Lees hier ons Privacy Statement en Cookie Statement
maandag 25 juni

Geloof & Kerkzaterdag, 3 mei 2008

‘Oecumene buiten de instituten is springlevend’
Noordhorn - ,,Er wordt nog al eens gesproken over de hedendaagse crisis in de oecumene. Men bedoelt dan de institutionele oecumene. De feitelijke oecumene is echter springlevend.” Dat zei synodevoorzitter ds. Gerrit de Fijter gisteren op de Hemelvaartsontmoetingsdag in Noordhorn.
,,Behalve samenwerkingsgemeenten vinden er allerlei vormen van contact, uitwisseling en gesprek plaats tussen individuele kerkleden en kerkelijke groepen.”
Deze insteek voor de oecumene klinkt ook door in de nota Meegaan in de beweging van de Heilige Geest die vorige maand door de synode werd goedgekeurd.
Synodevoorzitter ds. Gerrit de Fijter sprak gisteren op de Hemelvaartsontmoetingsdag in Noordhorn over ‘Wat is de kerk? De kerk dat ben je zelf!’ De dag is een jaarlijks initiatief van de provinciale afdelingen van de Gereformeerde Bond Friesland en Groningen/Drenthe.
Het instituut kerk kan vandaag de dag op weinig welwillendheid rekenen, aldus De Fijter. De kerk moet zich niet al te gemakkelijk af maken van het wantrouwen met betrekking tot instituten, vindt hij, maar moet de kritiek ter harte nemen. ,,Er is altijd een spanning geweest tussen de kerk als instituut en de kerk als gemeenschap. De kritische vraag die aan de kerk als instituut steeds opnieuw gesteld moet worden, is of het instituut voldoende de overdracht van het evangelie bevordert. Als het niet langer gaat om de verkondiging, als de kerk er vooral voor zichzelf is, dan voldoet ze niet aan datgene waartoe ze geroepen is.”
De Fijter refereerde aan de hervormde theoloog Noordmans. ,,In zijn visie hebben alle openbaringsgestalten een bijna ingebakken neiging tot ‘stollen’. Waar eerst alles is gericht op het doorgeven van het heil, wordt langzamerhand alles gericht op de continuïteit van de gestalte zelf.” Een van de ,,meest ellendige voorbeelden” daarvan, vindt De Fijter het ,,voortdurende gepiep over psalmberijmingen in onze kerk, en dan in het bijzonder in de gereformeerde gezindte”. ,,Men wil de traditie met een kleine ‘t’ bewaren evenwel ten koste van de traditie met een hoofdletter ‘T’. Met andere woorden: de nadruk komt te vallen op het instituut zelf, op de gebruiken, de vorm en op het in stand houden ervan.”

Relevantie

Christenen van nu willen zelf de relevantie ontdekken van het christelijk geloof waarin zij zijn opgegroeid, stelt De Fijter. ,,Daarbij gaat het om ‘ervaring’, echte ervaring, die troost en bemoedigt.” Opvallend daarbij is, constateert De Fijter, dat ook in die zoektocht een zekere deïnstitutionalisering plaatsvindt, maar dan in de zin van grensvervaging. ,,Het grensverkeer tussen kerken en groepen die elkaar nog niet zo erg lang geleden uitsloten, is enorm toegenomen. Ik heb sterk het gevoel dat er een soort ‘geestelijke ruilverkaveling’ aan de gang is. Oude greppels, sloten en afscheidingen vanuit het verleden worden opgeheven. Met behoud van noodzakelijke eigenheden van het landschap vindt er een nieuwe herinrichting plaats.”
,,De grenzen tussen kerken lijken meer en meer virtueel te worden. ‘Kerk’ wordt meer en meer de verzamelnaam voor de héle christelijke kerk.”

Schatbewaarder

De Fijter denkt niet dat we aan de vooravond staan van nog veel meer eenwordingsprocessen van kerken. ,,De huidige generatie is in zulke processen nauwelijks geïnteresseerd. Postmodernisten slagen er heel goed in om los van kerkmuren en kerkscheidingen effectief te netwerken. Organisatorische eenheid is niet wat men op het oog heeft. Er wordt daarentegen naar de kerk (in de brede zin) gekeken als schatbewaarder, als doorgeefluik van geloof, van woorden die het evangelie van Jezus Christus zo kunnen vertolken dat ze werkelijk perspectief bieden.”
,,De paradox is dat de ontmanteling van insituten wel eens zou kunnen leiden tot verrassende ontwikkelingen. Niet in de zin van allerlei nieuwe institutionele allianties of verbanden, maar in de zin van een vernieuwing van ons denken over de kerk. Dan zeggen we tegen elkaar op het christelijk erf: de kerk: dat ben jij. Ja, dat zeg je tegen iemand uit een ander instituut omdat je samen mag delen in Christus. Om dat je in Hem de gemeenschap met elkaar hebt ontdekt. We zouden nieuwsgieriger en verwachtingsvoller om ons heen moeten kijken naar de wegen die de Geest met ons gaat.”.

Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties