Geloof, hoop en liefde dringen zich nu prominent naar voren

Commentaar: Van godverlatenheid naar geborgenheid

Geloof, hoop en liefde dringen zich nu prominent naar voren foto: pixabay

Veertigdagentijd en corona: de parallel is makkelijk getrokken. Frappant dat de wereldwijde epidemie en de noodgedwongen sociale isolatie die er al snel mee gepaard ging, nu – in ons land – net samenviel met de lijdenstijd, de weken van onthouding, bezinning en verootmoediging.

Op het eerste gezicht lijkt die parallel vandaag zijn geldigheid te verliezen. Morgen vieren we immers Pasen, terwijl we van de infectieziekte nog lang niet af zijn. De ‘intelligente lockdown’ gaat nog geruime tijd op volle kracht door – en daarna vermoedelijk nog lange tijd op halve kracht.

Dat we niettemin, misschien nog wel indringender dan anders, Jezus’ opstanding gedenken, blijkt uit het vele wat we de afgelopen week van kerken en gelovigen hebben kunnen optekenen. Het bleek bijvoorbeeld uit het verhaal in de krant van gisteren over het indringende ziekterelaas van een coronapatiënt, en het valt vandaag te lezen op de pagina’s geloven en in de zaterdagbijlage Peaske.

Velen hebben de afgelopen Witte Donderdag en Goede Vrijdag intens kunnen begrijpen wat er in Getsémané, op Golgotha en rond het graf gebeurde. We worden van dichtbij geconfronteerd met gevoelens van onzekerheid, vertwijfeling, angst en godverlatenheid. Misschien ervaren we die gevoelens ook wel zelf. Van het hoe of wanneer van de afloop zijn we niet zeker; de verwarring, ontreddering en gelatenheid van de discipelen op Stille Zaterdag zijn niet moeilijk na te voelen.

Geloof, hoop en liefde dringen zich nu prominent naar voren

Toch zijn negatieve en bange gevoelens niet de overheersende. Er is vooral ook de breed gedeelde ervaring van stilte en rust op straat, en ook van een omwoelen van vanzelfsprekendheden. Van een scherper zien wat van waarde is, en wat belangrijke problemen zijn. Eenzaamheid, onveiligheid, armoede, ongelijkheid, kwetsbaarheid, lijden en de dood zijn zaken die we doorgaans liever op de achtergrond houden terwijl we vastzitten in onze bubbel van haast, drukte, consumentisme en vertier. Zowel belangrijke waarden en echte knelpunten zien we nu beter. En dat doet van alles ontwaken: solidariteit, behulpzaamheid, bescheidenheid en voor alles hoop en liefde.

Voor christenen hangen die twee laatste termen samen met een derde: geloof. Het vaste (dan wel wankelmoedige) vertrouwen op de aanwezigheid van God. Niet een God die dit lijden over ons afroept noch ons er op afroep van verlost, maar die in elk lijden wel altijd naast ons staat.

Dat is een moeilijk te doorgronden raadsel, elke Pasen opnieuw. Het precieze hoe en wat ervan is ons net zo min duidelijk als het de Emmaüsgangers was. Maar het feit dat God ‘in het verborgene is’, zoals dat zo mooi heet, is geen belemmering voor een zich geborgen weten. Verborgen, geborgen – het scheelt maar twee letters; het zijn woorden die uitstekend samengaan.