Waarom krijgt uitgerekend Juda het koningschap over het Joodse Volk toegewezen? | Leerhuis

De scepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt. (Genesis 49:10)

Juda, de vierde zoon van Jakob en de stamvader van de belangrijkste stam van Israël. Zijn aanzien wordt benadrukt door de scepter in zijn hand en de kroon op zijn hoofd. Een leeuw ligt naast hem. Op de achtergrond een standbeeld van Jupiter, de hoofdgod van het Romeinse pantheon. Al deze attributen verwijzen naar de Jakobs zegening van Juda in Genesis 49. De prent maakt deel uit van een serie over de twaalf zonen van Jakob en patriarchen van Israël en heeft een Nederlands en Latijns onderschrift. Prentmaker: Dirck Volckertsz. Coornhert

Juda, de vierde zoon van Jakob en de stamvader van de belangrijkste stam van Israël. Zijn aanzien wordt benadrukt door de scepter in zijn hand en de kroon op zijn hoofd. Een leeuw ligt naast hem. Op de achtergrond een standbeeld van Jupiter, de hoofdgod van het Romeinse pantheon. Al deze attributen verwijzen naar de Jakobs zegening van Juda in Genesis 49. De prent maakt deel uit van een serie over de twaalf zonen van Jakob en patriarchen van Israël en heeft een Nederlands en Latijns onderschrift. Prentmaker: Dirck Volckertsz. Coornhert Beeld: Rijksmuseum

Kort voor zijn overlijden zegent aartsvader Jacob zijn twaalf zonen. Hij doet dit aan het einde van een turbulent leven dat gekenmerkt wordt door een vijandschap met zijn broer Ezau, een aan zijn eigen vader ontfutselde eerstgeboorte-zegen en een vlucht uit het ouderlijk huis.

Nieuws

menu