Teunard van der Linden kreeg een boek over hardwerkende dijkwerkers en de 'memmepolders'. Plus: hoe je als dominee kan genieten van je eigen broedende krielhen | Column

Dominee Teunard van der Linden kreeg bij een pastoraal huisbezoek een boek over het dijkwezen en de ‘memmepolders’ in de hand gedrukt. Het opende voor hem een nieuwe wereld.

De Stenen man is een standbeeld dat in het jaar 1576 in Harlingen is geplaatst op de Westerzeedijk.

De Stenen man is een standbeeld dat in het jaar 1576 in Harlingen is geplaatst op de Westerzeedijk. Foto: Wikipedia

Het fraaie boek dat ik onlangs kreeg, gaat over de geschiedenis van het dijkwezen, van de binnendijkse ‘memmepolders’ tot de nieuwe Deltawerken. De dijken dienen ter bescherming van het kwetsbare leven: de zachte kern van mens en dier, akkers, woningen en boerderijen.

Zware arbeid

Er is eeuwenlang veel zware arbeid in de dijken gestoken. Je snapt ineens de uitdrukking ‘eten als een dijkwerker’. Het waren vooral de Friezen zelf die de strijd tegen het water aangingen, door stormvloeden en massale overstromingen gedwongen. Eens dreven tien grafkisten uit Gaast voor de poorten van Sneek…

Er waren talrijke tegenslagen. Zo vrat de paalworm zich op gezette tijden massaal door de houtwerken voor de kust heen, die men pas in twintigste eeuw definitief bekleedde met basalt.

De zonde

In het boek staat een foto van een totaal door paalwormen aangetaste steigerpaal bij Kornwerderzand in 1930; een paal die er pas twee jaar stond. Ik moest bij de aanblik ervan aan de zonde denken: de macht die een mensenleven van binnenuit kan slopen. Brr. Een tweetal schoolmeesters kwam op het idee stenen voor de paalwerken te plaatsten, om de paalworm op afstand te houden en uitholling van de bodem tegen te gaan. Een briljant idee.

De befaamde dijkgraaf Carel Georg graaf van Wassenaer Twickel, wiens naam in geen enkel vakje past, experimenteerde naar lieve lust met steenglooiingen (een mooi woord voor galgje) op het talud. Hij zorgde er ook persoonlijk voor dat de Stenen Man weer op de dijk verscheen, in 1774. Nooit geweten trouwens dat de Stenen Man sinds 1899 een dubbele bronzen kop voert. Je moet af en toe een beetje smokkelen.

Krielhennen

Zo hebben wij, over het zachte leven gesproken, van de week onze twee krielhennen, bij afwezigheid van een haan, op broedeieren uit de provincie gezet. Prachtspul uit Gorredijk en Sint Annaparochie, uit hokken met meerdere hanen. Dus weet je niet wat het wordt. Mogelijk een stel gekrulde cichonkrieltjes, die je op het eerste gezicht zou verwarren met een schoonmaakmop. Wat een vreemde veren! Maar het vreemde trekt.

We gingen voor de gladde variant, maar (de) eieren verklappen niets aan de buitenkant. Het kan ook maar zo op een overtal aan haantjes uitlopen. We gaan het beleven! We hebben het er al over gehad om het hele spul mee op vakantie te nemen. We blijven verder in eigen land. Nawee van de coronatijd.

Flinke uitdaging

Ook hier is wat gesmokkeld, moet ik tot slot bekennen. Onze tweede hen was niet broeds, maar zag zich, na thuiskomst van onze strooptocht, in het nachtelijk donker op een vacant warm nest geplaatst. En nam de uitdaging aan! Hormonen… Is het plots broedstil in de pastorietuin. Een late lente, met dubbele bezetting. Hoe mooi wil je het hebben?

We hebben vijftien eieren onder de hen liggen. Zo! Een kwetsbaar bezit en een flinke uitdaging, opwindend als het leven achter de dijken zelf.

Teunard van der Linden is predikant in Harlingen en Midlum en schrijft tweewekelijks een column voor het Friesch Dagblad