Commentaar: Wet nodig voor fatsoenlijker productie

Sierteelt wordt fatsoenlijker, dat is althans de bedoeling van het op 2 juli gesloten convenant waarin partijen in deze sector beloven beter te gaan letten op een fatsoenlijke productiewijze: geen uitbuiting van aarde, klimaat en mensen.

,,Het is zaak dat minister Kaag wetgeving voorbereidt die producenten verplicht tot concretere actie.”

,,Het is zaak dat minister Kaag wetgeving voorbereidt die producenten verplicht tot concretere actie.” Foto: ANP

Het is het zoveelste van een nog steeds groeiende lijst van zulke onderlinge afspraken tussen bedrijven, vakbonden en maatschappelijke organisaties over verantwoordelijkheid pakken. Niet alleen kijken naar je eigen fabriek of winkel, maar je ook afvragen hoe je leveranciers werken, en je daar mede verantwoordelijk voor voelen.

Al heel wat jaar zetten overheid en de Sociaal-Economische Raad in op deze werkwijze: laat het bedrijfsleven zelf, in onderlinge afstemming, zijn leven beteren. En op papier heeft het intussen een en ander opgeleverd: veel bedrijven, van klein tot groot, hebben zo’n afspraak ondertekend. Op grond daarvan zijn onderzoeken gedaan en soms eerste daadwerkelijke veranderingen doorgevoerd. Zo hebben sommige kledingfabrikanten de locaties bekendgemaakt van de fabrieken waarvan ze hun waar betrekken.

Wereldwijd leven naar schatting van de Verenigde Naties vijfentwintig miljoen mensen in (semi-)slavernij

Maar het is naast een wat grotere bewustwording vooral op papier dat er resultaten worden geboekt. De werknemers in de mijnen, op de thee- of cacaoplantages, in de textielfabrieken en wijngaarden, merken niets van de vastgelegde goede bedoelingen in Nederland. Ze leiden nog net zo vaak als voorheen een leven zonder rechten of perspectief, met veel te lange werkdagen en een veel te laag salaris, in slechte arbeidsomstandigheden. Ze zitten soms min of meer gevangen, ze worden soms verhandeld, hun papieren en telefoons worden soms afgepakt.

Wereldwijd leven naar schatting van de Verenigde Naties vijfentwintig miljoen mensen in (semi-)slavernij. Ook in westerse landen: op Italiaanse en Spaanse akkers, in Franse wijngaarden, in Britse textielfabrieken, in Nederlandse peeskamertjes. We hebben naast een slavernijverleden ook een springlevend slavernijheden.

Het is zaak dat minister Kaag wetgeving voorbereidt die producenten verplicht tot concretere actie. Al in 2011 stelde de VN fabrieken verantwoordelijk voor mensenrechtenschendingen in de hele productieketen. De regering heeft zich ten doel gesteld dat in 2023 90 procent van de Nederlandse bedrijven de OESO-richtlijnen onderschrijft voor ondernemerschap en mensenrechten. Dat gaat met de convenantenmethode niet gehaald worden. In sommige sectoren is zo’n convenant nog maar net ondertekend en in een aantal andere risicosectoren zelfs helemaal nog niet. En de sectoren die er al wél vroeg bij waren hebben geen bergen verzet.

Het zijn ten principale wél die bedrijven die eerstverantwoordelijk zijn voor hun inkoopbeleid en productiewijze. Maar de overheid dient dat stevig in te kaderen en te controleren, zo nodig te beboeten. En, zoals altijd, is de klant koning. Dat vraagt om koninklijk handelen, en dat begint met een simpele vraag bij de kassa: hoe is dit eigenlijk gemaakt?

Zodat het slavernijheden ook een slavernijverleden wordt.

hoofdredactie@frieschdagblad.nl

Nieuws

menu