Theoloog Johannes Marie de Jong zette Eginhard Meijering op het juiste spoor

Welk boek had zo’n grote invloed dat het bepalend werd voor je denken? Daarover schrijven verschillende theologen. Vandaag: Eginhard Meijering over het werk van J.M. de Jong.

Kerygma.

Kerygma. Foto: FD

In de jaren vijftig hoorde ik hem met enige regelmaat in de op Kerk en Wereld gehouden kerkdiensten preken: Johannes Marie de Jong (1911-1968), conrector van het Hervormde Seminarie te Driebergen.

Je wist niet meer van hem dan dat hij zich vrijzinnig noemde, en dan was je een beetje verbaasd over wat hij zei. Hij week inhoudelijk niet erg af van bijvoorbeeld Berkhof en Pop. Hij zei het allemaal iets anders, maar het kwam uiteindelijk toch op hetzelfde neer. De verschillen in de kerk waren kennelijk niet zo groot als de grote variëteit van bladen, van het vrijzinnige Kerk en Wereld tot De waarheidsvriend van de Gereformeerde Bond ons op het hervormd opleidingscentrum Nieuw Ruimzicht in Doorn deed geloven. Liepen deze bladen soms achter bij de ontwikkeling naar eenheid in de kerk?

De Jongs theologie

In Leiden maakte ik op een gegeven moment kennis met De Jongs theologie. Je werd daar geconfronteerd met een grote verscheidenheid van meningen. Berustte het christelijke geloof op achterhaalde mythologische voorstellingen? Was het juist verstandig om je maar globaal te blijven aansluiten bij de rijkdom van de christelijk traditie? Stond wat men in de christelijke kerk altijd had beweerd haaks op wat we, als we de Bijbel historisch-kritisch durven te lezen, daarin kunnen ontdekken, of gingen veel kritische onderzoekers te ver en viel het allemaal wel mee?

Wie zou je in deze verwarring op een goed spoor kunnen zetten? Ik kocht De Jongs proefschrift Kerygma. Een onderzoek naar de vooronderstellingen van de theologie van Rudolf Bultmann . Bultmann gold als iemand die alle waarheden van het geloof ‘loochende’. Zou De Jong kunnen bewijzen dat hij ongelijk had? Ik las het snel. Wat zei hij over de godheid en de opstanding van Christus?

Je was redelijk gerustgesteld: de godheid van Christus moest niet aan zijn wonderen worden afgelezen, maar in zijn lijden aan het kruis worden gelóófd. Als je in Christus’ opstanding als het grote Godswonder gelooft, dan maakt het een wat overbodige indruk om van de verhalen over de ontmoetingen met de Opgestane historisch nog te willen redden wat er te redden valt.

Doorvragen en zoeken

Maar wat had je hieraan? Was er nu één autoriteit meer die ‘ja’ in plaats van ‘nee’ zei? Wat meer gevorderd in de studie nam ik het boek weer ter hand en las toen, dat het pas zin heeft om op iemand kritiek te leveren als men eerst met hem solidair is geweest, dat betekent: heeft gezien dat zijn vragen ook jouw vragen zijn, en dat je geen genoegen neemt met simplistische antwoorden. We blijven doorvragen en zoeken, maar niet in het algemeen, maar in een heel speciale hoek: wat betekent het dat God in Jezus op de beslissende manier tot ons komt?

Als predikant sloeg ik het boek en andere publicaties van hem telkens weer open, in de hoop treffende formuleringen te vinden waar je iets mee kon in je preken. Ik ontdekte dat hij een consistente denker was. Niet consistent in de zin dat hij star bleef vasthouden aan eenmaal ingenomen standpunten, maar in de zin dat hij op zijn spoor bleef doorvragen.

Een eyeopener

Zijn lange artikel over de opstanding van Christus in de bundel Geloof en natuurwetenschap deel 2 bracht geen verandering in zijn visie op het Paasevangelie, maar was voor mij wel een eyeopener. Hij stelde zijn beslissende vraag op een niet gangbare manier. Hij vroeg niet of het nodig is de lichamelijke opstanding inclusief het lege graf als een onmisbare waarheid te ‘handhaven’, maar of het nodig is om ons te beroven van de vreugde dat Gods heilshandelen ook onze lichamelijke werkelijkheid omvat. Die laatste vraag beantwoordt hij met een duidelijk: nee!

Zo’n twintig jaar geleden liet een Nederlandse topwetenschapper mij weten nooit veel in De Jong te hebben gezien als theoloog en diens proefschrift onbegrepen terzijde te hebben gelegd. In eerste instantie deed het me pijn dit te lezen, maar daarna dacht ik: ‘Wellicht heb je wetenschappelijk gezien gelijk, al lijkt me dat niet waarschijnlijk, maar dat verandert niets aan het feit dat hij mij op een zinvol spoor heeft gezet.’

De Waarheid van God moet ons iets doen

Wat iemand voor je betekent, dat wordt je in de loop der jaren duidelijk, en dat ligt niet op het vlak waarop wij bewijzen of weerleggen. Als theologen moeten we onze natuurlijke neiging om de waarheid uitsluitend via redeneringen op het spoor te komen zien te bedwingen. De Waarheid van God moet ons iets doen.

Als iemand die veel weet zo kan schrijven dat hij niet alleen dingen zegt waar wij het mee eens zijn of niet mee eens zijn, maar dat hij onze ogen opent voor het feit dat het om de vreugde gaat, die we aan Gods handelen mogen beleven, dan is dat een verrijking van je bestaan waarvoor je je leven lang dankbaar blijft.

Eginhard Meijering is theoloog en emeritus predikant. Dit jaar verscheen zijn boek Over Jezus. Twaalf overdenkingen