Priester Tish Warren ging door een diep dal: ‘Het leven is vol beproeving’. Teksten van een oud gebed hielpen haar.

Bidden is geen simpel klusje. Waar haal je de juiste woorden vandaan, hoe vind je concentratie? Tish Warren, anglicaans priester, wijst in haar boek Bidden in de nacht op de gebeden van de kerk, die ons het ‘ambacht van bidden’ leren.

Tish Warren, van haar is nu een tweede boek in het Nederlands verschenen.

Tish Warren, van haar is nu een tweede boek in het Nederlands verschenen. Foto: FD

Bidden in de nacht is al het tweede boek van Tish Warren in het Nederlands. Een paar jaar terug verscheen haar Liturgie van het alledaagse , waarin zij een verrassend eigen geluid liet horen. Geloof en dagelijks leven betrok zij nauw op elkaar, op een persoonlijke manier, die voor veel lezers verfrissend was. Het boek beleefde enkele herdrukken.

Book of Common Prayer

Nu is er dus haar tweede boek, over het gebed. Opnieuw komt ze dichtbij wat zich concreet afspeelt in mensenlevens, en dat doet ze door dichtbij haar eigen levenservaringen te blijven. Maar uiteindelijk is niet leidend wat zij heeft beleefd. Dat geldt wel voor haar theologische overtuiging, die hier zijn uitdrukking vindt in een gebed uit de completen: de anglicaanse liturgie voor de nachtelijke gebeden, te vinden in het aloude Book of Common Prayer.

Dit gebed is voorin het boek te vinden. ‘Waak lieve Heer, over wie werken, waken of wenen vannacht’, zo begint het, om na zeven gebeden af te sluiten met ‘en dat alles omwille van uw liefde. Amen’. In de dertien hoofdstukken van haar boek bespreekt Warren de afzonderlijke elementen van dit gebed.

Als je Tish Warren met iemand moet vergelijken, zou je kunnen denken aan Henri Nouwen. Net als Nouwen staat zij dicht bij mensen, en geeft woorden aan wat we voelen, waar we bang voor zijn, wat ons verbijstert en hoop geeft. Zij is daarin heel sensitief, op een manier die voor sommige lezers iets te dicht in de buurt van het sentimentele zal liggen. Maar zo hoef je haar ‘beschouwingen’ in dit boek zeker niet op te vatten, vooral omdat zij voluit de aardse realiteit ter sprake brengt, met de scheuren en barsten in mensenlevens. Klagen en ‘wenen’ zijn kernwoorden in haar beschouwingen, naast ‘waken’ en ‘werken’.

‘Het is altijd kruis en opstanding’

Het leven met God is wat Warren betreft geen route voor succes en overwinning. ‘God houdt zielsveel van ons en wil ons vreugde en bloei geven,’ schrijft ze ergens, ‘maar dat gaat niet buiten een kruis om. Gods liefde wordt weerkaatst door het kruis, waardoor het vaak zo moeilijk te zien of te herkennen is’.

En elders in het boek valt te lezen: ‘Het leven is vol beproeving, en de weg van Jezus is zwaar.’ Toch gaat het daarbij, ten diepste, om ‘overvloedig leven’, zegt Warren: dat heeft God met ons op het oog. Maar wie de route met Jezus volgt, zal ervaren: ‘Het is altijd kruis en opstanding.’

Zelf maakte Warren in 2017 een jaar van diep verdriet door. En daar ligt ook de geboorte van dit boek. Op een cruciaal moment in het ziekenhuis, terwijl haar leven onzeker was, greep Warren naar de gebedsliturgie van de completen. ‘Dit moment van crisis’, schrijft ze, ‘moest zijn plek vinden in iets groters: de gebeden van de kerk, ja, maar nog meer, het weidse mysterie van God, de zekerheid van Gods kracht, de geruststelling van Gods goedheid.’

Hoe persoonlijk dit moment ook was, hier werd tegelijk een keuze gemaakt met theologisch gewicht. Geloof is niet de uitdrukking van iets wat ikzelf ervaar, ergens in mijn binnenste, maar wat mij wordt aangereikt door de traditie. Warren: bidden is ‘een overgeleverde manier van God benaderen.’

Nut van gebeden

Over het nut van gebeden die je eenvoudig kunt meebidden, zegt ze rake dingen. Een vriendin van haar ging mee naar de anglicaanse kerk, waarin liturgische gebeden een belangrijke plek innemen. De vriendin vond dit teleurstellend, omdat dit ‘gebeden van anderen’ zijn. ‘Ze had het gevoel dat gebed een originele uitdrukking van iemands eigen gedachten, gevoelens en noden zou moeten zijn.’ Maar als het leven vordert, stelt Warren, zal ons geloof toe- en afnemen, het fluctueert, het is dichtbij en dan weer ver weg. En daarom: ‘Geërfde gebeden en praktijken van de kerk verbinden ons aan het geloof, veel zekerder dan ons eigen weifelende perspectief of onze zelfexpressie.’

Hoewel het boek van Warren niet alleen over de kwetsbaarheid van het leven gaat, is het lijden wel prominent aanwezig. Er is veel geschreven over het probleem van het lijden, en vaak draait het daarin om de vraag hoe een goede God lijden kan toestaan. Is Hij dan niet almachtig en liefdevol?

Geen bovennatuurlijke oplossing

Warren stelt dat deze kwellende vragen meteen verdampen, als je afziet van geloof in Gods goedheid. Maar is dat een oplossing? Dan mis je ook ‘iedere bevrijdende betekenis’ die lijden kan hebben. Niet dat je op een briefje kunt noteren wat het aan goeds oplevert. Als rationele vraag valt het probleem van het lijden niet op te lossen, welke zinnige ‘antwoorden’ er ook op tafel komen.

Warren sluit zich aan bij Flannery O’Connor, een Amerikaanse schrijfster die in 1964 op negendertigjarige leeftijd stierf na een langdurige, slopende ziekte: het menselijke lijden is geen ‘probleem dat opgelost kan worden, maar een mysterie dat verdragen moet worden.’ En van de Franse filosofe Simone Weil (1909-1943) leert Warren: ‘De uitzonderlijke grootheid van het christendom ligt in het feit dat het geen bovennatuurlijke oplossing zoekt voor het lijden, maar een bovennatuurlijke bestemming ervoor.’

Dit tweede boek van Tish Warren verdient lezers. Herkenbaarheid en diepgang zijn de grote kwaliteiten van wat zij hier beschrijft en bespreekt. Het spectrum van wat zij ter sprake brengt is breed, en daarom overtuigend: van duisternis tot hoop en licht, van innerlijke chaos tot de rustgevende ervaring in te kunnen stemmen met de cadans van een eeuwenoud gebed.

* Bidden in de nacht. Voor wie werken, waken en wenen. Tish Warren. Vertaald door Monica van Bezooijen. Van Wijnen, 19,95 euro