Dit artikel is vandaag gratis

Er zijn jaarlijks zo’n 80.000 activiteiten op het Wad. Wat kan wel, en wat kan niet (meer)? We moeten de complexe puzzel van cumulatieve effecten op het natuurgebied nu echt goed gaan leggen

Een doelcirkel voor vliegoefeningen op de Vliehors op Vlieland. Foto: Waddenacademie

Voor de bescherming van de Waddenzee zijn cumulatieve effecten van belang: de optelsom van de effecten van alle activiteiten in het gebied tezamen. Voor vergunningverleners, beleidsmakers, beheerders en onderzoekers is het werken aan die cumulatieve effecten een complexe puzzel.

De Waddenzee is beschermd door verschillende verdragen die onder meer regelen dat migrerende soorten niet belemmerd worden in hun trek, populaties op peil blijven en er geen verslechtering van de leefomgeving van planten en dieren optreedt. Hierbij moet rekening worden gehouden met cumulatie van effecten. Bij het verlenen van vergunningen voor nieuwe activiteiten moet dan ook worden afgewogen wat voor druk een nieuwe activiteit toevoegt bovenop de bestaande druk. Kan de populatie van een soort dit opvangen? Of is het de spreekwoordelijke druppel die de emmer doet overlopen?

Dit vereist een uitgebreid overzicht van bestaande activiteiten, monitoring van hun effecten, en een robuuste kwantitatieve onderbouwing van effecten van nieuwe activiteiten. Het Nederlands Centrum voor Kustonderzoek (NCK) en de Waddenacademie hielden onlangs een themadag ‘Cumulatieve effecten in het Waddengebied’ waarin beheerders en beleidsmakers hun ervaringen en dilemma’s uitwisselden met onderzoekers en adviseurs, en enkele ondernemers.

Scholekster

De scholekster laat zien dat er veel aan de hand is in het Waddengebied. De populatieomvang van de scholekster wordt beïnvloed door de voedselvoorraden; de hoeveelheid kokkels, de omvang van mosselbanken en de toename aan Japanse oesters. Maar ook door sterfte in koude winters. En door het al dan niet succesvol broeden in graslanden, die intensief in gebruik zijn, of in kwelders, die vaak onderwater komen te staan door zomerstormen.

Sommige kwelders dalen extra door gaswinning. Of de nesten worden leeggeroofd door grote meeuwen. En dan is er ook nog verstoring, bijvoorbeeld door militaire oefeningen op Vlieland. De verstoring blijkt mee te vallen bij straaljagers, maar juist niet bij oefeningen door grote trage transportvliegtuigen. Het is dan geen gemakkelijke taak uit te zoeken welke menselijke activiteiten in welke mate de optelsom van effecten bepalen van visserij, klimaatverandering, intensieve landbouw of verstoring.

De toets op cumulatie is bedoeld om de natuur extra goed te beschermen. Deze toets is dus complex, maar het kán wel. Voor de Noordzee zijn zogenoemde ingreep-effectketens opgesteld voor alle sectoren, alle activiteiten, alle drukfactoren en alle soortgroepen. Dit gaf een cumulatief raamwerk van 47.000 ketens. In de Waddenzee zijn we zo ver nog niet. Het begint er al mee dat voor de Waddenzee een compleet overzicht van vergunde en niet-vergunde activiteiten ontbreekt. Laat staan dat we alle effectketens in beeld hebben, op verschillende schaalniveaus, met onderlinge interacties en gevoeligheden. Ondertussen zijn er wel jaarlijks zo’n 80.000 activiteiten op het wad. Terwijl de gestelde natuurdoelen steeds verder uit beeld raken.

Wat is passend, en wat kan niet (meer)?

Beleidsmakers zouden daarom liever van tevoren kaders willen stellen die bepalen wat er wel of niet passend is in de Waddenzee. Maar ja, in hoeverre hebben we zicht op toekomstige ontwikkelingen? En dan nog iets; de overheid is er voor het algemeen belang, en voor iedereen. Ook voor de ontwikkeling van nieuwe technieken voor de opwekking van duurzame energie in de Waddenzee. Of voor de ondernemer die gaat voor zeewierkweek, of voor off-bottom oesterkweek en zelfs voor de ondernemer die een powerboatrace bij Den Helder wil organiseren. Wat is dan passend, niet-passend of op het randje? En waarom? En wie bepaalt dat?

Ik denk dat we ons er toch in moeten vastbijten en die complexe puzzel van cumulatieve effecten moeten uitwerken en kwantificeren. Zodat er op basis van een gedegen inzicht activiteiten wel of niet vergund kunnen worden.

Martin Baptist is lid van de programmaraad van NCK en werkzaam als onderzoeker bij Wageningen Marine Research. Dit artikel is tot stand gekomen op initiatief van de Waddenacademie

Nieuws

menu