Lees hier ons Privacy Statement en Cookie Statement
donderdag 21 juni

Hoofdartikeldinsdag, 23 juli 2013

Ondervraging onder ede voor Kamer
Deze zomer zitten de Kamerleden die de parlementaire enquête naar het Fyra-debacle onderzoeken met metershoge stapels dossiers thuis. De flop met de hogesnelheidtrein kent een geschiedenis die vele jaren teruggaat en dat heeft zijn sporen achtergelaten in beleidsstukken. De Fyra rijdt intussen niet meer. Dit jaar nog wordt er een beslissing genomen over hoe nu verder, maar daarover zal de enquêtecommissie geen uitsluitsel bieden. Daarvoor zal het onderzoeksproces namelijk te lang duren.
De commissie is nu nog een voorbereidende commissie. Voordat de eerste verhoren beginnen zijn we maanden verder. En het moment dat het eindrapport er is, zal niet binnen een jaar zijn. De vraag is dan zelfs: is Nederland er van deze enquête nu wijzer op geworden? Dát er sprake is van falen, is immers nu ook al wel duidelijk. Er zijn genoeg analyses geschreven die helderheid geven over wat er is misgegaan.
Het Fyra-debacle is een politiek heet hangijzer, maar op zichzelf overzichtelijk. Iets heel anders is het geval met die andere parlementaire enquête die binnenkort ook van start gaat: die over de problemen bij woningcorporaties. Dat is een structureler probleem met veel kanten, waarvan het altijd moeilijk is geweest - en nog - om de vinger op de zere plek te leggen. Die enquête is vooral de moeite waard omdat iedereen vindt dat het anders moet, maar niemand weet hoe het dan wel moet.
Wat de Fyra betreft was een korter en sneller onderzoek beter geweest dan het zware middel van een enquête. Dat had ook best gekund. De Tweede Kamer kan hoorzittingen houden; die zijn binnen een week te organiseren. Of een eigen onderzoek; dat kan binnen een jaar af zijn. Probleem daarbij is echter dat de betrokkenen dan niet onder ede gehoord kunnen worden. Wil de Tweede Kamer echt zeker weten dat de onderste steen boven komt, dan is een tijdrovende enquête toch de enige oplossing.
Daarom stemde de Tweede Kamer vlak voor het reces in met een motie van Gert-Jan Segers (ChristenUnie) voor een parlementaire ondervraging. Daarmee kunnen de betrokkenen én snel én onder ede gehoord worden. In het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten is dit al jaren een gebruikelijke, vaak toegepaste methode. Onlangs promoveerde de jurist Sandor Loeffen op dit onderwerp. Hij kwam tot de conclusie dat deze methode belangrijk kan zijn om de informatiepositie van het parlement te vergroten en ook de betrokkenheid van de burgers.
Uiteraard is dat het geval; een onderwerp kan bij deze methode heet van de naald onderzocht worden, resulterend in een eindrapport op een moment dat het onderwerp niet allang is weggezakt uit de publieke belangstelling. Bijkomend voordeel is dat de drempels die gelden bij een parlementaire enquête - kosten, duur en arbeidintensiviteit - er niet zijn bij een ondervraging.
Er is één maar. Iemand onder ede verhoren is een zwaar middel. Het moet absuluut voorkomen worden dat een parlementaire ondervraging onder druk van de actualiteit en de publieke opinie tot een schervengericht leidt. Het gaat immers om waarheidsvinding, niet om rechtspreken. Daarom zal de Tweede Kamer bij de uitwerking van de motie-Segers genoeg zekeringen moeten inbouwen die misbruik voorkomen. Als dat goed gedaan wordt, kan het ‘kleinere broertje’ van de parlementaire enquête een goede aanvulling zijn voor de controlerende taak van het parlement.

Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties