Dit artikel is vandaag gratis

Was het verraad van Jezus noodzakelijk? Wat mij betreft houden we de huiver over de daad van Judas vol | Theologenblog Dolf te Velde

Voor dertig zilverstukken verraadt Judas Jezus. Foto: Shutterstock

In deze week voor Pasen komt het lijden van Jezus opnieuw op ons af. Een van de bijrollen wordt vervuld door Judas Iskariot. Het is een akelige rol: hij loopt uit de kring van intieme leerlingen over naar de leiders die Jezus dood willen hebben. Voor dertig zilverstukken speelt hij ze zijn Meester in handen, en bezegelt dit in de donkere nacht met een kus.

Judas de verrader – je breekt je het hoofd over wat hem zo ver gebracht heeft. Je huivert bij de gedachte aan zijn lot, als hij naderhand spijt krijgt, de zilverstukken terug in de tempel smijt, en zich verhangt (Matteüs 27:5).

Judas de verrader – door zo negatief over hem te spreken kunnen wij afstand houden: dat ben ik gelukkig niet. We kennen het mechanisme: als er iets vreselijks gebeurt, is de dader algauw een gek of een monster. Door te demoniseren houden we ons het kwaad van het lijf.

De evangeliën gaan, als zij over deze episode vertellen, een andere kant op. Met name het evangelie van Marcus is heel terughoudend: Marcus geeft er bijna geen aanknopingspunten voor om Judas zo zwart af te schilderen, en er klinkt ook bijna geen oordeel over die slechterik. Wel belicht het evangelie op een andere manier wat deze daad van de verrader betekent.

Uitleveren

In Marcus 14 staan een paar aanwijzingen. De ene aanwijzing is het woord ‘uitleveren’, dat tot vier keer toe gebruikt wordt, zowel in de beschrijvende tekst als in de eigen woorden van Jezus. In ‘uitleveren’ zit geen emotie of afkeuring, zoals bij ons woord ‘verraden’. Feitelijk is dit wat Judas doet: hij speelt Jezus in handen van degenen die Hem dood willen.

De tweede aanwijzing: dit gebeurt ‘zoals geschreven staat’. Eerst horen we het Jezus zeggen aan de maaltijd (Markus 14:21): ‘De Mensenzoon zal heengaan zoals over hem geschreven staat.’ Later, bij zijn arrestatie, herhaalt Hij het nog eens (vers 49): ‘dit gebeurt omdat de Schriften in vervulling moeten gaan.’

Pijnlijk

Dat maakt het niet minder erg wat Judas doet: Jezus vervolgt zijn uitspraak met ‘maar wee de mens door wie de Mensenzoon uitgeleverd wordt’. Hoezeer Judas ook in de greep van de duivel gekomen is (Johannes 13:27), hij blijft zelf aansprakelijk voor zijn daad. Het wordt ook niet makkelijker voor Jezus: de afwijzing door een van zijn naaste leerlingen is een pijnlijk onderdeel van het lijden dat Hij ondergaat.

Het betekent wel dat er iets anders meespeelt. Judas die zijn Meester uitlevert aan de religieuze leiders, dat gaat niet alleen over mensen die zo vijandig zijn dat ze hoe dan ook van Jezus af willen. Dat gaat ook over Jezus zelf die dit wil ondergaan, die ons kwaad en onze afwijzing op zich wil laden omdat dat de enige manier is waarop het een keer kan ophouden met kwaad en haat.

Jezus wil het, want God wil het. God haalt op deze manier zijn wereld en zijn mensen terug in zijn liefde, terwijl de mensen en de wereld dat helemaal niet willen. Wat op het ene niveau de mens Judas is die van vriend in vijand verandert, is op het andere niveau God die zijn eigen geliefde Zoon prijsgeeft (Romeinen 8:32; ‘prijsgeven’ is in het Grieks hetzelfde woord als ‘uitleveren’!) om van vijanden weer vrienden te maken.

Huiver

Helemaal bij elkaar krijgen we het niet: het boze menselijke handelen van Judas (en daarin is hij één van ons) én het goede handelen van God dwars daar doorheen. Theoloog Karl Barth ging hier vrij ver in, toen hij Judas typeerde als ‘de executeur van het Nieuwe Testament’. Barth bedoelt dat zonder de dood van Jezus het nieuwe verbond niet van kracht kon worden (vgl. Hebreeën 9:16), en bij die dood van Jezus is het verraad door Judas een noodzakelijke schakel. Voor Barth is dat reden om zelfs Judas bínnen de kring van Gods verkiezing en dus binnen het bereik van het heil te zien.

Wat mij betreft houden we de huiver over de daad én het lot van Judas nog wat langer vol. Om tegelijk te erkennen dat dit niet het laatste is wat we over het lijden en de dood van Jezus kunnen zeggen. Door de huiver heen dringt de dank en de verwondering door over Gods verborgen wijsheid, die van onze ultieme afwijzing gebruik weet te maken om ons deelgenoot van zijn liefde te maken.

Dolf te Velde

Dolf te Velde is universitair hoofddocent Systematische theologie. Hij schrijft dit artikel als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen|Utrecht.


Nieuws

menu