Lees hier ons Privacy Statement en Cookie Statement
dinsdag 19 juni

Geloof & Kerkdonderdag, 31 maart 2005

Angst onder een verleidelijk roze hoedje
Ds Toos Reichman-Scheffer, predikante van de Lutherse Gemeente te Leeuwarden, verblijft voor drie maanden in Zuid-Afrika. Ze gebruikt haar studieverlof om te helpen bij diaconale projecten voor straatkinderen en aids-wezen. Voor het Friesch Dagblad bericht ze regelmatig over haar ervaringen. Deel 6.
TOOS REICHMAN
Met Jane, Sherleen en Kathy, drie dames van de ‘Street Outreach’ van de Pretoria Community Ministries (PCM) ga ik op een woensdagavond de straat op in de ‘roze’ buurt van Pretoria.
PCM heeft meerdere van deze teams, die de straat opgaan om te kijken wie er hulp nodig heeft. Het ene team kijkt of er mensen aan de kant van de weg stervend zijn. Ze worden naar het hospies gebracht, dat nog maar net de deuren geopend heeft. Aids is de voornaamste doodsoorzaak. De laatste levensweken of levensdagen worden meer menselijk in dit huis. Nog wel niet tussen familieleden, maar godzijdank niet op de straat je adem teruggeven aan God! Een ander team kijkt naar jonge mensen die huis noch haard noch werk hebben. Ze wijzen de weg naar de hulp via PCM.
Het team waarmee ik op stap ga, zoekt jonge meisjes die ‘s avonds en ‘s nachts nog over straat gaan: de risk-girls . We gaan naar de bekende plaatsen, die iedere stad kent. Het nachtleven is begonnen. We worden in een auto naar verschillende punten gereden en stappen uit als we jonge meisjes zien. Onze chauffeur, een vrijwilliger, begeleidt eens per week dit team. Hij blijft in de buurt geparkeerd staan, zodat hij bij onraad actie kan ondernemen.
Soms zijn de meisjes bekenden van Jane, Sherleen of Kathy. Een meisje vertelt over haar arrestatie. Op dat moment was er geen man bij haar, maar een ander meisje. Dan is de arrestatie onwettelijk (Overigens krijgt ook hier zo’n man geen proces-verbaal aan de broek). Het meisje wordt uitgenodigd de volgende dag op het kantoor van het Leratohuis te komen. Ze krijgt daar bijstand en advies. Ook wordt haar een kans geboden om uit dit wereldje te stappen.
Ze belt de volgende dag. Misschien neemt ze de gelegenheid aan om een beroepsopleiding te volgen via PCM. Uiteindelijk beslist ze zelf. Is ze al gemotiveerd genoeg?
Dan staan er opeens vier meisjes op de hoek van de straat. Twee kleine meisjes, veertien, vijftien jaar oud. Ze hebben zwierige, roze hoedjes op. De grootste zal niet veel ouder zijn. Ze ziet er zelfverzekerd uit en blijkt de leiding op zich genomen te hebben. Nummer vier ziet er onverzorgder uit en blijft wat afzijdig. Ze zijn nieuw voor het Outreach-team. Heel rustig lopen we naar het viertal toe. We stellen ons voor en leggen uit wat onze ‘missie’ is.
Jane en Sherleen spreken Engels en Soetoe. Kathy spreekt Engels en Duits. Kathy is in Duitsland geboren en raakte als vrijwilligster betrokken bij het Leratohuis. Ze reisde heen en terug naar Duitsland en vond hier haar levensbestemming. Ze is nu een beroepskracht. Sherleen aanvaardde zes jaar geleden de uitgestoken hand, woonde in het Leratohuis, was een jaar au pair in Duitsland, volgde een onderwijsopleiding, maar haar hart ging uit naar deze jonge vrouwen en zij is nu ook een beroepskracht. Jane is maatschappelijk werkster.
Het spreken van iemands moedertaal is een voorwaarde om tot een wezenlijk gesprek te komen. De stoerheid verdwijnt als de Soetoe-klanken klinken. Angst verschijnt op de gezichten. Ze zijn op de vlucht voor de politie. Uiteraard verdienen ze hun geld illegaal. Ze zijn sinds december in Pretoria. De grote stad, de bekende verleider, trok hen alle vier. Maar de werkelijkheid bleek anders. Deze jonge meisjes missen de fundamentele kennis om een redelijk baantje te krijgen. Drie van de vier zijn mooie, aantrekkelijke meisjes. Samen vinden ze zich sterker dan alleen. Wat is hun toekomst?
Jane geeft hen alle vier het adres en het telefoonnummer van het Leratohuis. Als ze willen, worden ze daar opgevangen of vindt er een gesprek plaats. Ze worden aan een identiteitskaart geholpen. Men probeert in contact te komen met de familie. Afrikaanse families hebben een groot verantwoordelijkheidsgevoel voor elkaar. Helaas zijn door aids hele gaten geslagen in families. Aids is een reden om de familie te verlaten.
Busi, een meisje uit het Leratohuis, vluchtte vorige week toen ze in de kliniek hoorde dat ze aids heeft. Ze durft haar familie niet onder ogen te komen. Ze vlucht voor zichzelf; ze accepteert niet dat ze aids heeft. Waarschijnlijk weet haar ‘Leratovriendin’ waar ze is, maar de onderlinge solidariteit is groot. Er wordt gezwegen en het vriendinnetje kent de diagnose niet. We zochten die avond naar Busi, maar vonden haar niet.
We verlaten het viertal. Ze willen niet met ons mee. Voordat ze in het donker verdwijnen, omarmen we hen met liefde.

Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties