Dit artikel is vandaag gratis

In Limburg wordt meer gegeten dan alleen vlaai. Zelf bakken voor een verjaardag is heel gewoon. Deze Bienenstich oftewel zoete bijensteek, bijvoorbeeld | Weekendrecept

Bienenstich op z'n Limburgs. Foto: Ellen Stikkelbroeck

Op verjaardagen staat er in Limburg uiteraard vlaai op tafel. Met zo’n geruit raster erop en liefst van de echte bakker. In onze familie werd er daarnaast ook zelf gebakken. Een Bienenstich bijvoorbeeld.

Deze maand woon ik 22 jaar in Fryslân. Ik kwam naar het Noorden voor een baan bij de krant en voelde me hier als Limburgse al snel thuis. Dat ik inmiddels getrouwd ben met een Fries en onze zoon hier werd geboren, draagt natuurlijk bij aan dat thuisgevoel. Maar hoewel ik vermoedelijk net zo nuchter ben als een Fries voel ik me diep van binnen nog altijd een Limburgse. Dat zit ’m vooral in de taal, denk ik. Ik spreek de Friese taal weliswaar al jaren vloeiend, maar zodra ik het Limburgs hoor, maakt mijn hart een sprongetje.

En het zit ’m zeker ook in lekkernijen. Of in herinneringen daaraan, zoals verjaardagen van vroeger. Niet alleen werd er vlaai gehaald bij de warme bakker, maar mam bakte dan zelf ook nog wat. Meestal een appeltaart en vaak ook een Bienenstich . En laat ik in die laatste nu zin hebben. Hebben we mooi gebak om dit weekeinde de eerste verjaardag van onze hond mee te vieren.

Duitse sage

Waarom heet een Bienenstich eigenlijk zoals die heet? Met de bijensteek heeft deze zoete heerlijkheid toch weinig van doen? De herkomst van de naam is onduidelijk maar er is wel een sage verbonden aan het van oorsprong Duitse gebak. Zo zou er in 1474 een strijd zijn geweest tussen Linz am Rhein en buurstad Andernach. De Linzers waren boos omdat de keizer hun de Rijntol had ontnomen en die had toegezegd aan de inwoners van Andernach. De Linzers wilden hun buurstad aanvallen. Het verhaal wil dat juist op dat moment twee bakkersjongens uit Andernach bij de stadsmuur honing aan het snoepen waren uit een bijennest. Toen ze de boze Linzers zagen aankomen, gooiden ze het nest naar hen toe. De Linzers werden gestoken door de bijen en moesten vluchten. Om te vieren dat de Linzers weggejaagd waren, werd er een speciaal gebak gemaakt: de Bienenstich .

Veel varianten

Zoekend naar de oorsprong van de Bienenstich leer ik dat er heel veel verschillende varianten op het gebak zijn. Volgens meester-patissier en televisiekok Rudolph van Veen is het ‘eigenlijk een boterkoek met een romige vulling afgetopt met gekaramelliseerd amandelschaafsel’ . Dat valt me inderdaad op: vrijwel alle Bienenstichen die ik op online foto’s zie, hebben een topping met amandelschaafsel. Prima. Dat zal mam vroeger dan wel weg hebben gelaten omdat ze dat niet geschikt vond voor kleine kinderen. Maar boterkoek?!

Poedersuiker

Ik bel m’n moeder. ,,Nee, dat amandelschaafsel hoeft er niet op, hoor”, zegt ze stellig. ,,Het mag wel, maar wij deden dat niet. Gewoon alleen wat poedersuiker.” Ja, dat herinner ik me wel. Die poedersuiker moest dan wel door een zeefje, anders was het geen gezicht. ,,Weet je misschien ook nog hoe het recept van Bienenstich precies was?” Nee, helaas. De precieze verhoudingen van de ingrediënten kan ze zich niet herinneren. ,,Bel tante Marij maar, die weet het vast.”

Maar waar ze wel zeker van is: Bienenstich is géén boterkoek. ,,Nee hoor, er gaat geen boter in dat gebak. Wij maakten dat vroeger al met een luchtige biscuitbodem. Die moet je in twee lagen snijden, dan slagroom ertussen en kersen. Het mogen ook wel aardbeien zijn, maar het hoort eigenlijk met kersen.”

Als ik de telefoon heb neergelegd weet ik één ding zeker: er mogen dan nog zo veel recepten van dit gebak zijn mét boter; ik maak ’m lekker op z’n Limburgs: met biscuit.

Bienenstich op z'n Limburgs

Ingrediënten
voor een springvorm van 28 cm

- 5 eieren
- 150 gram suiker
- 1 zakje vanillesuiker
- 150 gram bloem
- 30 gram maïzena
- 1 theelepel Backin bakpoeder
- mestpunt zout

voor de vulling:
- 250 milliliter slagroom
- blikje kersen (of ander fruit)
- 2 eetlepels suiker
- poedersuiker

1. Splits de eieren in twee kommen. Let op: de kom voor het eiwit moet goed ontvet zijn! Doe de suiker bij het eigeel en de vanillesuiker bij het eiwit. Klop het eigeel minimaal tien minuten met een mixer, totdat de substantie licht van kleur is en luchtig.

2. Klop het eiwit stijf met een schone mixer. De substantie moet wit worden en zodanig stijf, dat je de kom even op z’n kop kunt houden zonder dat het eiwit eruit valt. Meng in een derde kom de bloem, maizena, Backin en het zout.

3. Doe het geklopte eiwit bij het geklopte eigeel. Zeef de bloem erbij. Schep met een spatel voorzichtig de bloem door het eimengsel. Niet roeren of mixen, dan sla je de luchtigheid er weer uit.

4. Verwarm de oven voor op 170 graden Celsius. Schep ondertussen het beslag in een ingevette springvorm. Bak de biscuitbodem in 40 à 45 minuten gaar in de oven. Haal dan de bodem meteen uit de vorm. Laat afkoelen op een rooster.

5. Voor de vulling klop je de slagroom met de twee eetlepels suiker stijf met een mixer. Ook hier geldt: je moet de kom op z’n kop kunnen houden. Mix niet té lang door, dan gaat het schiften en krijg je boter.

6. Snij de afgekoelde biscuitbodem horizontaal doormidden en klap open als een boek. Bestrijk de onderste helft met slagroom en verdeel de kersen over de bodem. Plaats de top terug, zodat het weer één geheel is. Zeef poedersuiker over de Bienenstich.

Amandelschaafsel

Een Bienenstich kan worden versierd met een laagje amandelschaafsel. Dat kun je eerst roosteren in de oven of pan, maar extra lekker is het om het schaafsel te karamelliseren. Doe het amandelschaafsel daarvoor in een pan met wat poedersuiker en roomboter. Laat de boter en suiker smelten, maar blijf omscheppen, zodat het niet aanbrandt. Eventueel kan er nog wat honing bij als je dat lekker vindt.

Nieuws

menu