Lees hier ons Privacy Statement en Cookie Statement
maandag 25 juni

Regiozaterdag, 3 mei 2008

‘Daar zaten ze dan met zeven man in, helemaal van Nova Zembla terug naar Europa’
Eilanders bouwen boot Willem Barentsz na
ARJEN BAKKER
Terschelling - ,,Zo een klein bootje! En daar zaten ze dan met zeven man in, helemaal van Nova Zembla terug naar Europa.” Martinus Kosters stapt door de oude loods van Rijkswaterstaat in de haven en klopt liefkozend op de boot die scheepsbouwer Derk van Dieren uit Harlingen en enkele Terschellinger vrijwilligers daar bouwen.
De voorzitter van de Museumwerf kan er nog steeds maar moeilijk over uit dat de eilander ontdekkingsreiziger Willem Barentsz en zijn bemanning in het voorjaar van 1597 met een zeil- en roeisloep van nog niet eens vijf meter lang het ruime sop kozen, na de gedwongen overwintering in het Behouden Huys. ,,Ik denk dat wel meer mensen dat zullen krijgen als ze straks dit bootje zien. Iedereen heeft op school het verhaal van Barentsz gehoord, en zich daarbij dingen voorgesteld die in het echt heel anders waren. Daarom is het ook zo goed dat we deze boot bouwen: aanschouwelijk onderwijs!”
Derk van Dieren en zijn vaste helpers Peter Boersma, Lieuwe Kaspers en Hylke van der Zee werken twee dagen in de week aan ‘de boot’, zoals ze hem kortweg noemen. Dat wil zeggen: Van Dieren is er op maandag en dinsdag om als deskundige de lijnen uit te zetten, en de rest van de week is meestal wel één van de drie oud-timmerlieden bezig met werk dat door de professionele scheepsbouwer is achtergelaten. Dat moet ook wel, want in juni moet het scheepje al af zijn.
,,We willen hem in de zomervakantie kunnen gebruiken voor het museum”, zegt directeur Gerald de Weerd van gemeentemuseum ’t Behouden Huys. Hij heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de scheepsbouw in de zestiende eeuw in het algemeen en de wederwaardigheden van Barentsz in het bijzonder, en tekende op basis daarvan de bouwtekening voor de boot. ,,De algemene bijboot voor grote schepen uit die tijd. In scheepsverslagen wordt hij altijd nadrukkelijk ‘de boot’ genoemd, ter onderscheiding van losse sloepen die ze ook wel mee hadden.”

Onontbeerlijk

Schepen die op handels- of ontdekkingsreis gingen hadden minimaal één boot op sleeptouw of aan dek, en vaak ook nog één als een soort bouwpakket in het ruim, zodat de bemanning een nieuwe in elkaar kon zetten. ,,Er ging nogal eens een verloren, bijvoorbeeld als in een storm de lijn brak. Dan was het maar goed dat ze een reserve hadden, want deze boten waren onontbeerlijk voor het verkennen van nauwe doorgangen, om eten en drinken te halen aan land, of om contact te leggen met mensen daar. De grote schepen konden lang niet overal komen.” De Weerd legt uit dat de scheepjes in de achttiende eeuw uit het zeebeeld verdwenen. Hij vindt het van historisch groot belang dat er nu een wordt herbouwd. ,,Hiermee kunnen we aan ‘experimentele archeologie’ doen: hoe is het nu om met zeven of acht man in zo’n bootje te zitten? Wat zijn de vaareigenschappen? Is hij moeilijk te zeilen?”
Op het waddeneiland zijn Kosters, De Weerd en de hunnen voorlopig wel een beetje de enigen die zo enthousiast zijn. Vooral oudere Terschellingers hadden veel liever gezien dat de Museumwerf een Jo Krul-vletje was gaan bouwen: het eilander scheepstype dat in de negentiende en twintigste eeuw op de gelijknamige werf werd gebouwd.
,,Ik snap dat sentiment”, zegt De Weerd. ,,Krul stopte in 1965, de oude eilanders hebben zelf die vletjes gebouwd zien worden. Emotioneel raakt zo’n boot ze meer dan het scheepje dat we nu bouwen. Maar historisch gezien is een Krul-vletje nauwelijks interessant: er zijn er nog een aantal van in gebruik, we weten nog precies hoe ze gemaakt werden.” Het Behouden Huys en museum Aike van Aike hebben ook al jaren exposities over de werf van Krul.
De bouw van de Barentszsloep schept juist mogelijkheden om museumbezoekers wat méér bij te brengen dan alleen de eilander historie. ,,We kunnen naar aanleiding hiervan meer vertellen over de Nederlandse ontdekkingsreizen in het algemeen, over de Hollandse scheepsbouw, noem maar op.”
De relatieve desinteresse bij de gewone eilanders is trouwens een universeel verschijnsel, zegt De Weerd. ,,Bij historische ontdekkingen geldt: onderzoekers raken opgewonden naarmate het ouder en zeldzamer is. Bij het grote publiek is het net andersom.”

Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

regio
Familieberichten
Advertenties