Dit artikel is vandaag gratis

Stekelvarken wordt een roerdomp: er zijn zes 'nieuwe' dieren gekomen in de vernieuwde Bijbelvertaling NBV21

De kerkuil. Foto: Wikimedia Commons

In de NBV21, de vernieuwde Bijbelvertaling die woensdag verschijnt, komen zes nieuwe dieren voor die niet in de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) uit 2004 worden genoemd. Waar komen die dieren opeens vandaan?

Na de publicatie van de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) in 2004 kwamen bij het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap (NBG) duizenden brieven binnen, over allerlei onderwerpen. Sommige gingen over de dieren die in de NBV werden genoemd: bepaalde dieren uit de NBV kwamen helemaal niet in Bijbelse streken voor. Het ging daarbij vooral om vogels.

Samen met vogelaars is afgelopen jaren gezocht naar betere vertalingen. Dit zijn de zes ‘nieuwe’ dieren die voorkomen in de NBV21: vijf vogels een een viervoeter. Lees hier de reportage over het drukken van de nieuwe Bijbelvertaling.

1. Aalscholver in plaats van visuil

In Leviticus 11:17 en Deuteronomium 14:17 staat in de Nieuwe Bijbelvertaling dat de Israëlieten onder andere geen visuil mogen eten. De visuil is een Aziatische vogelsoort die niet in Israël voorkwam. Een breder gedragen keuze is ‘aalscholver’, omdat het Hebreeuws hier lijkt te wijzen op een vogel die duikt.

2. Monniksgier vervangt zwarte gier

Volgens de NBV-vertaling van Leviticus 11:13 en Deuteronomium 14:12 mogen de Israëlieten geen zwarte gier eten. Maar deze vogel is Noord-Amerikaans en zal je dus niet in Bijbelse streken tegenkomen. Het ligt meer voor de hand dat het om de monniksgier gaat, die wél voorkomt in het Bijbelse gebied.

3. Zwarte wouw is toegevoegd

In Deuteronomium 14:13 (NBV) staat de rode wouw in het rijtje van vogels die je niet mag eten. Maar in het Hebreeuws staan twéé soorten vogels genoemd. Die Hebreeuwse woorden slaan waarschijnlijk op min of meer dezelfde vogel. Omdat ook de zwarte wouw in Israël voorkomt, heeft het NBG ervoor gekozen om in de NBV21 te vertalen: ‘de rode en de zwarte wouw’.

4. De kippoor is geen stekelvarken, maar een roerdomp

In Jesaja 14:23, 34:11 en Sefanja 2:14 is er sprake van een kippoor die zich in verwoeste steden zoals Nineve zal ophouden. Om welk dier gaat het hier? De NBV heeft ‘stekelvarken’. Die vertaling heeft oude papieren. Toch is het volgens het NBG waarschijnlijker dat het om een vogel gaat, omdat het woord naast een andere vogel staat: de uil.

‘De uil is een vogel die in de droge woestijn voorkomt. De kippoor hoort juist bij het moeras. Met andere woorden: deze twee vogels staan voor de vogels van de hele wildernis, van moeras tot woestijn’, schrijft Cor Hoogerwerf, specialist vertalen & exegese Nieuwe Testament bij het NBG en medewerker aan de NBV21 op de website van de nieuwe vertaling . ‘Een oude vertaling heeft hier ‘roerdomp’, en dat is een goede keuze bij een dier dat in moerassen leeft.’ In de NBV21 keert daarom de roerdomp terug.

5. Katuil wordt kerkuil

In de rij vogels die volgens de NBV (in Leviticus 11:18 en Deuteronomium 14:16) niet gegeten mogen worden staat de katuil. Dat is een minder bekende naam voor de kerkuil. In de NBV21 komt er ‘kerkuil’ te staan. Strikt genomen is dit niet een nieuw dier, maar een betere naam voor dezelfde vogel.

6. Naast kamelen lopen nu ook dromedarissen

Het NBG kreeg reacties over kamelen in de Bijbel; volgens sommige lezers zou het voor Israël aannemelijk zijn dat het om de dromedaris (eenbulter) gaat en niet om de kameel (tweebulter). Het NBG heeft dat uitgezocht en beide dieren blijken bekend te zijn geweest in Bijbels Israël. Hoogerwerf: ‘Daarom blijven de meeste kamelen gewoon kamelen in de NBV21. Want in het Nederlands kun je met ‘kamelen’ beide diersoorten aanduiden.’

Maar in een paar passages in de Bijbel gaat het zeker over dromedarissen. Bijvoorbeeld in Rechters 6-8, waar de Midjanieten op snelle dieren uit de woestijn komen, of bij de karavaan die de koningin van Seba bij zich had. ‘Omdat we hier exacter kunnen zijn, hebben we op deze plaatsen gekozen voor de vertaling dromedaris.’

Nieuws

Meest gelezen