Lees hier ons Privacy Statement en Cookie Statement
maandag 25 juni

Hoofdartikeldonderdag, 5 juni 2014

Wie beslist over plaatsing windmolens?
Bijna iedere avond gebeurt het ergens in Fryslân: een emotionele bijeenkomst over windmolens. Het rijk heeft de provincies een taak opgelegd wat betreft productie van duurzame energie. De plaatsing van windmolens maakt deel uit van de plannen die ertoe moeten leiden dat Fryslân zijn aandeel in duurzame energie kan leveren. Het college van Gedeputeerde Staten (GS) heeft diverse plannen gemaakt voor plaatsing, om te voorkomen dat het rijk gaat bepalen waar de windmolens komen. Voorstellen van GS om de molens in grote parken te plaatsen (zoals bij het klaverblad bij Heerenveen) zijn terzijde gelegd, vanwege de weerstand. Nu toeren GS door het Friese land om draagvlak te krijgen voor ‘plukjes’ windmolens door de hele provincie. Dat draagvlak moet worden bevorderd op bijeenkomsten in dorpen. Tijdens die bijeenkomsten gaat het er emotioneel aan toe. Er zijn diverse soorten bezwaren tegen de plannen. De emotioneelste bezwaren komen van mensen die geen molen in hun ‘achtertuin’ willen hebben, of die horizonvervuiling vrezen of bang zijn dat de molens sterke geluidshinder zullen geven. Een ander type bezwaar is het fenomeen windenergie als zodanig. De ene studie geeft aan dat windmolens nooit winstgevend kunnen zijn als alles wordt meegerekend; andere studies hebben andere rekenmodellen met andere uitkomsten. De noodzaak tot duurzame energie hoeft niet te worden uitgelegd. Helaas heeft het rijk steeds een zwalkend duurzaamheidsbeleid gevoerd, waardoor jaren lang veel te weinig schone energie is gewonnen en er nauwelijks een structureel spaarzaamheidsbeleid is gevoerd – tot op de dag van vandaag staan (overheids)gebouwen ’s avonds in de schijnwerpers, om maar één lichtend voorbeeld te noemen. Burgers die echt wilden investeren in zonneenergie werden eerder afgestraft dan dat ze werden gestimuleerd, ondanks allerlei subsidiecampagnes. De overheid heeft niet geïnvesteerd in bijvoorbeeld slimme besparingen voor verlichting van de wegen en heeft structureel verzuimd de groene economie te bevorderen. De overheid heeft veel boter op haar hoofd als het om duurzaamheid gaat, mede door ‘begeleiding’ van de fossiele-energielobby. De treffendste metafoor voor het slechte beleid is de uitspraak van premier Rutte in verkiezingstijd: windmolens draaien op subsidie. De overheid kan gelet op haar verleden geen enkele morele claim leggen op de bevolking om akkoord te gaan met welke plannen ook. Intussen is er de verplichting tot het leveren van een bijdrage per provincie aan de duurzame energie. GS hebben een zwaar ‘communicatietraject’ opgestart om te bevorderen dat het gewenste draagvlak voor windmolens ontstaat. De beslissing daartoe is enigszins begrijpelijk, maar erg risicovol. Alles wat wordt verkondigd over nut en noodzaak van windmolens wordt met argwaan beluisterd en beoordeeld. En terecht. De beste strategie is die van het simpele verhaal. Er is de (politieke) realiteit van de noodzaak van duurzame energie, ook via windmolens. Als Fryslân het niet voor elkaar krijgt om met plaatsingsvoorstellen te komen, neemt het rijk de beslissingen. Althans, zo lijkt het. Voor de provinciale politiek is zo’n rijksbeslissing misschien het gemakkelijkst, maar tevens het minst acceptabel.

Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties