Commentaar: Urgenda-vonnis wijst staat op zijn plichten

De Nederlandse staat moet meer doen aan het terugdringen van de uitstoot van CO2, zo oordeelde het gerechtshof in Den Haag deze week in een door klimaatorganisatie Urgenda aangespannen zaak. Klimaatveranderingen zijn een reële dreiging, met een ernstig risico, aldus het hof.

Minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) reageert op de uitspraak in hoger beroep in de Urgenda-zaak. De rechter bepaalde dat Nederland meer moet doen om de uitstoot van CO2 tegen te gaan.

Minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) reageert op de uitspraak in hoger beroep in de Urgenda-zaak. De rechter bepaalde dat Nederland meer moet doen om de uitstoot van CO2 tegen te gaan. Foto: ANP

Het kabinet sluit niet uit dat het bezwaar zal aantekenen tegen de uitspraak in hoger beroep. Dat betekent dat de zaak eventueel zal worden voorgelegd voor cassatie aan de Hoge Raad, het hoogste rechtsorgaan van Nederland.

Volgens de staat gaat het niet eens zozeer om de inhoud van het vonnis, dat de overheid dwingt tot het nemen van klimaatmaatregelen, maar spelen hier principiële argumenten. De belangrijkste is de vraag of de rechterlijke macht met deze uitspraak niet te veel op de stoel van de politiek is gaan zitten. De landsadvocaat bracht tijdens het proces naar voren dat de rechtbank in eerste aanleg een beleidsmatige en politieke keuze had gemaakt. Met andere woorden: is de scheiding der machten wel voldoende gerespecteerd? Nu zou het hof iets dergelijks kunnen worden verweten, waardoor cassatie voor de hand zou kunnen liggen.

De staat moet zijn zorgplicht jegens burgers serieus nemen

De suggestie dat rechters zich inlaten met politiek kan negatief uitpakken voor het vertrouwen in de rechterlijke macht en uiteindelijk de rechtsstaat. Maar in dit geval heeft het hof toch duidelijk kunnen maken dat er geen sprake is van een politiek vonnis.

Lees ook dit essay: De indieners van de Klimaatwet hebben een andere bril nodig

Niet meer of minder dan de gezondheid en het welbevinden van de Nederlanders staan op het spel en de staat moet zijn zorgplicht jegens burgers serieus nemen. De reductie van broeikasgassen is een belofte die is gedaan door opeenvolgende kabinetten, gevormd door gekozen politici van verschillende politieke partijen. De overheid dient zich aan haar woord te houden, temeer omdat er door de overheid steeds lippendienst wordt bewezen aan de stelling dat klimaatverandering een levensgrote bedreiging voor de mensen vormt. En als de staat niet zijn eigen beloften nakomt, zeer ten nadele van de gezondheid van zijn burgers, dan pleegt hij woordbreuk. Het vonnis van het hof legt dit haarfijn bloot.

Eind 2020 moet de uitstoot met ten minste 25 procent zijn afgenomen vergeleken met 1990, zo heeft het hof bepaald. De overheid krijgt daaraan nog een flinke kluif en het is allerminst zeker dat ze dit gaat halen. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat is in ieder geval optimistisch en stelt dat het vonnis van het hof zal worden uitgevoerd. Dit is een merkwaardige reactie als tegelijkertijd de mogelijkheid van cassatie wordt opengehouden. Het is van tweeën één: of de doelstelling kan worden gehaald, of je wilt je niet door de rechter laten dwingen de eigen beloften na te komen die je hebt gedaan aan de bevolking.

Nieuws

menu