Lees hier ons Privacy Statement en Cookie Statement
woensdag 20 juni

Geloof & Kerkzaterdag, 3 mei 2008

Onterecht boeten voor fouten ouders

Leusen - De synodebestuur van de Protestantse Kerk in Nederland heeft kerkenraden in een brief gevraagd rond 4 en 5 mei aandacht te schenken aan het onrecht dat veel NSB-ers vlak na de bevrijding is aangedaan. Gerrit Bothof (78) zijn ouders uit Leusden waren lid van de NSB. Zijn relaas.

Theo Klein
Bothof (78) wil niet het straatje schoonvegen van zijn ouders en andere NSB-leden. Maar hij is blij met de brief van het moderamen van de PKN. Het was zijn verzoek aan de synode over dit in zijn woorden ‘laatste onrechttaboe’ dat leidde tot de brief aan de kerkenraden. ,,Mijn ouders hebben fouten gemaakt, maar zijn niet fout geweest. De straf die zij en anderen ontvingen stond in geen verhouding met hun verkeerde politieke keuze.”
Gerrit Bothof was 15 jaar toen de oorlog afliep. Zijn ouders werden geïnterneerd, hij en zijn drie jongere zussen kwamen in verschillende kindertehuizen terecht. Na een jaar kwam zijn moeder vrij en werd het gezin deels herenigd. Zijn vader, die zichzelf bij een interneringskamp meldde toen een poster NSB'ers daartoe opriep, kwam, als licht geval beoordeeld, na twee jaar vrij. ,,We waren toen alles kwijt. Ons huis was ingepikt, alle spullen, van kleding, huisraad en speelgoed tot kunstwerken die mijn vader had verzameld, waren weg. Mijn vader werd uit rijksbetrekking ontslagen en zijn pensioenrechten werden ontnomen. Gelukkig kreeg hij vrij snel, met hulp van de wijkpredikant, een betrekking.”

Zwaar overtrokken

Het verhaal van zijn familie staat volgens Bothof model voor wat veel NSB'ers en familieleden overkwam. Dat na de oorlog NSB'ers niet hun leven konden oppakken alsof er niets was gebeurd, begrijpt Bothof wel. Maar dat alle NSB'ers, ongeacht wat ze hadden gedaan, met hun vrouwen en kinderen werden geïnterneerd, was een zwaar overtrokken reactie vindt hij. De Nederlandse regering in Londen was dat volgens hem in eerste instantie ook niet van plan. ,,Aanvankelijk wilde Londen de kopstukken, eventueel met het middenkader, aanpakken en uiteraard iedereen die het Wetboek van Strafrecht aan de laars had gelapt. Het liep echter anders. Een nieuwe minister van Justitie werkte de Bijzondere Rechtspleging vooral uit op basis van eenzijdige berichtgeving van uit Nederland overgekomen informanten. Daarbij kwam via Radio Oranje een hetze tegen NSB'ers op gang. Dat maakte de geesten rijp voor een afrekening. Het credo leek hoe zwarter je de ander maakt, hoe witter je zelf wordt. Maar, en dat werd vergeten, ook NSB'ers hadden grondrechten en waren medemensen.”
De NSB'ers werden volgens hem de zondebokken voor wat de Duitsers vooral in het laatste oorlogsjaar aan misdaden pleegden. ,,Op een klein groepje criminelen na werden de Duitsers afgevoerd naar de heimat, de NSB'ers bleven en kregen de volle laag. In de interneringskampen ging het er soms ruig aan toe. Mishandelingen, doodslag, slechte medische verzorging, baby’s en moeders van elkaar scheiden, verkrachtingen. Deze mensen is onrecht aangedaan. Je had NSB'ers en slechte NSB'ers, net zo goed als dat je ook in het verzet slechten en goeden had.”

Landverraders

,,Mijn vader werd al begin jaren dertig lid van een fascistische beweging vanuit zijn gevoel voor sociale gerechtigheid, een van de pijlers van die beweging. Hij was beslist geen antisemiet. Het partijprogram van de NSB kende oorspronkelijk geen Jodenparagraaf. De antisemitische stroming kwam pas later op en werd vooral in de oorlog sterk. Mijn vader had een goede secretariële functie bij een Joods slachtbedrijf. Dat werd in de jaren dertig door Unilever overgenomen. Hij beheerde het vermogen dat de directeuren van de overname overhielden. Ook nadat zij in 1938 voor de Duitse dreiging naar de VS waren gevlucht. In de oorlog hadden onze overburen onderduikers. Dat wisten mijn ouders, maar je verraadde ze niet. Zoals ons gezin waren er velen. Lid van achteraf gezien de verkeerde politieke partij, maar daarmee nog geen landverraders of slechte mensen die anderen bewust en direct kwaad berokkenden. Om in de oorlog slechte dingen te doen, hoefde je geen NSB'er te zijn. Toen de Amsterdamse politie niet snel genoeg Joden kon ophalen, meldden zich 340 Haagse agenten, de meesten geen NSB'ers, vrijwillig om te helpen. Veel NSB'ers waren helemaal niet blij met de Duitse inval. Het verwarde hen. Ze voelden zich geen landverraders, ze waren in de eerste plaats nationalisten die een onafhankelijk Nederland wilden, ook al zagen de Duitsers hen als bondgenoot. En zoals de Joden werden behandeld vervulde mijn vader, en vele NSB'ers met hem, van afkeer.”
In 1944 bedankte Bothofs vader, inmiddels werkzaam als financieel ambtenaar, voor de NSB. Niet omdat de Duitsers de oorlog dreigden te verliezen, maar vanwege een ruzie met een regionale commandant van de Hulplandwacht. Die breuk met de NSB was volgens Bothof niet simpel. ,,Er werd heel wat druk uitgeoefend om lid te blijven, dat vergeten heel wat ‘goede’ Nederlanders ook wel eens.”
NSB'ers staan tot op de dag van vandaag als archetype van het kwaad bekend. Dit wijt Bothof vooral aan de beeldvorming van dr. Lou de Jong in zijn boeken over de Tweede Wereldoorlog en de tv-serie De Bezetting in de jaren zestig.
,,Dat was echt een zwart-wit schets waarbij alle NSB'ers als landverraders werden afgeschilderd. Maar denk je nu echt dat die mensen die in de jaren dertig lid werden van de NSB enig vermoeden hadden van wat er in de decennia daarop zou gebeuren? Achteraf is altijd makkelijk aan te wijzen wat goed en fout is, al blijkt bij nadere bestudering nog heel wat te nuanceren.”
Hoe kinderen van NSB'ers leden onder de slechte behandeling door veel Nederlanders, kwam in de jaren tachtig boven tafel. ,,Mensen als ds. Klamer van het IKON-pastoraat kregen steeds vaker de verhalen te horen van NSB-kinderen. Sommigen werd hun leven lang nagedragen dat hun ouders fout waren in de oorlog. Daar konden zij toch niets aan doen?”
Het leidde in 1982 tot de oprichting van de Werkgroep Herkenning. Maar wat die ouders hadden gedaan werd nog steeds als abject gezien. Vandaar mijn brief aan het moderamen met het verzoek rond 4 en 5 mei aandacht te besteden aan het onrecht dat veel NSB-leden en hun familie is aangedaan.”
Directe aanleiding om ds. Arenda Haasnoot, vice-voorzitter van de Protestantse Kerk, aan te schrijven was een interview met haar in De Telegraaf. ,,Zij stelde daar: ‘Schadelijk gedrag of foute acties kunnen generaties lang doorwerken. Dat zie je bijvoorbeeld bij kinderen van NSB'ers. Die hebben zo ontzettend geleden onder de manier waarop ze werden bekeken. En hún kinderen ook weer. Als je leeft met God en je daarnaar gedraagt, werkt dat ook door in je omgeving’. Haar woorden raakten mij.”

Schuldbelijdenis

,,Wat mij ook bemoedigde om de kerk aan te schrijven was de schuldbelijdenis die 25 NSB'ers in 1947 in overleg met prof. C.P. Gunning hadden opgesteld. De synode besloot de kern van deze schuldbelijdenis als kanselboodschap aan de gemeenten aan te bieden. Die schuldbelijdenis werd voorafgegaan door een erkenning dat de politieke gevangenen door de overige Nederlanders slecht waren behandeld zowel in de kampen als daar buiten. Zeker omdat dit in 1947 werd gedaan, vind ik dat veelzeggend.”

Brief aan kerkenraden 4 en 5 mei

Bothofs brief aan ds. Arenda Haasnoot, vice-voorzitter van de PKN, was de aanleiding voor het verzoek aan kerkenraden om dit jaar rond 4 en 5 mei aandacht te schenken aan kinderen van NSB'ers. Maar in de brief wordt ook gesteld dat NSB'ers na 1945 ‘soms op een volstrekt onverantwoorde wijze vernederd, uitgerangeerd, weggekeken en niet of nauwelijks weer opgenomen in de samenleving’ zijn. Een gevoelig punt, erkent Haasnoot. ,,We hebben in het moderamen wel gesproken over de gevoeligheid van deze materie ook ruim zestig jaar na de oorlog. We vertrouwen er echter op dat het begrepen zal worden. Het gaat ons in de eerste plaats om de kinderen van NSB'ers. Maar er zijn direct na de oorlog zaken gepasseerd die achteraf gezien anders hadden gemoeten. Het is wel te begrijpen dat het zo ging, gezien alle spanningen en de ontlading na de bevrijding. Maar de zaken rond goed en fout lagen op veel vlakken genuanceerder, al is de brief zeker niet bedoeld om dingen te bagatelliseren.” De brief is te lezen op www.pkn.nl.

Herdenkingsbijeenkomst

De Raad van Kerken Heerenveen e.o. houdt morgen een herdenkingsbijeenkomst in de Kerk aan de Fok. Thema is ‘Tot in het vierde geslacht’. In de bijeenkomst worden de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog herdacht, maar ook stilgestaan bij de vraag hoe de oorlog gevolgen had voor latere generaties. ‘Ze heeft invloed op levens van mensen die de oorlog meegemaakt hebben en op mensen die toen nog kind waren’, aldus de Raad van Kerken. In de bijeenkomst worden familiegeschiedenissen verteld waaruit blijkt wat voor impact de oorlog heeft op de levens van gewone mensen en hun kinderen. Sprekers zijn Erica Bouwhuis afkomstig uit Oost-Duitsland en ds. Coen Wessel. Bouwhuis groeide op in de DDR, vlakbij concentratiekamp Büchenwald. Verder vertellen twee vrouwen - beide kind van NSB'ers - van de Werkgroep Herkenning hun verhaal. De bijeenkomst is voor alle inwoners van Heerenveen. Aanvang is 18.45 uur. Deelnemers kunnen aansluitend meedoen aan de stille tocht.

Reageer op dit artikel | Aantal reacties 1


Reacties:

Mijn opa, Hedrik Last, was niet zozeer fout in de oorlog, maar had een
kokosfabriek, en was vader van maar liefst twaalf kinderen. Hij moest
voor de "Wehrmacht" biezen sloffen produceren, die naar het schijnt
gebruikt te zijn voor soldaten aan het Oostfrond. Ook die kreeg na de
Tweede Wereldoorlog gesommeerd om zich voor een tribunaal te melden. Wat
had de man anders moeten doen; honderd werknemers op straat zetten en met
veertien personen onder proberen te duiken, of gewoon meewerken? Zal er
de oorlog een dag langer om hebben geduurd door die biezen sloffen?

Christel Last, cwlast@home.nl
Genemuiden

Christel Last, Genemuiden - maandag, 19 mei 2008


Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties