We leven alsof Jezus alle vissen en broden zelf opat

Zijn wij in het Westen bereid iets van onze rijkdom op te geven om tot een eerlijker wereldeconomie te komen? En kunnen kerken daarbij een rol spelen? „Volgens kerkvader Hieronymus is een rijke een dief óf een erfgenaam van een dief.”

Een vrouw zoekt in de modder van een rivier naar kobalt, in de buurt van een kobaltmijn in Congo.

Een vrouw zoekt in de modder van een rivier naar kobalt, in de buurt van een kobaltmijn in Congo. Foto: AFP

Voor ieder Nederlands huishouden werken gemiddeld bijna twee mensen in niet-westerse landen voltijds, vaak onder slechte omstandigheden. Zij naaien de kleding die wij dragen, halen het kobalt uit mijnen voor onze mobiele telefoons en bewerken de cacao voor onze chocoladerepen. Dat blijkt uit onderzoek van econoom Paul Schenderling en lector circulaire economie bij NHL Stenden Hogeschool Matthias Olt-haar. „Ik noem dit de grote tijdroof, waarmee we een decennialange vertraging in de ontwikkeling van niet-westerse landen in de hand werken”, zei Schenderling gisteren op het online symposium Naar een rechtvaardige(r) wereldeconomie.

De scheve economische verhoudingen zijn desastreus voor de situatie in niet-westerse landen, stelt Schenderling: „Er zijn 13,8 miljoen banen die ten goede van de Nederlandse economie worden ingezet, tegen een bruto uurloon dat tien keer keer zo laag ligt als een Nederlands loon.”

Ongelijkheid groeit

Volgens Schenderling is het grote probleem dat die 13,8 miljoen mensen niet wezenlijk bijdragen aan de economie van hun eigen land. „Je kunt je tijd immers maar één keer inzetten. En het zijn vooral de elites die er van profiteren. Daar komt bij dat de lonen van de dagloners door de globalisering steeds verder onder druk staan. De ongelijkheid neemt dus alleen maar toe op deze manier.”

Theoloog en parabelonderzoeker Martijn Stoutjesdijk beargumenteert dat nieuwtestamentische parabels al waarschuwen tegen het doorgaande en nietsontziende streven naar winstmaximalisatie. Zo wijst hij op de zin ‘Gij zijt een hard mens, die oogst waar gij niet gezaaid hebt’ in de parabel van de talenten (Matteüs 25:14-30). In die gelijkenis gaat een heer op reis en geeft hij zijn drie dienaren geld te beheren tot hij terug is. De eerste dienaar krijgt vijf talenten, de tweede twee en de derde één. De laatste begraaft die ene talent en geeft het terug aan zijn heer als die terugkomt. Die andere twee hebben het geld in die tijd verdubbeld.

Dit is een aanklacht tegen het westerse christendom. Wij zijn de rijke die de armoede mogelijk maakt

„Er wordt vaak over deze zin heengelezen: ‘Gij zijt een hard mens, die oogst waar gij niet gezaaid hebt’. We interpreteren deze parabel doorgaans zo, dat je je talenten optimaal moet ontwikkelen. Maar volgens de theoloog Richard Rohrbaugh moet de dienaar die zijn talent begraven heeft als een beeld van Christus worden gezien. Of dat de juiste interpretatie is weet ik niet, maar het past wel binnen de kritiek op rijkdom die we in het vroege christendom veel terugvinden. Jezus zelf is ook heel kritisch, zie bijvoorbeeld de uitspraak dat een kameel makkelijker door het oog van een naald gaat, dan dat een rijke het Koninkrijk van God binnengaat. En kerkader Hieronymus zegt dat een rijke óf een dief óf een erfgenaam van een dief is.”

Christenen zouden het voortouw moeten nemen in het streven naar een rechtvaardiger wereld, stelt Stoutjesdijk. Die verantwoordelijkheid expliciteert hij met de omdraaiing van de wonderbare spijziging, door de radicale theoloog Peter Rollins (1973). In die ‘parabel over overvloed en hebzucht’ laat Rollins Jezus’ leerlingen al het voedsel inzamelen dat de groep mensen om hen heen heeft meegebracht. Zo lag er voor Jezus’ voeten een grote berg brood en vis. Hij keek op naar de hemel, dankte God, brak het brood en gaf het aan zijn twaalf leerlingen. „En hoewel er veel hongerige mensen om hen heen zaten, aten Jezus en de leerlingen zoveel ze konden. En het verbazingwekkende, ja het werkelijk wonderbaarlijke was dat, toen ze hun uitbundige maaltijd hadden beëindigd, er niet meer genoeg kruimels over waren om één persoon te eten te geven”, leest Stoutjesdijk Rollins’ omdraaiing voor. „Dit is een regelrechte aanklacht tegen het rijke westerse christendom. Wij zijn de rijke die de armoede mogelijk maakt.”

Bewuste keuzes

Op het symposium werd gezocht naar oplossingsrichtingen, maar dat blijkt moeilijk. Er zijn bedrijven die het beter doen dan andere, er zijn keurmerken, maar veel is en blijft ondoorzichtig.

Wouter Mensink, auteur van het boek Kun je een betere wereld kopen? : „Het is niet te achterhalen hoe een product is gemaakt. Ik wilde het zelf nagaan voor een goedkope jas die ik in de winkel zag hangen, maar dat lukte gewoon niet. Je komt niet achter de arbeidsomstandigheden.”

Theoloog Alain Verheij, als panellid betrokken bij het symposium: „De trui die ik nu aan heb is fair trade. Hij was wat duurder, daardoor heb ik wat minder truien in de kast hangen. Dat is volgens mij typisch christelijk. Maar ik blijf nog nadenken over de vraag welke verantwoordelijkheid waar ligt. Er is ook de politieke verantwoordelijkheid en de verantwoordelijkheid van bedrijven en producenten.”

Voorbij de moedeloosheid

Mede-organisator Olthaar concludeert: „Je bent heel beperkt in wat je kunt doen. Voor heel veel producten is het moeilijk te bepalen hoe het geproduceerd is en wat de rechtvaardige alternatieven zijn.”

Aan het einde van de bijeenkomst presenteerden Olthaar en Schenderling hun boek Hoe handel ik eerlijk en het online platform genoegomteleven.nl. „We willen voorbij de moedeloosheid die vaak de kop opsteekt: een eerlijker wereldeconomie is mogelijk.”

Nieuws

menu