Dit artikel is vandaag gratis

De Brouwers redden generaties

Hielke en Gelske Brouwer.

Hielke en Gelske Brouwer uit Twijzel brachten tijdens de Tweede Wereldoorlog ongeveer honderd Joden in veiligheid. Hun woning werd gebruikt als doorgangshuis voor onderduikers. Een van hen legde een verzameling aan van verhalen van de geredde Joden. Een unieke bundel.

Hielke en Gelske Brouwer vonden het niet meer dan logisch dat ze tijdens de Tweede Wereldoorlog zo veel onderduikers hielpen. Ze deden hun plicht. Maar tot op de dag van vandaag wordt stilgestaan bij wat de Brouwers hebben gedaan. Wereldwijd, want de geredden van toen zijn uitgewaaierd over de hele wereld.

Marthi Hershler-de Wilde (1935) is een van hen. Zij begon in 1970 een speurtocht naar de door de Brouwers geredde Joodse onderduikers en maakte een album van hun verhalen. Een uniek document. Met behulp van een oud adresboekje van Jantsje Sevinga-Brouwer, de dochter van het echtpaar, en via onderduikfamilies en andere binnengekomen tips probeerde zij haar lotgenoten, die verspreid over de wereld woonden, op te sporen en verzocht hun op te schrijven hoe hun leven na 1945 was verlopen.

Nauwgezet verzamelde zij die unieke verhalen in een doodgewone multomap, die op 5 mei 1970 aan Hielke en Gelske Brouwer werd aangeboden als eerbetoon voor hun levensgevaarlijke inspanningen. Dankzij kleinzoon Ieke Sevinga is die bundel in het archief van Tre-soar in Leeuwarden in te zien.

Ieke en zijn vrouw Lia Sevinga vinden het soms wel wat ongemakkelijk. „Zelfs naar ons toe wordt die dankbaarheid, elke keer dat wij telefoneren met de mensen die gered zijn, uitgesproken.”

Het kenmerkt de houding van veel verzetslieden en hun nazaten. Hun ouders en grootouders deden hun plicht. Geen reden voor dikdoenerij. Er werd binnen de familie ook amper over gesproken. „Pas toen pake wat ouder werd kon ik er met hem over praten”, vertelt Ieke vanuit Olterterp in een telefonisch onderhoud. De hele familie zat in het verzet en dat heeft diepe sporen nagelaten, want zonder kleerscheuren zijn ze er niet van afgekomen. „Maar het heeft ook iets moois opgeleverd, want mijn moeder en vader hebben elkaar via de ondergrondse leren kennen.”

Middelpunt

Hielke Brouwer was een belangrijk man binnen de LO van Achtkarspelen. Zijn huis in Twijzel fungeerde als middelpunt van de coördinatie van de onderduik van Joden in de gemeente. Hij was als rijkscontroleur veel onderweg en kwam bij velen over de vloer. De contacten die hij hierdoor opdeed, bleken in de oorlogsperiode waardevol. Hielke, Gelske en dochter Jantsje begeleidden de volwassenen en kinderen vervolgens naar de onderduikadressen.

Toen de zussen Marthi en Jolijn (1938) de Wilde arriveerden, besloten de Brouwers om de meisjes in huis te nemen. „Het was voor mij een goede tijd”, zegt Marthi telefonisch vanuit haar huis in Jeruzalem. „Het voelde allemaal zo vanzelfsprekend. We maakten veel grapjes met elkaar. Zo vroeg omke Hielke meer dan eens in de ochtend of ik lekker had geslapen. ‘Jazeker’ zei ik. ‘Nou dan kun je je bed ook wel verkopen’, zei hij dan.” Hielke vroeg meer dan eens in de ochtend of ik lekker had geslapen. ‘Jazeker’ zei ik. ‘Nou dan kun je je bed ook wel verkopen’, zei hij dan.

Maar het ging niet altijd goed. Hielke en Jantsje werden in augustus 1944 opgepakt en zaten zeven weken gevangen in Leeuwarden. Toen de meisjes op een tijdelijk adres in Garijp werden ondergebracht vanwege de arrestatie, volgde daar een bijzondere hereniging. Moeder Ada de Wilde hield het niet langer uit op haar onderduikplek in Amsterdam. Zij besloot om als begeleidster met een hongertransport naar Fryslân te reizen. De reis verliep zonder problemen en een intens weerzien met haar dochters volgde.

Toen vader en dochter Brouwer kwamen, mogelijk doordat er papieren waren ‘zoekgeraakt’ en er geen reden kon worden bedacht om ze langer vast te houden, keerden de meisjes met hun moeder terug naar Twijzel, waar ze bij de familie Brouwer tot het einde van de oorlog zouden blijven.

Ook Hans van der Sluis (1935) uit Canada leverde een bijdrage. „Hielke Brouwer heeft mij met de fiets van mijn onderduikadres in Alphen aan den Rijn opgehaald. Ik kan het eigenlijk niet bevatten, we moeten bijna een week bezig zijn geweest om naar Twijzel te komen.” Of ze samen inderdaad 230 kilometer hebben gefietst, is niet echt te achterhalen. „Het kan ook best iets anders zijn gegaan. Ik heb zo veel meegemaakt en het lijkt soms net of het over iemand anders gaat wanneer ik over mijn eigen oorlogsverleden praat.”

Onvergetelijke belevenis

In Twijzel begon een nieuwe periode voor Hans. Na een tijdelijk adres werd hij liefdevol opgevangen bij pake en beppe Stiksma, die samen met dochter Fokje aan De Wedze woonden. Hielke Brouwer bleef desondanks een oogje in het zeil houden. „Soms moest ik naar de familie Brouwer toe, waarschijnlijk om te kijken of alles nog goed met mij ging.” Ook Chawa Margot Loopuit (1937) werd door Hielke Brouwer naar een onderduikadres gebracht. Ditmaal kon hij bij de moeder van zijn schoondochter een plekje regelen.

Zo belandde het meisje bij het gezin Van de Pol, bestaande uit moeder Bernhardina (Dina), dochter Elisabeth Geertruida (Bep) en zonen Chris en Bernhard. Chawa moest daar vooral binnen blijven, er waren vaak razzia’s. Bij een ervan werden Chris en Bernhard opgepakt. De laatste is in Duitsland om het leven gekomen.

Ook Dina overleed nog in de oorlog; zij stierf begin januari 1945 na een kort ziekbed. Een nare periode voor Bep en Chawa, die alleen achterbleven. Na de oorlog bleken de ouders van Chawa vermoord en in 1949 verhuisde zij naar Israël. In juli 2000 bracht Chawa met haar familie een bezoek aan het huis in Drogeham waar zij ondergedoken zat. ,,Het was voor mij, mijn kinderen en kleinkinderen een heel bijzondere en onvergetelijke belevenis.”

Yad Vashem

Hielke en Gelske kregen al in 1970 de onderscheiding Yad Vashem voor de Rechtvaardigen onder de Volken en er werd ter ere van hen een boom geplant bij het gelijknamige herdenkingscentrum in Jeruzalem. Marthi: „Het is haast niet te beseffen wat hij gedaan heeft voor andere mensen. Helke Brouwer was een man van weinig woorden. Hij sprak niet, hij deed.”

De terugkeer van de Joodse Kinderen is een samenwerkingsproject van Stichting De Verhalen, Leeuwarder Courant, Friesch Dagblad, Omrop Fryslân en Tresoar. De provincie Fryslân verleent subsidie.

Nieuws

menu