Lees hier ons Privacy Statement en Cookie Statement
dinsdag 19 juni

Sportvrijdag, 10 april 2009

Bondscoach Van den Bos blij met opmars, maar hamert wel op voldoende trainingsuren
‘Ook in korfbal bereik je de wereldtop niet zomaar’
Ernst Slagter
Leeuwarden - Het was de bedoeling dat Jan Sjouke van den Bos gisteren in Leeuwarden een clinic zou geven voor een groot aantal korfbaltrainers. De bondscoach van het Nederlandse team zag voorafgaande aan het WK voor de jeugdlandenteams tot 19 jaar, vanaf vandaag in het Kalverdijkje, een ideaal moment om zijn kennis te delen met de rest van de wereld. Geluisterd wordt er wel degelijk door een groot aantal buitenlandse spelers, maar slechts een handvol coaches komt opdraven.
Van den Bos is een man die met zijn spierwitte haardos een natuurlijk gezag uitstraalt. Een type-Leo Beenhakker, zeg maar. Iemand die met zijn schat aan ervaring een goed gevulde hal anderhalf uur lang stil kan houden met zijn rustige maar dwingende manier van spreken. ,,Maar dan verwacht ik wel meer dan vijf coaches die komen luisteren”, zegt Van den Bos. ,,Er zijn hier voor het WK veertien landen. Dan zou er toch minimaal één coach per land langs mogen komen.”
Na zijn clinic schiet een Indiër de bondscoach aan. ,,Ik heb alles opgeschreven. We gaan met uw informatie een training opzetten.” Van den Bos lacht zijn tanden bloot. ,,Jullie verrichten goed werk. Ik heb in de toekomst hoge verwachtingen van India.” Het compliment doet de oefenmeester zienderogen goed. Andere landen kennis bijbrengen is dan ook de primaire reden voor hem om een clinic te geven.
,,We willen buitenlandse coaches op weg helpen. Nederland heeft verreweg de meeste kennis op korfbalgebied en die willen we graag delen met andere landen.” Momenteel wordt korfbal gespeeld in zo’n zestig landen. Toch hebben Nederland en België nog altijd een monopolie op de grote overwinningen. Van den Bos: ,,Landen zat, maar we missen concurrentie. We willen meer strijd, meer competitie. Gelukkig is korfbal bezig aan een opmars, maar daarin zijn we wel een stuk later dan vrijwel elke andere sport.”
Rusland en Taiwan, beide vertegenwoordigd op het jeugd-WK, zijn twee landen die de laatste jaren aan een aanzienlijke opmars bezig zijn. Taiwan heeft zich zelfs achter Nederland en België naar de derde plaats op de mondiale ranglijst geknokt. ,,Taiwan is een van de weinige nationale ploegen die twintig uur per week traint. In veel andere landen blijft het er vaak maar wat bij hangen. Dan wordt het natuurlijk niets. We hebben het wel over topsport.”
Daarmee legt Van den Bos de vinger op de zere plek. Overal in de wereld verschijnt nu en dan weer eens een nieuw land dat korfbal in de armen heeft gesloten, maar de ontwikkeling stopt vaak na enige tijd alweer. Hoewel veel Nederlandse coaches de grenzen oversteken om het korfbal elders groter te maken, heeft Van den Bos het idee dat het ook aan de mentaliteit ligt.
,,Taiwan is een land dat langere tijd aan de top kan blijven. Daar zit genoeg grond onder de voeten. Maar af en toe zie ik weer een land verschijnen waarvan ik niet weet of ze het lang volhouden. Bij Pakistan bijvoorbeeld kan het na een half jaar alweer afgelopen zijn. Het is heel opportunistisch allemaal. Dat zie je ook bij het bobsleeën in Nederland. Opeens willen ze meedoen in de wereldtop. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan.”
Bij de veertiende editie van het WK voor jeugdlandenteams zijn veertien landen van de partij, wat ook het maximale aantal is gezien het aantal dagen en de bezetting in het Kalverdijkje. India is voor de eerste keer vertegenwoordigd, terwijl Polen en Zuid-Afrika er na een onderbreking weer bij zijn. Van den Bos bekijkt morgen de verrichtingen van de jeugdige spelers. Vorige week reisde hij nog af naar Schijndel, waar een WK voor landenteams onder de zestien jaar werd gehouden. Engeland verraste daar door in de halve finale te winnen van België, hoewel ze in de eindstrijd werden afgedroogd door hun Nederlandse leeftijdsgenoten.
Van den Bos ziet een positieve ontwikkeling en verwacht dat die doorzet. ,,Het is gelukkig gewoonte geworden voor buitenlandse teams om zich al in een vroeg stadium met Nederland te meten. Daardoor kan het niveau alleen maar toenemen. Een van de belangrijkste graadmeters zullen de uitslagen zijn. Ik weet niet alles van dit jonge Nederlandse team, maar het zegt veel als ze níét met ruime cijfers winnen.”

Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

sport
Familieberichten
Advertenties