best bewaarde stinzen van Fryslân. In de zeventiende en achttiende eeuw herbergde het een bijzondere zilvercollectie, zo beschreef conservator Marlies Stoter van het Fries Museum in De zilveren eeuw (2000). De collectie werd later bekend als de Poptaschat. De naam is ontleend aan de gegoede Leeuwarder advocaat Henricus Popta (1635-1712) die het slot in 1687 met de inboedel, inclusief het zilver, kocht uit de erfenis van Anna van Eysinga (1633-1676).

Zij had in 1670 opdracht gegeven aan de Friese zilversmeden Rintje Jans en Nicolaas Mensma om een aantal zilveren objecten te vervaardigen. Wanneer het zilverwerk niet in gebruik was, stond het te pronk in ‘het sael’, het belangrijkste vertrek van de Heringastate, waar de jonkvrouw haar welstand toonde. Henricus Popta volgde in de voetsporen van zijn adellijke voorgangster: het pronkzilver werd voorzien van zijn eigen wapen en opnieuw uitgestald in een antieke kast. Na zijn dood kwam het in het bezit van het door Popta in 1711 vlakbij het slot gestichte Arme Vrouwengasthuis, waar de voogden er nog een keer per jaar gebruik van maakten. Een eeuw later werd de schat in bruikleen gegeven aan het Fries Museum, waar de collectie als museaal object kan worden bezichtigd.

Eén voorwerp uit de zilveren Poptaschat vraagt onze bijzondere aandacht: een kleine schotel, gemaakt door Rintje Jans, met het wapen van Popta in het midden en voorstellingen van de vier werelddelen Europa, Azië, Amerika en Afrika op de rand. Het was destijds een populair genre, want Jans zou nog twee soortgelijke schotels voor Friese opdrachtgevers maken. Marlies Stoter ontdekte dat de afbeelding van de vier werelddelen is geënt op het prentwerk van Hubertus Quellinus uit circa 1663. Dat was de basis voor het timpaan van het Amsterdamse Stadhuis, nu het Koninklijk Paleis Amsterdam. De illustraties laten zien hoe in de Republiek der Nederlanden ten tijde van de koloniale expansie naar de rest van de wereld werd gekeken.

Naakte zwarte man

Afrika wordt verbeeld als een naakte zwarte man met een simpele zonnehoed tussen exotische dieren en woeste natuur. De beide Amerika’s worden gesymboliseerd door schaars geklede indianen met veren op het hoofd en omringd door een uitbundige flora en fauna. Azië zien we terug in een goed geklede man met een tulband in het gezelschap van twee kinderen, die de rijkdommen van het continent dragen: de jongen heeft een kistje met specerijen bij zich en het meisje een bos tulpen, verwijzend naar de tulpenhandel met Turkije. De vrouw die symbool staat voor het Europese continent is gehuld in weelderige kledij en gekroond tot koningin van de wereld. Naast de kroon verwijzen de stieren en het witte strijdros naar haar superioriteit.

De illustraties op de schotel tonen het dominante Europese wereldbeeld in de zeventiende eeuw, met een duidelijke hiërarchie. Europa staat op de hoogste trede van beschaving, gevolgd door Azië. De beide Amerika’s, die toen nog als één gezien werden, bekleden de derde plek in de rangorde, terwijl het ‘wilde’ Afrika de laagste plaats toegewezen krijgt. In de Republiek zag men zich dus graag als de vertegenwoordigers van een hogere beschaving, en dat rechtvaardigde de heerschappij over de rest van de wereld. En dan bij hoge uitzondering in huize Popta te mogen eten van zó’n schaal – welk een superieur genoegen.


Barbara Henkes is historicus aan de Rijksuniversiteit Groningen. Melissa Steenhuis is student geschiedenis. In een serie besteedt het Friesch Dagblad wekelijks aandacht aan kolonialisme en slavernij in het Friese verleden en wat daarvan nog te zien is