De toekomst van de kerk is niet per se somber, maar misschien moeten we wel eerst door een dal, betoogt Tim Vreugdenhil | Recensie

De coronacrisis betekent veel voor de kerken, hoor je nogal eens. Dat is vaak niet zo positief bedoeld: het gemeenschapsbesef is minder geworden, leden zullen afhaken. Toch is somberheid niet het antwoord op de crisis, vindt Tim Vreugdenhil. Hij pleit voor openheid voor het nieuwe.

Tim Vreugdenhil.

Tim Vreugdenhil. Foto: KokBoekencentrum Uitgevers

Denken over de toekomst van de kerk hoeft zeker niet somber te zijn, betoogt Tim Vreugdenhil in zijn nieuwe boek Opener dan ooit . Vreugdenhil is predikant in Amsterdam, hij experimenteert met nieuwe kerkvormen en zoekt naar kansen buiten de bekende paden.

We kennen hem van Stand-up theology , een boek van een paar jaar terug, waarin hij de Bijbel en de hedendaagse cultuur met elkaar in gesprek brengt. Hij laat zich daarin kennen als een warm pleitbezorger van het christelijk geloof, en zijn zoektocht met kerkvormen in Amsterdam is daarvan een uitdrukking.

In het nieuwe boek wil Vreugdenhil in de toekomst kijken: hij ontwaart tendensen, en legt vervolgens uit wat de kerk daarmee zou kunnen. Een wervend en prikkelend boekje is het geworden, dat ook zijn bron heeft in Vreugdenhils eigen verlegenheid. Hij spreekt over zijn eigen ‘zelfgeknutselde vorm van kerklidmaatschap’: hij lijkt zichzelf steeds minder goed thuis te voelen in traditionele kerkpatronen, maar blijft wel betrokken.

Cola-reclame

Het idee van ‘openheid’, uit de boektitel, heeft Vreugdenhil van een Coca Cola-reclame. Hij las de slogan ‘Open like never before’, en dat trof hem: ‘Open als nooit tevoren’. Zou dit ook niet voor de kerk moeten gelden? Vreugdenhil betoogt dat de kerk open moet zijn voor nieuwe ontwikkelingen, voor nieuwe vormen, voor andere routes in het landschap van de eenentwintigste eeuw.

Om deze openheid theologisch grond onder de voeten te geven, wijst hij naar Jezus, bij wie je openheid voor melaatsen ziet: de paria’s van de toenmalige samenleving. Dat Jezus met deze openheid optrad en die ook verkondigde, was echt een trendbreuk voor de toenmalige religieuze orde.

En dan is er ook nog de ‘voorhang’ in de tempel, een dik gordijn dat het ‘heilige der heiligen’ afschermde. Dat scheurde na Jezus’ kruisdood dwars doormidden, volgens de evangelisten. Openheid ten top, concludeert Vreugdenhil. Als radicale openheid kenmerkend is voor God, dan toch ook voor de kerk? Wees niet bang te veranderen, aldus Vreugdenhil, maar neem deel aan de creativiteit van God, die vernieuwingsgezind is.

Crisis in het Europese christendom

Maar voordat we naar een nieuwe top kunnen klimmen, moet er eerst een dal doorkruist worden. Werken in de kerk en nadenken over de toekomst, is geen padvinderij. Vreugdenhil verwijst naar de religieuze schrijver Tomas Halík, die de huidige tijd voor de kerk als een periode van duisternis omschrijft. Natuurlijk is het Europese christendom er nog, maar het is wel in grote crisis. Mensen keren zich massaal van de kerk af, ook in Nederland.

De les die Vreugdenhil hieruit trekt: je moet je echt realiseren hoe somber het eruit ziet, want dat maakt je creatief. We zich inbeeldt dat we straks helemaal geen kerken meer hebben, kan gaan nadenken over de vraag: wat missen we dan eigenlijk? En hoe zou je op een andere manier aan die blijvende behoefte tegemoet kunnen komen?

Zielsarmoede

Vreugdenhil wil zijn lezers aan het denken zetten. Hij reikt geen uitgewerkte ideeën aan die we nodig hebben, maar hij schetst wel grondlijnen die het overwegen waard zijn. Zo constateert hij dat de samenleving van vandaag lijdt aan ‘zielsarmoede’. Dat woord klinkt meteen heel kerkelijk, maar hij komt het tegen in het seculiere gesprek. Er is gemis aan een spiritueel levensbesef, dat verbindt, grond onder de voeten geeft en je een connectie geeft met een groter verhaal.

En precies hier, zegt Vreugdenhil, liggen ‘glorieuze mogelijkheden voor de kerk’. Dat geldt ook voor andere thema’s, die bewust of halfbewust aan te treffen zijn in de cultuur van vandaag: verlangen naar stilte, het verlangen om te dienen, een verlangen naar zeggingskracht en naar ‘lange adem’. De kerk zou zich meer op dergelijke, onderhuidse thema’s moeten richten, vindt Vreugdenhil, juist ook omdat er op dit punt een eigen geluid kan klinken vanuit het christelijk geloof.

Kloof overbruggen

De wil om kerken te veranderen, is natuurlijk niet nieuw. Vooral protestanten zijn er goed in om steeds naar nieuwe wegen te zoeken. Dat kan ook een miskenning zijn van wat de kerk gewoonweg al is. Het valt op, bij alle openheid die Vreugdenhil bepleit, dat hij met zijn veranderingsgezinde focus toch dicht blijft bij wat allang tot de kern van het kerk-zijn behoort, zoals dienen, gemeenschapsbesef en stilte.

En dat wil hij in zekere zin ook, mikken op die kernwaarden, zoals wel blijkt uit zijn schatplichtigheid aan Tim Keller, Tom Wright en Tomas Halík. Maar de kloof naar de mensen van onze tijd moet overbrugd worden, daar zit Vreugdenhils missie. En die ‘mensen van onze tijd’, dat zijn wij ook zelf: in de kerk, online of zappend. Voor de vragen die hiermee gemoeid zijn vraagt Vreugdenhil terecht bezinning. En constructief als hij is, heeft hij zelf veel te bieden dat de discussie zal verrijken.

Opener dan ooit. Nieuwe kansen voor kerken . Tim Vreugdenhil. KokBoekencentrum. 16,99 euro