Verhalenwedstrijd: Altijd fietsen naar Gereformeerde Kerk Niawier, ook door regen

Pieter Sijtsma moest met zijn ouders altijd mee naar de Gereformeerde Kerk in Niawier, hoewel hij soms graag naar de Hervormde Kerk in Wetsens was gegaan. „Had het niet anders gekund?”

Pieter Sijtsma uit Dokkum: „Wat lonkte het kerkje te Wetsens als het regende. Maar mijn ouders waren niet te vermurwen. ‘Trek maar een regenbroek aan’.”  Foto: Marchje Andringa

Pieter Sijtsma uit Dokkum: „Wat lonkte het kerkje te Wetsens als het regende. Maar mijn ouders waren niet te vermurwen. ‘Trek maar een regenbroek aan’.” Foto: Marchje Andringa Foto: Marchje Andringa

In 1948 kochten mijn ouders een ‘gernierspultsje’ tussen Niawier en Wetsens: het Anders Minnes hûske. Wat het kerkgaan betreft waren ze aangesloten bij de Gereformeerde Kerk te Niawier. In 1950 ben ik daar geboren. Vanaf mijn vijfde jaar mocht ik iedere zondag twee keer met mijn ouders mee naar de kerk. Uiteraard op de fiets. Mijn even oude buurjongen Hielke (ook gereformeerd) hoefde alleen ’s middags maar mee. Want ’s ochtends ging hij met zijn oudere broer en zus naar de Hervormde Kerk te Wetsens. Daar hadden ze namelijk zondagsschool onder leiding van Doet Visser.

Elke zondag liet Hielke mij vol trots het schrift zien waarin hij weer een plaatje had mogen plakken wanneer hij de tekst goed had opgezegd. Met jaloerse blikken keek ik naar die plaatjes. Wat leek mij dat mooi: een schrift met Bijbelse plaatjes. En wat mij nog jaloerser maakte? Men had daar ook Kerstfeest voor de kinderen van de zondagsschool, met als cadeau een boekje. In Niawier bestond dat toen nog niet. Wat heb ik mijn ouders vaak gevraagd of ik daar ook naar toe mocht. Maar het mocht niet. Wij hoorden niet bij die kerk.

Fietsend door de regen

Tien jaar later, in 1966 verhuisden we naar een echte boerderij onder de rook van Wetsens. De afstand naar de kerk te Niawier werd twee keer zo groot en die drie kilometer moest op de fiets worden afgelegd. Een auto hadden we niet. Op zich geen probleem, maar als het regende was dat wel anders. Wat lonkte dan het kerkje te Wetsens. Maar mijn ouders waren niet te vermurwen. ‘Trek maar een regenbroek aan’, was hun antwoord.

En daar fietsten we dan door de regen. Mijn ouders voorop en wij als kinderen er achteraan. Met een schuin oog keek ik dan naar de Wetsumers die wel naar de Hervormde Kerk gingen. Later, toen ik zelf een gezin had en in Dokkum woonde, hebben mijn vrouw en ik er nooit moeilijk over gedaan wanneer onze kinderen met vrienden of vriendinnen eens een andere kerk op zondag bezochten.

Terug naar Wetsens

Het zal ruim tien jaar geleden zijn dat in het Friesch Dagblad stond vermeld, dat op de eerstvolgende zaterdag de Hervormde Vituskerk te Wetsens in het kader van Tsjerkepaad van 13.00 tot 17.00 uur open was voor bezoekers. Daar wilde ik bij zijn, dit was mijn kans. Er waren meer bezoekers. Een hele poos heb ik in de kerkbank gezeten en rondgekeken in de eenvoudige, kleine maar wel mooie ruimte. De gedachten gingen uiteraard terug naar mijn jeugd: geen zondagsschool, wel fietsen in de regen. Maar ook hier in dit kleine kerkje werd gezongen, gebeden, Gods Woord verkondigd.

Het oude tufstenen Vituskerkje staat er nog steeds. Het wordt nu gebruikt voor andere doeleinden. Soms, als ik langs Wetsens rijdt, roept het weer herinneringen op. Had het niet anders gekund? Toch ben ik mijn ouders erg dankbaar dat ze mij zijn voorgegaan in het geloof en niet alleen maar in het fietsen door de regen.