Lees hier ons Privacy Statement en Cookie Statement
donderdag 21 juni

Geloof & Kerkvrijdag, 22 september 2006

Judas-evangelie: weinig nieuws in geloofsopzicht

Onlangs verscheen ‘Het evangelie van Judas’ in een Nederlandse vertaling. Dr. Riemer Roukema las het en is kritisch. ,,In historisch opzicht biedt het een zeer interessante aanvulling van onze kennis van de gnostiek van de tweede eeuw. In geloofsopzicht hoeven we ons er niets van aan te trekken.”

RIEMER ROUKEMA
Het apocriefe Evangelie van Judas is dit voorjaar in het Koptisch en in het Engels gepubliceerd, en onlangs is het ook in een Nederlandse vertaling van de hand van professor Van Oort uitgekomen. In dat ‘evangelie’ wordt Judas beschreven als Jezus’ beste en meest ingewijde leerling. Het feit dat hij Jezus overleverde aan de hogepriesters en schriftgeleerden, wordt er als een weldaad beschreven, want Jezus’ dood wordt er aangekondigd als een verlossing van zijn innerlijk.
Deze voorstelling van de verhouding tussen Judas en Jezus roept allerlei vragen op. Is er enige reden om Judas op grond van dit evangelie nu in een heel ander licht te gaan zien? Is Judas in de bijbelse evangeliën te negatief afgeschilderd? Hoe betrouwbaar zijn de overleveringen die nu in het Evangelie van Judas aan het licht gekomen zijn?
Laat ik aanknopen bij een veronderstelling van professor Van Oort. Hij acht het mogelijk dat er in het Evangelie van Judas drie korte uitspraken van Jezus staan die misschien echt zo uit zijn mond hebben geklonken. Die drie uitspraken zijn niet opzienbarend; ze voegen dus amper iets toe aan onze kennis van Jezus’ onderricht. Of die drie uitspraken van Jezus in dat Evangelie van Judas echt van Jezus stammen, wil ik nu in het midden laten - ik ben er niet zo zeker van, maar die wetenschappelijke discussie moet elders worden gevoerd.
Uit deze voorzichtige veronderstelling is echter af te leiden dat alle andere uitspraken van Jezus in dit apocriefe evangelie volgens Van Oort dus onbetrouwbaar zijn. Dit betekent dat er in dit evangelie Jezus allerlei uitspraken in de mond worden gelegd, die hij onmogelijk kan hebben gedaan. Ik zal daarvan een voorbeeld geven.
In het begin van het evangelie moet Jezus lachen om een godsdienstoefening van zijn twaalf leerlingen. Jezus zegt tot hen dat zij dat niet doen uit hun eigen wil, maar dat hun God daardoor wordt geprezen. Zij antwoorden dat zij bidden en danken zoals het hoort, en belijden Jezus als de Zoon van hun God. Jezus geeft echter een afwerend antwoord: ,,Waaraan kennen jullie mij? Voorwaar ik zeg jullie, geen enkel mensengeslacht uit jullie midden zal mij kennen.’’ Wanneer Jezus hun gebrek aan kennis ziet, zegt hij tot hen: ,,Waarom zijn jullie in de war en boos? Jullie God die in jullie is, heeft jullie innerlijk geërgerd.’’ Judas blijkt dan als enige te weten, waar Jezus vandaan komt: van het hoge rijk van Barbelo. Ook zegt Judas dat hij het niet waard is de naam uit te spreken van degene die Jezus gezonden heeft.
Minderwaardig
De achtergrond van dit voorval is heel herkenbaar voor wie een beetje thuis is in de wereld van de vroege gnostiek. De opvattingen die hier naar voren komen, zijn namelijk bekend uit een groot aantal gnostische geschriften uit de tweede en derde eeuw van de jaartelling.
Gnostici meenden veelal dat de God van het Oude Testament een lagere, zelfs minderwaardige God was; dit dachten zij omdat de HEER God in het Oude Testament willekeurig, wreed en jaloers op hen overkwam. Daarom geloofden zij dat Jezus een hogere, meer geestelijke God had verkondigd. Die God was louter geest en licht en kon zich daarom onmogelijk hebben ingelaten met zoiets twijfelachtigs als het scheppen van deze wereld; volgens gnostici was de lagere God daarentegen verantwoordelijk voor de schepping van de wereld en van de menselijke lichamen.
In het Evangelie van Judas zien we dat Jezus’ leerlingen, als echte Joden, de God van het Oude Testament aanbidden. Jezus weet dat ze niet openstaan voor zijn onderricht dat hij zelf niet van die God afstamt, maar verwant is met en gezonden door de hogere God.
Judas wordt beschreven als zijn enige leerling die dit inziet; hij noemt zelfs de naam van een goddelijke gestalte uit de hoge hemel van de ware God, namelijk Barbelo. Men veronderstelt wel dat die naam betekent ,,God in vier’’, en dat dit verwijst naar de vier letters van de naam van God in het Oude Testament, namelijk JHWH ofwel Jahweh, de HEER. Deze uitleg is echter niet zeker. Hoe dit ook zij, in het Evangelie van Judas wordt op gezag van Jezus een onderscheid tussen een hogere en een lagere God geïntroduceerd, waarmee Judas bekend zou zijn geweest.
Is dit nu historisch betrouwbaar? Het antwoord kan kort zijn. Nee natuurlijk. Deze visie op God kan onmogelijk van Jezus zelf afkomstig zijn, maar hoort thuis in de gnostische beweging die aan het eind van de eerste eeuw opkwam. In de tweede en derde eeuw van de jaartelling werden zulke opvattingen aan de rand van het christendom ontwikkeld, en ook christenen van de kerk kwamen soms onder het beslag hiervan. Historisch gesproken is het echter volkomen duidelijk dat dit een latere, secundaire ontwikkeling is die niet op Jezus zelf teruggaat.
Om die reden hebben de kerkleiders van de tweede, derde en vierde eeuw er niet over gepiekerd om aan geschriften zoals het Evangelie van Judas enig gezag toe te kennen. Zij waren wel met zulke opvattingen bekend, maar zij hebben ze als ketters van de hand gewezen. Nu is het een theologisch oordeel, iets als ketterij te brandmerken. In dit geval blijken de kerkleiders echter ook in historisch opzicht het gelijk aan hun kant te hebben gehad.
Met haar keuze voor de evangeliën van Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes heeft de kerk gekozen voor de oudste en meest betrouwbare evangeliën. Alle deskundigen zijn het erover eens dat die evangeliën zijn geschreven in de eerste eeuw van de jaartelling, en dat het evangelie van Judas uit de tweede eeuw stamt en dus veder van Jezus af staat.
Juist
Als het begin van het Evangelie van Judas historisch zo onbetrouwbaar blijkt te zijn, dan roept dit de vraag op, of we de rest ervan dan wel kunnen vertrouwen. Zou het zo kunnen zijn dat Judas minder duivels was dan in enkele teksten van de bijbelse evangeliën wordt beschreven? Het zou kunnen zijn dat de bijbelse evangeliën Judas tijdens Jezus’ leven negatiever afschilderen dan nodig was.
Maar het gaat niet aan, uit reactie dan maar geloof te schenken aan het zeer positieve beeld van Judas dat voorkomt in dit apocriefe evangelie dat in zijn naam is geschreven. Gnostici waren kritisch over de bijbelse personen die er in de kerk slecht af kwamen. Mensen als Kaïn en Esau beschouwden zij als hun helden, omdat zij een conflict hadden gehad met die minderwaardige God van het Oude Testament. Hun conclusie was dat zulke personen dan moeten hebben geweten van die hogere God. Vandaar dat zij ook Judas, die in de kerk als Jezus’ verrader te boek stond, achteraf als hun held hebben beschouwd. Met historisch betrouwbare overleveringen heeft dat niets van doen.
Wat moeten we dus denken van het Evangelie van Judas? In historisch opzicht biedt het een zeer interessante aanvulling van onze kennis van de gnostiek van de tweede eeuw. In geloofsopzicht hoeven we ons er niets van aan te trekken. Terecht heeft de kerk van de eerste eeuwen zulke geschriften afgewezen. Over Jezus’ echte ‘evangelie van het Koninkrijk’ (Matteüs 4:23) hebben die gnostische evangeliën niets te melden.
Dr. R. Roukema is hoogleraar Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit Kampen. Hij schreef: Gnosis en geloof in het vroege christendom. Een inleiding tot de gnostiek, uitgeverij Meinema, 2004

Reageer op dit artikel | Aantal reacties 1


Reacties:

Jacob Slavenburg heeft een leuk boekje over de wijzigingen, zowel bewust als onbewust, in de 4 bekende evangelieen geschreven met als titel:
"Valsheid in Geschriften" Het lijkt wel dat in deze tijd alles aan het wankelen wordt gebracht of onderuit wordt gehaald. Niets is dus zeker of definitief zoals het in eerste instantie wel lijkt.

Jouke, Zeewolde - woensdag, 27 september 2006


Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties