Dit artikel is vandaag gratis

Verschillende bodemvormen goed in kaart brengen is belangrijk voor een veiligere kust | Opinie

Zo ziet de zeebodem van de buitendelta er ongeveer uit. Alexander van de Bunt

De zeebodem is niet vlak: integendeel, er bevinden zich allerlei bodemvormen. Het is belangrijk om dat goed weer te geven in modellen, zodat het effect van onder meer zandsuppleties beter voorspeld kan worden.

De Waddenkust is een hoog-dynamisch ecosysteem, dat niet alleen belangrijk is voor ecologie, maar ook mogelijkheden biedt voor toerisme en daarmee de economie. De Waddenkust bestaat uit meerdere duidelijk herkenbare elementen, zoals de Waddeneilanden, getijdenbekkens en zeegaten, die de Waddenzee verbinden met de Noordzee. Aan de zeewaartse kant van een zeegat bevindt zich vaak een buitendelta, ook wel ebdelta genoemd, die wordt gekenmerkt door diepe geulen en een of meerdere ondiepe zandplaten onder water. De buitendelta staat onder invloed van zowel golven als getij, en verandert daarom voortdurend van vorm.

Buitendelta’s zorgen voor bescherming tegen stormgolven en voeden bovendien de Waddenzee en eilandkusten met zand. Sinds de afsluiting van de Zuiderzee en Lauwerszee verliezen de buitendelta’s zand. Dit effect wordt waarschijnlijk versterkt door zeespiegelstijging. De Waddenzee heeft dit zand namelijk nodig om met de zeespiegelstijging mee te groeien. Rijkswaterstaat overweegt om de buitendelta’s te suppleren met zand, om zo het volume in de delta’s terug te brengen en tegelijkertijd zand via natuurlijke processen de Waddenzee in te laten gaan.

Alleen in laboratoria getest

Voor het ontwerp en de voorspelling van het gedrag van zulke suppleties worden computermodellen gebruikt, die vaak alleen in laboratoria zijn getest, en niet met metingen van de combinatie van golven en stromingen zoals we die vinden op de buitendelta’s. Een belangrijk onderdeel van de computermodellen is de zeebodem.

De zeebodem is niet vlak: integendeel, er bevinden zich allerlei bodemvormen, van kleine ribbels van enkele centimeters lang en hoog tot aan grotere zandbanken van honderden meters lang en meters hoog. Deze bodemvormen kunnen zand verplaatsen doordat ze zelf ook verplaatsen. Ook beïnvloeden ze de stroming van het water en daarmee de hoeveelheid zand die wordt opgewoeld en getransporteerd.

Dynamiek nog niet goed bekend

Het is nog niet goed bekend hoe dynamisch deze bodemvormen op buitendelta’s zijn, en hoe hun aanwezigheid en kenmerken zijn gerelateerd aan de lokale golven, stromingen en zandtransport. In computermodellen van zeegaten en Waddeneilanden worden de bodemvormen en hun invloed op golven, stromingen en zandtransport vaak weergegeven met één vaste waarde. Het is echter niet bekend hoe goed dit de werkelijkheid weergeeft. Bovendien worden de modellen afgeregeld (gekalibreerd) op gemeten stroomsnelheden, waardoor bijvoorbeeld het zandtransport in het model juist anders kan gaan werken dan in het echt.

Met behulp van dieptekaarten van de Nederlandse en Duitse kust, en lokale metingen van stromingen, golven en bodemvormen, kunnen we een vergelijking maken tussen hoe de bodem eruitziet en hoe deze vaak in modellen wordt weergegeven. Het blijkt dat bodemvormen in modellen lager zijn dan de gemeten hoogtes, en de voorspellingen fluctueerden veel meer door de tijd heen dan gemeten. Hierdoor worden ook de stroming en het zandtransport in modellen anders beïnvloed dan we op basis van metingen zouden verwachten. Deze effecten zijn voornamelijk belangrijk op de ondiepe zandplaten en dieper op zee; de stroming en het zandtransport in de diepe geul worden nauwelijks beïnvloed door de instellingen van het model. De veranderingen op de ondiepe zandplaten kunnen wel leiden tot veranderingen in de ontwikkeling van de delta als geheel.

Goed begrip, betere voorspellingen

We weten nu dat bodemvormen effect hebben op stromingen en zandtransport, en dat de uitkomsten van modellen sterk afhangen van de keuzes die gemaakt worden met betrekking tot de bodemvormen. Een vergelijkbaar effect wordt verwacht voor andere processen, zoals ecologie, want ook deze worden in computermodellen eenvoudiger weergegeven dan de werkelijkheid. Kortom, voor beheerders en beleidsmakers is het erg belangrijk dat ze goed worden geadviseerd door specialisten over hoe de modellen werken waarmee ingrepen in de kust worden ontworpen. Een goed begrip van de modellen leidt tot beter onderbouwde voorspellingen van het gedrag van suppleties, wat uiteindelijk zal leiden tot een veiligere kust.

Laura Brakenhoff promoveerde in november 2021 aan de Universiteit Utrecht op haar proefschrift over bodemvormen en hun invloed op sedimenttransport op buitendelta’s

Dit artikel kwam tot stand op initiatief van de Waddenacademie

Nieuws

menu