Lees hier ons Privacy Statement en Cookie Statement
donderdag 21 juni

Dossierdonderdag, 31 maart 2005

‘Schuldgevoel afgewenteld op Drie van Breda’
Amsterdam - Waarom heeft de discussie over de vrijlating van de Drie van Breda zoveel emotie opgeroepen? Waarom moesten de Duitse oorlogsmisdadigers tot hun dood of bijna tot hun dood in de gevangenis blijven? Hinke Piersma (41) concludeert dat dit een gevolg is van een nationaal schuldgevoel over het grote aantal joden dat in de Tweede Wereldoorlog uit Nederland is gedeporteerd. Vandaag promoveert de uit Hemelum afkomstige historica aan de Universiteit van Amsterdam op het onderzoek ‘De Drie van Breda’. Duitse oorlogsmisdadigers in Nederlandse gevangenschap 1945-1989 , dat tevens in boekvorm verschijnt.
De tijd is nooit rijp geweest voor gratie van de drie, constateert Piersma. Ook niet toen Ferdinand Hugo aus der Fünten en Franz Fischer - Joseph Johann Kotälla was tien jaar eerder in de gevangenis van Breda overleden - uiteindelijk in 1989 werden vrijgelaten. ,,Het is gebeurd, de tijd was niet rijp.”
Dat de twee toch levend de gevangenis mogen verlaten, komt omdat een groep van negentien vooraanstaande verzetsmensen concludeert dat de discussie steeds weer oplaait en steeds weer de pijn en het verdriet bij de slachtoffers bovenhaalt. Alleen daarom is oud-verzetsstrijder Teengs Gerritsen - zijn stem is belangrijk - bereid de twee ,,de grens over te donderen”. Ineens is de discussie die zich 26 jaar heeft voortgesleept in een week afgehandeld. ,,Een brief van minister Korthals Altes aan de Tweede Kamer, een Kamerdebat en de grens over.”
De affaire is al die tijd voer voor juristen en een politiek mijnenveld. Het hoogtepunt van de discussie heeft plaats in 1972, als Minister van Justitie Van Agt (KVP) vastbesloten is het drietal vrij te laten. Onder aanvoering van Anneke Goudsmit (D66) vindt de Tweede Kamer het echter tijd worden dat er eens naar de slachtoffers zelf wordt geluisterd en er wordt een hoorzitting belegd.
De zitting is live op televisie en heeft een enorme impact. Vervolgden vertellen hartverscheurende, persoonlijke verhalen. Het leidt ertoe dat veel Kamerleden die voor vrijlating waren ‘om gaan’. Als hoogleraar strafrecht Hulsman, die zelf in kamp Amersfoort heeft gezeten, een niet door emoties geleid pleidooi voor vrijlating houdt, barst er op de publieke tribune een enorm tumult uit. Voorzitter van de hoorzitting Geurtsen (VVD) moet naar boven om de gemoederen te bedaren. ,,Op het balkon ben ik om gegaan”, onthult Geurtsen jaren later tegenover Piersma. ,,In die hoorzitting kon je zien dat de oorlog voor veel mensen nog niet voorbij was”, analyseert Piersma.
Vier van Breda
De drie van Breda waren aanvankelijk met z’n vieren. In 1963 stellen twee hoogleraren strafrecht gratie voor de vier voor het eerst ter discussie. Langer vasthouden dient in ons strafrecht geen erkend doel. Ze zijn immers geen gevaar voor de samenleving, het nationaal-socialisme bestaat niet meer en de misdaden uit de oorlog zullen ze niet opnieuw begaan, redeneren ze.
Het is echter dezelfde tijd dat Nederland zich langzaam maar zeker bewust wordt van de ware rol in de Tweede Wereldoorlog. Het beeld van de eerste jaren na de oorlog van het kleine, maar dappere volk dat zich zo goed mogelijk heeft verzet tegen de bezetter is aan het instorten. Het nationaal schuldbesef ontstaat en de rebelse jongeren gaan vragen stellen aan hun ouders: wat deed jij in de oorlog? Het leidt tot een verharding van de samenleving jegens de oorlogsmisdadigers. Ondanks het streven van minister Beerman (CHU) van Justitie de vier vrij te laten, komt er geen einde aan de gevangenschap.
Strafonderbreking wordt drie jaar later wel gegund aan de ernstig zieke Willi Paul Franz Lages om in vrijheid te kunnen sterven. Lages blijft echter nog vijf jaar leven, waardoor in elke volgende discussie vrijlaten om thuis te kunnen sterven geen geldig argument meer is. Zo kan het gebeuren dat Kotälla na zware ziekte in 1979 in de gevangenis van Breda overlijdt. Minister van Justitie De Ruiter (CDA) had net als veel voorgangers gratie willen verlenen, maar deed dat niet omdat een uit verzetsmensen opgebouwde commissie daar mordicus tegen was. Waarom hij niet zelf een beslissing nam? ,,Dat zou politieke zelf moord geweest zijn”, vertelt hij jaren later aan Piersma.
Oorlog niet voorbij
Het zou nog tien jaar duren voor er gratie kon worden verleend aan de twee anderen. Dankzij een ommezwaai van vooraanstaande verzetsmensen, wat hen door veel oorlogsslachtoffers niet in dank is afgenomen. Aus der Fünten sterft drie maanden later, Fischer vijf maanden na zijn vrijlating.
De nasleep van de oorlog is daarmee niet ‘voorbij’ en zal nog wel een tijd blijven voortleven, vermoedt Piersma. ,,De oorlog heeft ook impact op de tweede generatie die is opgegroeid met de emotionele ervaringen van de ouders, daar hebben ze zelf ook last van.”
Over de vraag of we het nationaal schuldgevoel inmiddels zijn kwijtgeraakt, moet Piersma een stuk langer nadenken. ,,Ik denk dat dat er nog is en ik denk ook niet dat je dat kwijtraakt. Nog steeds wordt onderzocht waarom uit Nederland relatief veel meer joden zijn gedeporteerd dan uit andere landen zoals Frankrijk en België. Daar zijn wel verklaringen voor gegeven, bijvoorbeeld dat het in het veel grotere Frankrijk makkelijker was om onderduikers op te vangen in de bossen, maar een echt bevredigend antwoord is er nog steeds niet, nee.”
Bij toeval specialist oorlog
Hinke Piersma, moeder van een dochter van zeventien, is een laatbloeier. Ze haalde met moeite en met een omweg het havo-diploma in Leeuwarden, na te zijn gezakt in Sneek. In die tijd had ze nooit kunnen bevroeden ooit nog eens te promoveren, net als haar ouders die nog altijd in Hemelum wonen. ,,Ik had in die tijd weinig interesse in boeken, meer in het leven.” Van de discussie over de Drie van Breda, die grotendeels in haar jeugd speelde, kreeg ze eigenlijk niks mee. Van de Tweede Wereldoorlog was ze vooral op de hoogte dankzij de boeken van Jan Terlouw, Anne de Vries en later Etty Hillesum en Anne Frank. ,,Ik was toch wel erg onder de indruk van Oorlogswinter van Jan Terlouw.”
De Tweede Wereldoorlog werd min of meer bij toeval haar specialiteit. Ze rolde erin doordat ze na haar studie geschiedenis aan de slag kon bij het Verzetsmuseum in Amsterdam, tot dan trok het eind van de negentiende eeuw meer haar aandacht. Daar ervoer ze bij het inrichten van de nieuwe vaste tentoonstelling nog eens hoe verschillend de oorlog is beleefd in Nederland. ,,Terwijl in Amsterdam in februari 1941 vierhonderd joden werden opgepakt, waren ze in Fryslân meer bezig met het ijs. Daar schaatsten ze gewoon de Elfstedentocht. Niet in heel Nederland voelde je de bezetting als zodanig.” Na dat baantje maakte ze de overstap naar de Stichting Onderzoek Terugkeer en Opvang (SOTO). Daar werkte ze met vijftig andere onderzoekers mee aan een groot onderzoek naar hoe de verschillende slachtoffers na de Tweede Wereldoorlog zijn opgevangen bij terugkomst in Nederland, zoals politieke gevangenen, joden, sinti, roma, gedwongen tewerkgestelden enzovoorts. Naar aanleiding daarvan heeft toenmalig premier Kok nog excuses gemaakt aan die slachtoffers.
Door het SOTO-onderzoek kwam ze in aanraking met het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD). Ze was al bezig met onderzoek naar de nasleep van de Tweede Wereldoorlog en de affaires die dat veroorzaakte, toen ze tot haar verbazing erachter kwam dat er nooit een boek is verschenen over de Drie van Breda. ,,Onbegrijpelijk eigenlijk. Gezien het aantal mensen dat daarmee bezig is geweest en de hoeveelheid materiaal die erover is verschenen.” Het NIOD steunde haar onderzoek.
Met de Drie van Breda is Piersma nog niet klaar. Ze wil graag onderzoeken hoe andere landen met hun oorlogsmisdadigers zijn omgegaan, waarmee haar conclusie dat het nationaal schuldgevoel over de jodendeportatie heeft geleid tot het vasthouden van de Drie van Breda extra kracht kan worden bijgezet. Verder zou ze willen uitzoeken hoe het kan dat de ene oorlogsmisdadiger vijf jaar moest zitten, de ander levenslang en weer een ander werd vrijgesproken. Zo vraagt ze zich af hoe het kan dat de Drie van Breda levenslang kregen, terwijl hun opdrachtgever - de hoger in rang staande Befehlshaber der Sicherheitspolizei und des Sicherheitsdienst Wilhelm Harster - er met vijftien jaar van afkwam. ,,Dat zijn fascinerende vragen.”

Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

dossier
Familieberichten
Advertenties