Van Ruler zet het scherp neer: het gaat allereerst om God, niet om de mens

Een nieuw deel van het ‘Verzameld Werk’ van de theoloog A.A. van Ruler wordt vanavond gepresenteerd. Hierin staat de kerk centraal: prediking, sacramenten en liturgie - thema’s die ons terugbrengen naar wat in de kerk op het spel staat.

Hans Schaeffer: ,,Je leert van Van Ruler: zonder existentiële vragen als ‘waar is heil te vinden?’ en ‘hebben we wel heil nodig?’ gaat het niet in de theologie.

Hans Schaeffer: ,,Je leert van Van Ruler: zonder existentiële vragen als ‘waar is heil te vinden?’ en ‘hebben we wel heil nodig?’ gaat het niet in de theologie. Foto: Ruud Ploeg

Sommige theologen blijven actueel. Bijvoorbeeld de bekende Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer, die een snaar wist te raken die ook vandaag nog heel eigentijds klinkt. Bij A.A. van Ruler (1908-1970) is iets vergelijkbaars aan de hand, hoewel zijn erfenis in een iets kleinere kring doorwerkt.

Wat Hans Schaeffer (1970) betreft, hoogleraar praktische theologie aan de TU Kampen, zou Van Ruler best breder gelezen mogen worden: ,,Zijn werk blijft vitaal en actueel, en daagt ons uit.”

Combinatie van vreugde en ernst

Al heel lang heeft Van Ruler zijn belangstelling, vertelt Schaeffer, die vanavond tijdens de online boek-presentatie het woord zal voeren. ,,Dit begon voor mij met zijn meditaties, zoals die verzameld zijn in boeken als Blij zijn als kinderen en Sta op tot de vreugde . Daarin trof mij vooral de combinatie van vreugde en ernst. Het gaat bij hem echt om de diepte en de hoogte van het leven. Het één kan bij Van Ruler niet zonder het ander. Want blij zijn zonder ernst, dat klinkt al snel hol of leeg.”

Uit eigen ervaring wist Van Ruler dat die twee bij elkaar horen, ook in het beleven van de kerkdienst. Schaeffer: ,,Zelf was hij zwaarmoedig en hij had het in een latere levensfase ook lichamelijk zwaar. Na een aantal hartproblemen moest hij rustig aan doen. Hij kon niet meer zelf voorgaan in de kerkdienst. In die tijd, zo vertelde hij zelf, heeft hij de liturgie ‘herontdekt’. Die verrassing deelde hij graag met zijn lezers.”

Het nieuwe deel van het Verzameld werk is verdeeld in vijf onderdelen, die allemaal de kerk betreffen. Meteen al in deel I duikt Fryslân op: Van Ruler begon als predikant in Kubaard, in 1933. Tot 1940 zou hij er blijven. In die tijd hield hij er de lezing ‘Onze catechese’. Eerst had hij de lezing gehouden in Utrecht, kort daarna hield hij hem ook in de eigen pastorie te Kubaard, die toen de locatie was van een weekend-conferentie met theologiestudenten uit Groningen. Dergelijke details bij de verschillende lezingen en artikelen zijn overigens van bezorger dr. Dirk van Keulen, die nu al negen boeken uit het verzameld werk heeft verzorgd en begeleid.

Schatkamer

Een groot deel van wat wordt opgenomen in de kloeke boekenreeks betreft ongepubliceerd werk, zoals lezingen en toespraken. Maar vrijwel in elk deel hebben ook gehele boeken van Van Ruler een plaats gekregen. Hier betreft dit Waarom zou ik naar de kerk gaan , een boek uit 1970 dat breed bekend werd en viermaal is herdrukt. Het is een schatkamer, vindt Schaeffer, ,,van thema’s en inzichten die Van Ruler aan het einde van zijn leven verzamelde en concreet maakte, aan de hand van de kerkdienst. Dit boek is nog steeds echt belangrijk”.

Hij schreef het in de tweede helft van de jaren zestig. ,,Van Ruler was toen kerkganger, en dit was een ontdekking voor hem. Je merkt aan alles dat hij de kerkdienst als existentieel ervaart: het raakt je diepste ervaring, er staat iets op het spel! Als ik lees hoe hij dit beleeft en typeert, denk ik: zijn we dit niet goeddeels vergeten, vandaag? Misschien juist vanwege de hoorder-gerichte aanpak in de prediking en liturgie. Van Ruler zet het scherp neer: het gaat om God, niet allereerst om ons. Lofprijzing staat voor hem voorop, juist omdat het mysterie van de redding van het zondaar-zijn zo groot is.”

Existentiële vragen

Verbonden hiermee is de nu ouderwets klinken de notie van ‘bekering’. Schaeffer: ,,Dat woord kon Van Ruler nog onbekommerd gebruiken, hoewel hij er soms zóveel woorden aan wijdt, dat je denkt: hij wist ook toen al dat ‘bekering’ geen vanzelfsprekend thema is. Toch schemert het wel onder het verhaal van het christelijk geloof. Je leert van Van Ruler: zonder existentiële vragen als ‘waar is heil te vinden’ en ‘hebben we wel heil nodig?’ gaat het niet in de theologie. In Waarom zou ik naar de kerk gaan ontdek je kracht van die vragen. Deelnemen aan de liturgie betekent dat je je eigen bestaan tot op het bot doordenkt. Daarin zit de spanning, maar natuurlijk ook het heilzame.”

Dat kerkgangers dat in de regel anders beleven, veel minder spanningsvol, begrijpt Schaeffer wel. ,,Het zegt iets over ons predikers, maar ook over wat mensen willen horen. De Britse theoloog Tom Wright schrijft in zijn boek Verrast door hoop (Nederlandse vertaling: 2010) dat het in de kerk gaat om het ‘inoefenen’ van zaken die uiteindelijk over leven-en-dood gaan. Je moet het durven, om die vragen toe te laten. Niet alleen als hoorder, maar ook als predikant. Dit nieuwe deel uit het Verzameld Werk helpt ons, om ons daarop te bezinnen.”