In Noord-Korea wordt de kerk van Christus zwaar vervolgd. Maar zij blijft dapper strijden | Achtergrond

‘Op een dag sloegen zij de christelijke gevangene bijna dood en lieten hem bloedend op de grond achter. Maar deze man stond op en bad de volgende morgen gewoon weer.’

Noord-Koreanen in Pyongyang buigen voor de standbeelden van Kim Jong-Sun en Kim Jong-il, de voorgangers van de huidige leider Kim Jong-un en respectievelijk zijn grootvader en vader. Alleen de Kim-dynastie mag in Noord-Korea worden vereerd.

Noord-Koreanen in Pyongyang buigen voor de standbeelden van Kim Jong-Sun en Kim Jong-il, de voorgangers van de huidige leider Kim Jong-un en respectievelijk zijn grootvader en vader. Alleen de Kim-dynastie mag in Noord-Korea worden vereerd. Foto: AFP

Bovenstaande is geloofsmoed van een Noord-Koreaan, overgeleverd door e en celgenoot van de christen. Hij deed dat aan de opstellers van het zojuist verschenen rapport ‘ Georganiseerde vervolging - Documentatie van schendingen van religievrijheid in Noord-Korea’ . Het rapport is uitgegeven door de Amerikaanse Commissie voor Internationale Godsdienstvrijheid (USCIRF), waarvoor ’s lands twee partijen, Democraten en Republikeinen, tekenen.

De onderzoekers van de rapportage namen persoonlijke interviews af van slachtoffers, getuigen en ook daders bij schendingen van religievrijheid. De meerderheid van hen wist in 2019 uit Noord-Korea te ontsnappen.

Bij de 68 getraceerde gevallen van staatsvervolging vanwege religie of geloof ging het in 43 zaken over sjamanisme, 24 gevallen waren gerelateerd aan het christendom en in de resterende zaak over ‘cheondogyo’, een inheemse pantheïstische religie.

De auteurs van het Amerikaanse rapport nemen direct duidelijk stelling: ‘Wij vinden dat de ontzegging van religievrijheid in Noord-Korea absoluut is’. En dat gebeurt permanent, systematisch en met monsterachtig gedrag van staatswege. De namen en persoonlijke details van de zegslieden in het land zijn trouwens om redenen van privacy veranderd.

Indoctrinatie

Via regelmatige, verplichte lessen willen de Noord-Koreaanse autoriteiten alle burgers van jong tot oud antireligieus indoctrineren. Hoe dat in zijn werk gaat, vertelde een deelnemer: ,,Zij zeiden ons twee bijbels te hebben ontdekt. En dat zouden niet de enige exemplaren zijn. Wij moesten de naam van elke bezitter doorgeven en ook iedere bijbel die we vonden. Officieren van het ministerie van staatsveiligheid gaven aan woonwijken door dat die de gevolgen zouden dragen voor de geringste politieke overtredingen. Wij beschouwden mensen die bijbels bezaten als spionnen. De staat waarschuwde ons immers streng dat bijbelbezit een politieke misdaad was.”

Dezelfde Noord-Koreaanse overheid spaart kosten noch moeite om kinderen op zo vroeg mogelijke leeftijd in te prenten hoe gevaarlijk het christelijk geloof is. Via lessen en films worden zendelingen volledig gedemoniseerd als kinderlokkers en kindermoordenaars. Geen wonder dat een getuige zich uit haar jeugd herinnert hoe ,,mensen het woord ‘zendeling’ als een scheldwoord hanteerden”. Een andere bron vult aan: ,,Godsdienstige mensen waren voor ons schurken en moordenaars”.

Een andere, uitgeweken Noord-Koreaan bevestigt dit zwartmaken van evangelisten: ,,De diepe bedoeling was te benadrukken hoe vreselijk zendelingen zijn en hoe vreselijk religie is alsmede bijgeloof”.

‘Kruisen zijn gevaarlijk’

Het effect van deze antireligieuze hersenspoeling ondervond Won Du Jae: ,,Wij wisten niet wie Jezus was, maar we hadden geleerd bang te zijn voor het kruis. Ze leerden ons op school dat kruisen er zijn om mensen op te hangen of mensen dood te laten bloeden.”

Voeg daar de inschakeling van de staatstelevisie bij het antireligieuze offensief van Pyongyang aan toe. Daarin worden vijandelijke spionnen opgevoerd die de Noord-Koreaanse samenleving wisten te infiltreren om antisocialistische sabotage te plegen. Huiszoekingen bij de opgespoorde spionnen resulteren in beelden van gevonden Bijbels.

De propaganda van Kims regime laat ondertussen de gelegenheid niet onbenut om doorgaans een direct verband te leggen tussen christendom en de VS. ,,Ik was gewend te denken dat bijna alle zendelingen Amerikanen waren, althans toen ik klein was”, vertrouwde Shin Nam Ki de rapporteurs toe.

Die grootscheepse campagne tegen alles wat religieus is, leidt de onderzoekers van het USCIRF-rapport tot de stellingname dat ‘op het meest essentiële niveau Noord-Koreanen het recht op vrijheid van godsdienst vanaf de geboorte wordt ontzegd’.

Folteringen

Uit de documentatie komt naar voren dat het ministerie van staatsveiligheid, zeg de geheime politie, speciaal belast is met zaken die christenen betreffen. Informatie van vroegere ambtenaren van de Noord-Koreaanse staatsveiligheidsdienst tonen aan hoe geheimzinnig Pyongyang met vervolgde inheemse christenen omgaat. Solide gedocumenteerde gevallen van Noord-Koreaanse christenen die in het geheim stierven voor het vuurpeloton leveren daarvan het schokkende bewijs.

Evenzeer schokkend is het hoofdstuk van het rapport dat gewijd is aan foltering en andere wrede, onmenselijke, vernederende behandeling van geloofsvervolgden in Noord-Korea. De satanische perversie kent in Kims strafinstellingen geen grenzen: fysiek geweld, positionele marteling, ofwel gevangenen dwingen urenlang een zelfde houding aan te nemen, onthouding van drinken, eten en slaap, bedorven of vergiftigd voedsel, gedwongen naaktheid, blootstelling aan excessief geweld jegens celgenoten. En dan is deze afschuwelijke folterlijst nog lang niet volledig.

Teugelloos geweld

Het gevangenispersoneel, verhaalt een slachtoffer, ,,behandelt de gevangenen niet als mensen. Ze slaan ons met alles wat zij maar voor het grijpen hebben”. Dat teugelloze geweld weerhield een zwaar geteisterde en geschoffeerde christen niet om elke dag te bidden.

Hij kreeg uiteindelijk vijftien jaar straf in een kamp voor politieke gevangenen. Het geloofsgetuigenis van een volgeling van Christus. Alle staatsrepressie ten spijt. Om stil van te worden, om te bidden voor de lijdende én strijdende kerk in Noord-Korea.

Bas Belder is historicus