Lees hier ons Privacy Statement en Cookie Statement
maandag 25 juni

Hoofdartikelmaandag, 21 november 2005

Kritiek van Kamerleden…
Minister Donner heeft zijn zorgen uitgesproken over de kritiek van Kamerleden op uitspraken van de rechter. Hij deed dat naar aanleiding van opmerkingen van Kamerleden over het vonnis van de rechter in de zaak Samir A. Die werd vrijgesproken op verdenking van het voorbereiden van een moordaanslag. De rechter was van mening dat Samir A. iets van zins was, maar iets wat in je hoofd zit, is niet strafbaar. Direct na de uitspraak lieten Kamerleden zich horen, in zeer kritische zin. Minister Donner verzet zich tegen deze handelwijze. Hij wees er op dat de rechter niet anders heeft gedaan dan wat de wet van hem vraagt. In dit geval kijken of de verdachte iets heeft gedaan wat de wetgever heeft verboden. Donner heeft de rechter in diens vonnis goed gelezen en geconcludeerd dat die zijn werk goed heeft gedaan: ,,Ik kan de rechter in zijn vonnis volgen.’’
Dat de minister de rechter kan volgen is niet het belangrijkste van zijn opmerkingen. De kern is dat de minister leden van de Tweede Kamer er op wijst dat zij voor hun beurt, of zelfs geheel onterecht, oordelen. De scheiding tussen de politiek en de rechterlijke macht wordt niet eerbiedigd. En dat is schadelijk. De Kamerleden die vorige week zulke stoere taal bezigden, doen mee aan de mode om democratische organen te bekritiseren. En dat is gevaarlijk; uiteindelijk komt daardoor de stabiliteit van de democratie in gevaar, aldus de minister.
Hij wees overigens ook op de grote belangen die spelen. De kritiserende Kamerleden doen alsof het zo maar iets is om Samir A. veroordeeld te krijgen. Maar het is een hele stap om iemand te veroordelen als die iets van plan is. Overigens is het proces tegen Samir A. voor de minister wel reden voor de regering om samen met de Kamer te bekijken of die stap genomen moet worden, en zo ja, hoe dan. Het belang van de opmerkingen van de minister is duidelijk; de Kamerleden vroegen met hun kritiek feitelijk om de introductie van de gedachtepolitie. En is dat wat we willen in ons land? Het zou goed zijn als politici – door media die hen het woord gunnen – gedwongen worden zich uit te spreken over de consequenties van hun stoere opvattingen. Maar al te vaak kunnen politici en anderen ongehinderd kletsen als een kip zonder kop.
Kamervoorzitter Weisglas had afgelopen dagen ook kritiek op Kamerleden en ministers die alsmaar kritiek uitoefenen op het Haagse. Het deugt daar niet. Kritiek is goed, aldus Weisglas, maar pas op voor nestbevuiling. Bovendien zijn de Kamerleden die zo kritisch zijn, deel van Den Haag. Voortdurende kritiek op het systeem waar je zelf deel van uitmaakt, is riskant, vindt Weisglas. Die kritiek holt uiteindelijk de democratie uit. Want als de politici zelf niet meer geloven in het systeem, waarom zouden kiezers dan wel geloof hebben in de democratie?
…en verantwoordelijkheid
De mode van politici om kritiek te hebben op van alles, is op gang gekomen na de ‘revolutie van Fortuyn’, aldus politiciloog Bart Tromp. Die had grote kritiek op de Haagse manier van doen en had daarmee veel succes bij het publiek. Sindsdien proberen politici ook dergelijk succes te scoren, daarin gesteund door media die hun kolommen en uitzendingen graag vullen met kritiek van Kamerleden.
De opmerkingen van Donner, Weisglas en Tromp zijn ernstig te nemen. De wijze waarop soms politici hun collega’s en het systeem op de schop nemen, is onverstandig en gevaarlijk. En nog dom ook. Want ze denken dat het publiek niet doorheeft dat de kritiserende politici zelf bij dragen aan het probleem dat ze zeggen te kritiseren.
Alle betrokkenen bij ‘het spel’ zouden hun verantwoordelijk moeten kennen en zich realiseren dat uitholling en onderwaardering van de democratische instituties, spelen met vuur is.

Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties