Vechten met wapens voor de paus? Ruim drieduizend Nederlanders deden het

Dat er drieduizend Nederlanders in de negentiende eeuw gingen vechten voor paus PIus IX weten velen niet. Deze zoeaven hadden een missie. Maar waarom waren het er zoveel uit Nederland?

Het Vaticaan.

Het Vaticaan. Foto: FD

Enkele jaren geleden bezocht ik in de zomervakantie, in het Brabantse Oudenbosch, het Zoeavenmuseum . Waar een zeer fraaie expositie te zien is over de Nederlandse pauselijke zoeaven. Een verhaal dat niet heel bekend is in ons land - en zeker niet onder de jongere generaties. Tussen 1860 en 1870 gingen drieduizend Nederlanders naar Rome om als pauselijk zoeaaf - soldaat - te dienen in het leger van de paus.

Als je alleen dat feit al noemt, zullen velen met de wenkbrauwen fronsen. Een leger van de paus? Ja, zo was het in die tijd. Koen de Groot legt in het Tijdschrift voor Nederlandse Kerkgeschiedenis iets van die achtergronden uit. Paus Pius IX was niet alleen de leider van de wereldkerk, maar zwaaide ook de scepter over de Pauselijke Staten. Dat gebied was veel groter dan wij nu kennen als Vaticaanstad. Toen er een Koninkrijk Italië ontstond werd de paus een geduchte tegenstander als het ging om de macht. ‘Het nieuwgevormde koninkrijk besloeg vrijwel het gehele Italiaanse schiereiland. Slechts de regio Veneto en een gemarginaliseerd deel van de Pauselijke Staten rond Rome behoorden niet toe aan de nieuwe Italiaanse staat’, aldus De Groot.


Bataljon

En dat nieuwe koninkrijk wilde nog meer gebied. ‘De Italianen staken niet onder stoelen of banken dat zij ook hun oog op Rome hadden laten vallen’. Dus besloot paus Pius IX dat zijn leger uitgebreid moest worden. Het leidde tot de oprichting van het bataljon der Pauselijke Zoeaven. ‘Een internationaal korps bestaande uit jonge katholieken.’

Tussen 1860 en 1870 trokken zo meer dan 11.000 jongemannen naar Rome om zoeaaf te worden. En Nederland had daar met ruim drieduizend vrijwillige strijders het grootste aandeel in.

De Groot legt uit waarom de oproep van de paus hier zoveel navolging kreeg. ‘De grondwet van 1848 vormde een kantelpunt voor de geschiedenis van het Nederlandse katholicisme. Na eeuwen onderdrukking verschafte de godsdienstvrijheid die in de nieuwe grondwet verankerd was de Nederlandse katholieken de ruimte voor een vrije organisatie van hun kerk.’


Volgzaam

Er kwam in 1853 het herstel van de bisschoppelijke structuur en dat was een game changer, zouden we nu zeggen. ‘De nieuwe bisschoppen toonden zich net als de Nederlandse lekenbevolking volgzaam tegenover Rome. Hun blik was strak op de paus gericht.’

Met dank aan nieuwe communicatiemiddelen ontstond er rond de figuur van Pius IX ‘een ware persoonlijkheidscultus’. Miljoenen gelovigen kochten fotoafdrukken van de paus om zo zijn nabijheid te ervaren ‘De nakende ondergang van de Pauselijke Staten werd gezien als de ondergang van de paus zelf, en daarmee van het katholicisme als geheel’, analyseert De Groot.

Daar wilden ze in Nederland wel de wapens voor opnemen. Legendarisch werd onder meer de grote veldslag bij Mentana (3 november 1867), die het pauselijke leger won. Hij moet uiteindelijk toch buigen voor de wapens van anderen. Op 20 september 1870 viel Rome. ‘De volgende dag zegende Pius IX zijn zoeaven nog éénmaal, waarna hij het vrijwilligerskorps ontbond.’ De zoeaven keerden terug naar Nederland en de laatste strijder overleed in 1946.


Wandelaars

Je kunt het lezen als een verhaal van overgave aan ‘een hoger iets’. Als het over dat thema gaat, is ook het artikel in Open deur lezenswaardig. Daarin vertellen Jodien van Ark en Martin Kemperman hoe ook zij Rome als bestemming kozen. Twintig jaar geleden als wandelaars, vanuit hun huis in Doorn. ‘Ieder jaar een stuk. We leefden toe naar onze vakantie waarin we weer drie weken verder konden lopen’, schrijft Van Ark. ,’We gingen de Alpen over en kwamen na zeven jaar aan in Rome. Eenmaal daar, was de vraag: wat nu?’

Het volgende reisdoel werd: Jeruzalem. ‘Geen idee of we dat zouden halen - het is dubbel zo ver als van Doorn naar Rome.’ Maar in 2017 bereikten ze ook de heilige stad. ,’Wat begon als een sportieve (wandel)uitdaging, werd steeds meer een manier van leven. Het ritme van lopen-eten-slapen-lopen-eten-slapen voelde basaal en weldadig.’ De ontmoetingen met mensen indrukwekkend. Na 21 jaar is de wandeling ten einde. Bethlehem werd het eindpunt. Zoeaaf of pelgrim: twee werelden van verschil.

In de rubriek Bladspiegel worden wekelijks de christelijke kerk- en opiniebladen besproken.