Lees hier ons Privacy Statement en Cookie Statement
dinsdag 19 juni

Geloof & Kerkvrijdag, 2 maart 2007

‘Je weet niet wie je níet bereikt’

Leeuwarden/ Heerenveen - Er zou meer onderzoek moeten komen naar mensen die op straat leven, maar die de in- en aanloopcentra links laten liggen. Geld is echter het probleem. Dat stelt Attie Nicolaij-Soepboer, coördinator van het Aanloophuis Leeuwarden. ,,Ik vind het heel storend dat het aanloophuis het financieel nog steeds alleen van de kerken moet hebben.”

HANNEKE GOUDAPPL
Het Aanloophuis Leeuwarden was een van de twintig opvangplekken die meedeed aan het onderzoek van Kerk in Actie, en de samenwerkende netwerken van het drugs- en straatpastoraat (LOND), het kerk-en-buurtwerk (Netwerk Urban Mission, NUM) en het inloophuizenwerk (Inloopcentra Beraad, ICB). De onderzoekers concludeerden dat laagdrempelige vormen van opvang door kerken en buurtwerkers, inloophuizen, drugs- en straatpastoraat, steeds meer psychisch kwetsbare mensen over de vloer krijgen. Bij de helft van de onderzochte voorzieningen heeft 80 procent van de bezoekers een psychische handicap. De opvangcentra komen zo volgens hen steeds minder toe aan waar ze eigenlijk voor bedoeld zijn: er zijn voor iedereen die behoefte heeft om samen met anderen ‘een bakkie te doen’ en zo een stukje buurtgemeenschap te bieden.
Voor een groot deel herkent coördinator Nicolaij de conclusies die de onderzoekers trokken. Ook in Leeuwarden heeft een groot deel van de gasten van het aanloophuis op dit moment psychiatrische problemen, of gehad.
Deze ontwikkeling is een gevaar voor de groep mensen zonder deze problemen, die vanuit bijvoorbeeld eenzaamheid voor wat gezelschap en gezelligheid naar het aanloophuis komt, erkent Nicolaij. ,,Ik moet ervoor waken dat mensen die geen psychiatrische problemen hebben, maar wel op straat leven zich niet meer thuis voelen en niet meer komen. Mensen met psychiatrische problematiek zijn vaak toch anders aanwezig, de sfeer is snel wat onrustiger.”
Toch denkt ze dat het Leeuwarder aanloophuis er ,,redelijk” aan toe komt waarvoor ze bedoeld is: er zíjn voor alle gasten en hun een stukje buurtgemeenschap bieden. ,,Je weet niet of je écht wel iedereen bereikt die je wilt bereiken. En of de mensen die hun gezicht niet laten zien, wegblijven omdat er veel mensen komen met een psychiatrische achtergrond. Er zou meer onderzoek naar de mensen zélf moeten komen, wat beweegt hen om naar een aanloopinitiatief te komen. En hoeveel mensen die op straat leven, zie je níet en waarom komen ze niet. Ik zou daar graag onderzoek naar doen, maar daar is tijd en geld voor nodig en vooral dat laatste is er niet.”
Attie Nicolaij is de enige betaalde kracht van het aanloophuis in Leeuwarden, voor twintig uur in de week. ,,Ik vind het heel storend dat het aanloophuis het financieel nog steeds alleen van de kerken moet hebben.” Bijna alle Leeuwarder kerken delen in de kosten van het aanloophuis en zo’n honderd vrijwilligers zetten zich ervoor in. Het aanloophuis is op zaterdagmiddag en op zondag is het geopend en gemiddeld komen er per dag zo’n veertig tot vijftig gasten binnen. Om de vrijwilligers wat meer inzicht te geven in de problematiek van sommige gasten waar ze mee in aanraking komen, geeft het aanloophuis hun cursussen. ,,Dan moeten we altijd naar een zo goedkoop mogelijke cursus kijken, liefst gratis. Terwijl die benodigde scholing voor de vrijwilligers toch belangrijk is. En dat is maar één aspect. We kunnen maar net rondkomen met het budget dat we hebben. Ook overheden zouden hun verantwoordelijkheid moeten nemen en meedragen in de kosten. Zij hebben er ook baat bij dat de mensen niet op straat, maar in een aanloophuis zijn.”
Attie Nicolaij is het helemaal met de onderzoekers eens, die menen er zowel binnen als buiten de opvangvoorzieningen meer aandacht voor de groep kwetsbaren nodig is die het niet lijkt te redden in de steeds individualistischer maatschappij.
Ook Rauke de Hoop, coördinator van aanloophuis Oer de Bręge in Heerenveen vindt begeleiding en training van vrijwilligers erg belangrijk. ,,Hier werkt geen enkele betaalde kracht, wel ongeveer vijftig vrijwilligers.” Een kleine stuurgroep waarvan De Hoop lid van is, zorgt voor begeleiding en training van de vrijwilligers. ,,Een aantal avonden per seizoen zijn er avonden voor de vrijwilligers en soms ook trainingen door professionals. Een goede tip die we eens kregen was ‘je moet niet op de stoel gaan zitten van de hulpverlening’. De mensen mogen bij ons gewoon zijn zoals ze zijn.” Wel erkent De Hoop dat de manier van benaderen van de gasten met een psychiatrie verleden enige kennis vereist. ,,Er zijn gasten die ergens anders therapie krijgen om er weer bovenop te komen. Wanneer wij dan de verkeerde vragen stellen, en gasten daardoor ‘terugvallen’ is dat heel jammer. Daarom bieden we de vrijwilligers trainingen aan.”

Andere situatie

De situatie in het Heerenveense aanloophuis is weer heel anders dan de die in Leeuwarden. Drugs- of alcoholverslaafden komen er nauwelijks. Ook De Hoop herkent dat in het inloophuis veel bezoekers komen met een psychiatrische achtergrond. ,,Ik kan geen exact percentage noemen, maar een groot deel van onze gasten heeft wel een psychiatrie verleden. Al is het geen 80 procent dat op dít moment bij de psychiater loopt.”
De Hoop kan niet merken dat er mensen wegblijven vanwege psychiatrische handicaps van andere bezoekers. ,,Wel hebben aanloophuizen het imago dat er veel drugsverslaafden en zwervers komen. Daardoor blijven mensen die ‘alleen’ eenzaam zijn en wat gezelschap en gezelligheid nodig hebben weg. Ze worden gehinderd door dit imago.
Een luisterend oor bieden aan de álle gasten, is het kerndoel van Oer de Bręge. ,,Ik zeg altijd tegen de vrijwilligers: jij komt hier voor hún verhaal, niet voor jóuw verhaal.”

Zilveren Duim

De vrijwilligers van het aanloophuis Oer de Bręge in Heerenveen hebben onlangs nog de ‘Zilveren Duim’ in de wacht gesleept, voor het jaar 2006. Deze vrijwilligersprijs wordt jaarlijks uitgereikt en is een initiatief van de gemeente Heerenveen en de Heerenveense Courant. Bij het aanloophuis zijn zo’n veertig vrijwilligers in touw. Het huis is vrijdag, zaterdag en zondag open voor iedereen die behoefte heeft aan een praatje of een luisterend oor. Een van de gasten had Oer de Bręge genomineerd voor de prijs. ,,We zijn er best een beetje trots op”, zegt coördinator De Hoop. Naast de Zilveren Duim bestaat de prijs ook uit een certificaat van 500 euro, als aanmoedigingsprijs van de gemeente.
.
.

Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties