Lees hier ons Privacy Statement en Cookie Statement
dinsdag 19 juni

Hoofdartikeldinsdag, 17 oktober 2006

De vakbonden…
De vakbonden blijven leden verliezen. Al tien jaar. Het percentage werknemers dat is aangesloten bij een bond, is gedaald naar nog geen 25 procent. De daling en het niveau van het aantal leden zijn de bonden een zorg. Bijvoorbeeld om financiële redenen. De grootste vakbond, de FNV, moest ingrijpend reorganiseren en ook het CNV zit minder gemakkelijk in het financiële jasje. Er is een andere, paralelle ontwikkeling: leden verwachten van hun vakbond vooral belangenbehartiging op individueel niveau. Dat is zichtbaar in de samenstelling van het personeel van de vakbeweging: meer juridische medewerkers en minder mensen die op algemener niveau nadenken over arbeidsverhoudingen of over de betekenis van arbeid in de samenleving en dergelijke.
Met name de FNV heeft de laatste jaren allerlei pogingen gedaan het aantal leden te vergroten. Zo is er veel tam-tam gemaakt over de kwalificatie en professionalisering van leidsters in de kinderopvang, met als ‘bijkomend’ effect een nieuwe voorraad potentiële leden. De FNV heeft ook een bond voor zelfstandigen opgericht en ook dat is geen slechte strategische keuze. Het aantal nieuwe eenmansbedrijfjes is groeiende en is dus een aantrekkelijke markt.
Een ander probleem van de vakbeweging is de positionering ten opzichte van de leeftijdsgroepen. Er zijn in ieder geval op korte termijn verschillen in belangen tussen oudere werknemers en jongere. De grote demonstratie in oktober 2002 op het Museumplein was een uiting van protest tegen het beleid van het kabinet Balkenende, maar tegelijkertijd reden voor woede bij veel jongeren. Hun belangen zouden door de bonden minder goed worden behartigd. De verschillende groepen belanghebbenden onder de werknemers vormen mede de achtergrond van een fikse ruzie tussen FNV, CNV aan de ene kant en de kleine vakbond De Unie. De laatste heeft de afgelopen maanden cao’s afgesloten in onder meer de horeca en de kinderopvang die niet naar de zin van de grote broers zijn. De Unie zou eenzijdig de belangen van het middenkader behartigen, menen de grote bonden. Zij proberen de Unie nu buitenspel te zetten.
…in de toekomst
De positie van de vakbonden wordt niet alleen van binnenuit bedreigd - door vooral conflicterende belangen tussen leden. Werkgeversorganisaties hebben een wapen in handen waar de bonden allergisch voor zijn: de kwestie van de vertegenwoordiging. Te pas en te onpas gebruiken werkgevers het dalend percentage aangesloten werknemers als argument: namens wie spreken de bonden eigenlijk nog? Het argument is steekhoudend, in zekere zin. Nuchter bekeken moet je zeggen; hoe kan een kwart van het aantal werknemers spreken voor alle werknemers? Maar zo werkt het niet in Nederland; de bonden hebben een vaste positie in het overleg tussen sociale partners. Bovendien vinden de meeste werknemers het vaak wel goed, wat de bonden doen. Het hoge percentage werknemers dat geen contributie betaalt aan de vakbond is eerder een uitdrukking van misplaatste zuinigheid en van misplaatste onverschilligheid dan van afkeuring van het beleid van de bonden. Toch zal er op termijn iets moeten gebeuren; een te klein percentage werknemers beslist nu via de bonden over de belangen van te veel werknemers. En hun vertegenwoordigers spelen een grotere rol in het sociaal-economisch beleid dan gerechtvaardigd is.
Een ander, zo mogelijk nog groter probleem, is de toenemende ongepastheid van de uitvoering van een van de belangrijkste taken van de vakbond: het afsluiten van een cao die voor alle bedrijven in een bedrijfstak geldt. Onlangs riep een bevlogen vakbondsbestuurder: het gaat weer goed met de bedrijven en de winst moet nu ook naar de werknemers gaan. En dus moet het loon met procenten omhoog. Over welke bedrijven hij sprak, werd niet duidelijk, hooguit over een bedrijfstak. Maar de werkelijkheid van de meeste bedrijven is niet die van de bedrijfstak, maar die van hun eigen omstandigheden. Binnen een bedrijfstak kan het ene bedrijf veel winst maken en het andere nauwelijks het hoofd boven water houden. De traditie van de algemeen geldigheidsverklaring van de cao’s zou haar langste tijd gehad moeten hebben: het ene bedrijf is immers het andere niet. De praktijk van de cao’s zoals die is gegroeid, zou weleens veel schadelijker kunnen zijn voor de werkgelegenheid en de economie in het algemeen dan velen zich bewust zijn. En die praktijk doet evenmin recht aan de groeiende behoefte om als bedrijf, inclusief de werknemers, een eigen sociaal-economisch profiel te maken.

Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties