Aanslag op journalist: impact van geweld en bedreiging moet niet worden onderschat | Commentaar

Lik op stuk moet het antwoord zijn op alle vormen van schelden, intimidatie en geweld tegen de pers. Dat een molotovcocktail in het huis van een Groninger journalist landde, wordt terecht zeer hoog opgenomen door overheid en politie.

Beeld:

Beeld: FD

Er is geen excuus voor de aanslag op de woning van journalist Willem Groeneveld van het Groningse nieuwsblog Sikkom. Iedere journalist moet over elk onderwerp vrijuit kunnen publiceren, in elke vorm. Ook als er fouten gemaakt worden, als een activistische inslag de benadering is, ook als lezers sensatiezucht of vooroordelen proeven: er zijn genoeg kanalen om protest aan te tekenen tegen inhoud of stijl van journalistieke producties. Nieuwsorganisaties bieden in het eigen medium ruimte voor weerwoord, ingezonden stukken en klachten. En daarnaast is er de Raad voor de Journalistiek of de rechter.

Modderstroom

Het zijn vooral sociale media waar een giftige cocktail aan ongebreidelde beledigingen, scheldpartijen en steeds vaker ook bedreigingen als een modderstroom voorbijkomt. Van journalisten worden soms foto’s en adressen gepubliceerd; een impliciete oproep tot intimidatie en geweld. Bij Groeneveld ging onder meer al eens een ruit aan diggelen en voor zijn huis werd een vracht fietsen gedumpt.

De impact van agressie valt niet te onderschatten, en die intimidatie groeit in frequentie. In 2017 gaven zes van de tien journalisten aan zich weleens bedreigd te voelen. Dat is al onrustbarend veel. Nu zijn het er al acht op de tien, meldde PersVeilig na onderzoek door I&O Research. Dat rapport verscheen een maand voor de moord op misdaadverslaggever Peter R. de Vries. Drie op de tien journalisten hebben maandelijks of vaker te maken met een incident, in 2017 was dit nog 18 procent. Hoewel een groot deel van de vakmensen zegt vastberaden door te werken, gaat dat vaak met minder werkplezier en grotere voorzichtigheid. Meer dan tien procent zegt een ander beroep te overwegen.

Weloverwogen misdaad

Het is goed dat politie en overheid deze zaken hoog opnemen. Opnames van de aanslag werden vrijgegeven (vrijdagochtend werden twee verdachten opgepakt) en het was schokkend te zien hoe rustig en weloverwogen men te werk ging. Geen onverhoedse opvlieging van agressie maar een bewust geplande en uitgevoerde misdaad.

In de rechtszaak over brandstichting in het gebouw van De Telegraaf een paar jaar geleden, bestrafte de rechter de daders die met een auto het Amsterdamse krantenpand hadden geramd met een hoge straf. Juist het feit dat het een bewuste aanval was op de journalistiek werd hen in het vonnis zwaar aangerekend: ‘In een democratische samenleving is de persvrijheid een groot goed.’

Net als in die zaak vond de aanslag in Groningen midden in de nacht plaats. Alleen was dit geen kantoor maar een woning, waarvan ook de daders heel goed weten dat daar ‘s nachts mensen slapen. Dat er niemand gewond is geraakt of erger, is een gelukkig toeval.

Zichtbare woede

De zichtbare woede hierover bij burgemeester, minister en politie is terecht en hard nodig. Journalisten zijn zelf vaak geneigd om ‘gewoon’ door te gaan. In genoemd onderzoek noemt twee derde van respondenten agressiegevallen niet ernstig genoeg om aangifte te doen. Maar intimidatie en bedreiging kruipen onder de huid en benadelen de kwaliteit van zowel privéleven als journalistiek werk. Daarom moet tegen elk geval, groot of klein, altijd hardop worden geprotesteerd.

Reageren? Hoofdredactie@frieschdagblad.nl