Dit artikel is vandaag gratis

Twintig jaar een zaad gezaaid in de harten van Afghaanse jongeren en vrouwen, daarom zijn we niet moedeloos | Theologenblog

Eric Peels. Foto: TUA/Melle Rozema

De bliksemsnelle machtswisseling in Afghanistan heeft iedereen verbijsterd. Terwijl de haastige en soms wanhopige evacuatieoperaties nog voortgaan, zindert door de internationale pers de taal van machteloosheid en moedeloosheid.

Twintig jaar lang investeren van miljarden aan hulpverlening en trainingsmissies - tevergeefs. De gefrustreerde hoop op de opbouw van een samenleving waarin individuele vrijheid, mensenrechten in het algemeen en vrouwenrechten in het bijzonder gerespecteerd worden. Maar de Bijbel leert hop te houden.

Zoveel energie, zoveel inzet, zoveel opoffering van mensenlevens - en dan in een paar dagen tijd alles ‘terug bij af’, naar het lijkt. In de brief die minister Bijleveld en Commandant der Strijdkrachten Eichelsheim aan Defensiemedewekers schreven, worden de emoties benoemd: ongeloof, moedeloosheid, woede, verdriet. Zeker bij veteranen komt dit allemaal hard binnen, en al helemaal bij de families van gesneuvelden.

Welke fouten zijn gemaakt?

Het woord ‘moedeloos’ keert in de reacties voortdurend weer. Waar was het allemaal goed voor, is dit niet zinloos geweest? Zelfreflectie komt op gang: welke fouten zijn gemaakt? Bommen vielen soms op verkeerde plaatsen. Er zijn mogelijk wel rechtvaardige oorlogen, maar geen onschuldige legers. En was het niet te optimistisch of zelfs arrogant om een westers model van democratie te willen laten landen in een samenleving die zo geheel anders gestructureerd is dan de onze?

Het Westen is een illusie armer en een schuldgevoel rijker. Van de weeromstuit kunnen cynisme en onverschilligheid toeslaan: dit nooit meer, ze zoeken het ginds maar uit. In de ban van de moedeloosheid klinken zelfs pleidooien voor een definitief afscheid van elke vorm van humanitair interventionisme.

Tegen de geest van de moedeloosheid

De Bijbel bevat een compleet boek dat zich tegen de geest van de moedeloosheid keert: het boek Kronieken. Dit boek is geschreven ergens rondom het jaar 400 v.Chr. Dat was een tijd, dat moedeloosheid en cynisme zomaar konden toeslaan in Israël.

Anderhalve eeuw na de terugkeer uit de Babylonische ballingschap was van hooggespannen verwachtingen over de wederopbouw van het land, de stad Jeruzalem en de tempel van God weinig overgebleven. Juda was en bleef een kleine achteraf-provincie in het onmetelijke Perzische wereldrijk. Het koningschap over Israël was niet hersteld. En van de profetie dat Sion het centrum van de wereld zou worden (Jes. 60) was al helemaal niets terechtgekomen.

Misoogsten, corruptie, zedeloosheid, geweld en dreiging bepaalden het leven van alledag. De muren zijn hersteld, maar de geschiedenis van God lijkt als een nachtkaars uit te gaan. Dit is de achtergrond van het boek Kronieken.

Kronieken biedt een hervertelling van de geschiedenis van Juda, vanuit een heel eigen perspectief op de werkelijkheid. Een opvallend accent daarin is dat van de vreugde. Vele malen meer dan in zijn bronnen Samuël en Koningen, gebruikt de schrijver van Kronieken termen voor vreugde. Soms verandert hij hierbij rustig de door hem gebruikte bronnen. In 1 Kronieken 16 wordt beschreven hoe de ark wordt overgebracht naar Jeruzalem, waarbij David de Asafieten opdracht geeft God te loven. Dit doen zij met een lied dat wij kennen als Psalm 96. Waar deze psalm zingt over ‘sterkte en glorie’ in Gods heiligdom heeft de geciteerde tekst in Kronieken ‘sterkte en vreugde’ (vs 27).

Ook in het citaat uit Psalm 132, zoals dat in 2 Kronieken 6 wordt opgenomen, duikt opeens het woord ‘vreugde’ op (vs 41). Sprekend is het relaas van de Paschaviering onder koning Hizkia in 2 Kronieken 30, met een crescendo van vreugde in de slotverzen. Door het hele boek Kronieken heen staat de schijnwerper steeds weer op dit element van de vreugde. Kronieken zet de hele geschiedenis in een bemoedigend licht om het moedeloze volk een hart onder de riem te steken. Nee, het is niet een en al misère, einde verhaal. Zie naar het zaad dat gezaaid is in het verleden. De koning op de troon van God over Israël, de tempel waar de lofzang klinkt, doortrokken van een grote vreugde: alles predikt dat God het werk van zijn handen niet laat varen.

De taal van de hoop

Moedeloosheid is een slechte gids. De Bijbel wil ons behoeden voor de taal van machteloosheid en cynisme, en leert ons de taal van de hoop. Niet om wat we hier en nu kunnen meemaken, met alle ontreddering van dien, maar om het spoor dat God in de geschiedenis heeft getrokken, zelfs via een kruis, richting zijn toekomst. Dat geeft een heel eigen perspectief op de werkelijkheid.

Door de breukvlakken van de geschiedenis heen doet Hij zijn Rijk komen. Ook in Afghanistan. Daar is in twintig jaar een zaad gezaaid in de harten van Afghaanse jongeren en vrouwen, waar ook de Taliban niet zomaar bij kan. Niemand weet hoe dat zaad zich zal ontwikkelen. Daarom zijn we niet moedeloos, maar volhardend in het gebed. Het gebed dat God het zaad van gerechtigheid en vrede zal doen ontkiemen, en voor zijn weg met deze wereld gebruiken zal.

Eric Peels is hoogleraar Oude Testament aan de Theologische Universiteit Apeldoorn. Hij schrijft deze blog als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen.