Lees hier ons Privacy Statement en Cookie Statement
dinsdag 19 juni

Dossierdonderdag, 31 maart 2005

Carel, de held op sokken van de Formule 1
BERT KALTEREN
Voor Christijan Albers is afgelopen weekeinde in de Grand Prix van Melbourne zijn leven als Formule 1-coureur begonnen. De 25-jarige renner uit de Minardi-stal kreeg te maken met een turbulente aanloop naar zijn eerste wedstrijd, waarin hij het einde niet haalde. Dat is het lot van een kleine coureur die zich staande probeert te houden in een keiharde wereld waarin miljoenen en miljoenen euro’s omgaan. Een wereld waarin Nederlanders zich maar met moeite weten te manifesteren.
De eerste coureur die namens ons land daadwerkelijk aan de weg timmert, is jonkheer Karel Pieter Anthoni Jan Hubertus Godin de Beaufort. Beter bekend als Carel Godin de Beaufort. Hij maakt in de jaren vijftig en zestig naam als zogenaamde amateur en is in 1962 en 1963 de eerste Nederlander die punten scoort voor het WK in de Formule 1. Het is hoogst opmerkelijk dat het uiteindelijk veertig jaar heeft geduurd alvorens er een biografie verschijnt over Carel.
In Het leven van Formule 1-coureur Carel Godin de Beaufort 1934 - 1964 schetst schrijver Frits van Someren het korte, maar veelzijdige leven van Carel. Hij is een bon-vivant, grappenmaker en vrouwenliefhebber, maar bovenal een gedreven sportman. En ondanks zijn postuur - bijna twee meter lang en 118 kilo zwaar - wurmt hij zich steeds weer met succes in zijn Porsche. Dat hij daarbij geen schoenen kan dragen zorgt menig keer voor hilariteit in de paddock en levert hem ook de nodige brandblaren op.
Als coureur neemt Carel zijn vak uitermate serieus. Ondanks zijn afkomst moet hij de eindjes aan elkaar knopen en genoegen nemen met verouderd materiaal. Op steun van zijn ouders hoeft hij niet te rekenen. ,,Als je wilt racen betaal je dat maar uit je eigen zak’’, zei moeder Gonda, met wie hij een haat-liefdeverhouding heeft. Zo noemt hij zichzelf Carel met een C om haar te pesten. Bovendien is hij in staat monteurs van andere teams te paaien en voor zijn karretje te spannen.
Dankzij zijn professionele instelling en perfecte stuurmanskunst weet hij het ver te schoppen. ‘De held op sokken’ is het meest succesvol als sportwagencoureur, maar besluit in 1961 ook Formule 1 te gaan rijden. Een jaar later pakt hij zijn eerste WK punt in de Grand Prix van Zandvoort. Er zouden er nog drie volgen. In 1964 denkt Carel er serieus over na zijn carrière te beëindigen en een ander bestaan te kiezen.
Op 1 augustus 1964 slaat het noodlot toe tijdens de training voor de GP van Duitsland op de zijn zo geliefde Nürburgring. Carel is op de openbare weg een roekeloos chauffeur, maar als coureur het tegenovergestelde. Hij ontsnapt een aantal keer aan de dood, maar sterft uiteindelijk in het harnas. In de bocht waar ruim twintig jaar later ook Niki Lauda crasht, vliegt Carel uit de baan en overlijdt op 2 augustus 1964.
Deze biografie mag niet ontbreken in de boekenkast van de autosportliefhebber. Het boek is geïllustreerd met meer dan 250 foto’s afkomstig uit familiealbums en plakboeken, met begeleidende teksten. Het geeft een goed beeld van hoe autocoureur en levensgenieter Carel zijn sport beleefde, maar je hebt daardoor wel het idee dat je het boek twee keer leest. Er zijn echter ook delen van het boek waarin de auteur een opsomming van zijn wedstrijden geeft. Maar het verhaal is zeker de moeite waard. In dat kader komt de publieksprijs voor het beste sportboek van 2004 de biografie toe.
Het leven van Formule 1-coureur Carel Godin de Beaufort, 1934-1964 - Frits van Someren. Uitgeverij Aprilis, 2004, 144 pagina’s, E 24,50. ISBN 90 5994058 1

Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

dossier
Familieberichten
Advertenties