Dit is wat spoedeisende hulp zo'n prachtig vak maakt | Column Annemarie Steinfort

Een mevrouw van zeventig zal komen, die al sinds 7.30 uur een afhangende mondhoek heeft en krachtsverlies van het rechter been en de arm. Vanaf dat moment komt alles op de spoedeisende hulp in beweging.

Een ambulance van het MCL.

Een ambulance van het MCL. Foto: ANP

Het is acht uur in de ochtend. We staan klaar in de acute kamer 1. ETA ( estimated time of arrival, ofwel geschatte aankomsttijd), over vijf minuten. Ik zet de bewakingsmonitor aan en typ alvast de naam van de verwachte patiënt erin. Josine, mijn collega, is bijna klaar met haar opleiding tot spoedeisendehulpverpleegkundige. Met haar vang ik de patiënt op.

Zij geeft aan zo veel mogelijk de leiding te willen hebben bij de opvang. Ze wil vlieguren maken. Josine pakt de spullen voor bloedafname. Allemaal buizen met verschillende kleuren dopjes: blauw, lichtgroen, paars. Voor diverse bepalingen.

,,Hoe verdelen we de taken?”, vraagt Josine.

,,Ik wil de patiënt wel aansluiten aan de monitor”, zeg ik.

,,Dan zet ik de anamnese in de computer en doe een vooraankondiging bij de CT-scan en informeer de trombolyseverpleegkundige.”

De arts-assistent neurologie komt de kamer binnen lopen. Een pittige Friese meid. Blond haar in een staartje. ,,Hawwe wy alles klear stean?” Snel spreken we alles door, in het Fries. Ik kan wel zeggen dat dat zo’n beetje de voertaal is op de SEH, bij artsen en verpleegkundigen.

De ambulancebemanning brengt een zeventigjarige vrouw binnen. De ambulanceverpleegkundige draagt over: ,,Vanaf 7.30 uur heeft mevrouw een afhangende mondhoek en krachtsverlies van het rechter been en arm.”

We tillen mevrouw over op de brancard. Ze ziet eruit als een fitte dame, slank postuur. Ze heeft geen medische voorgeschiedenis. Ik sluit haar aan op de bewakingsmonitor en de arts onderzoekt haar.

,,Er worden allemaal onderzoekjes gedaan, laat het maar over u komen”, zeg ik tegen haar. Ik zie dat ze me verstaat, maar ze kan niet terug praten. We gaan direct door naar de CT-scan. De echtgenoot komt binnen. Hij is overstuur en kan niks meer bedenken. Ik laat hem zijn kinderen bellen, dat die moeten komen om hem te ondersteunen.

Op de scan is een herseninfarct te zien. Mevrouw komt in aanmerking voor trombolyse. De arts dient een sterke bloedverdunner per injectie toe, met als doel het bloedpropje oplossen dat het probleem vormt. Hoe sneller de medicatie wordt toegediend, hoe beter het resultaat.

Voor ons in het ziekenhuis is het van belang om de door to needle time (de tijd van binnenkomst tot behandeling) zo kort mogelijk te houden. Mevrouw komt ook in aanmerking voor IAT (intra arteriële trombectomie). Daarbij gaan ze met een buisje het bloedvaatstelsel in en wordt het bloedpropje weggehaald. Maar dit kan alleen in het UMCG in Groningen. Deze behandelingen zorgen ervoor dat mensen met een herseninfarct minder hersenschade overhouden en beter in het dagelijks leven kunnen functioneren.

Binnen de kortst mogelijke tijd schuift de brancard met mevrouw erop alweer in de ambulance. In de verte zien we nog het blauwe schijnsel van de flikkerende lampen en horen het scherpe geluid van de sirene. De echtgenoot is inmiddels opgevangen door de kinderen en samen rijden zij ook naar Groningen.

,,Wat hadden wij het goed voor elkaar en wat liep het allemaal gesmeerd”, zegt Josine. ,,Dit is wat spoedeisende hulp zo’n prachtig vak maakt.”

Annemarie Steinfort is spoedeisendehulpverpleegkundige bij het MCL