De knop moet om bij het CDA | Commentaar

Het CDA heeft niet één probleem, het heeft er meerdere. Daar valt mee te leven, als de partij maar onderkent dat de tijden van Lubbers en Balkenende voorbij zijn.

Henk van der Laan.

Henk van der Laan. Foto: FD

Hoe je het ook wendt of keert: de rogge staat er bij het CDA dun bij. De fractie is klein: vijftien zetels, straks veertien. Want de partij is ook nog eens stemmenkanon Pieter Omtzigt kwijt. Vandaag en morgen houdt de partij een extra ledencongres om deze crisis te bepraten.

Al snel klinkt dan de roep om in de oppositie te herbronnen. Of dat handig is, is de vraag. Het oppositievoeren is het CDA nooit echt goed vergaan.

Bovendien hoeft het CDA niet te herbronnen, herlezen is voldoende. Zo vaak is het CDA al wezen herbronnen. Nog geen twee jaar geleden schreef het Wetenschappelijke Instituut de notitie Zij aan Zij , dat vervolgens op allerlei ledenbijeenkomsten driftig besproken is. En deze maand verscheen het rapport-Van Zwol .

Angst voor ruzie

Inhoudelijk debat gaat bij het CDA vaak fout door de angst voor het imago van ruziepartij. Terwijl je het ook kunt omdraaien: wees blij met debat. Het is niet erg dat er een conservatieve en een sociaalchristelijke vleugel is. Wie het debat smoort, smoort het denken. Het tweede dat fout gaat, is dat er maar heel weinig doorsijpelt van dit soort herbronningswerk naar de Haagse CDA-werkelijkheid.

Er is wel een verklaring voor dit verschil. De leden van het CDA bevinden zich in het brede spectrum van toch best wel rechts tot best wel links, maar de gemiddelde CDA-kiezer is gematigd, centristisch en eerder geneigd naar rechts dan links. En in campagnes mikt een partij op kiezers, niet op leden. Maar de laatste jaren is wel erg gemikt op ‘de bezorgde burger’ terwijl die zijn gading wel vindt bij PVV of FVD.

Achteruitgang achterban

Maar het belangrijkste waar het CDA mee te kampen heeft, is de vermindering van de natuurlijke achterban: de christelijke kiezer. Die achteruitgang is al sinds begin jaren zeventig te zien bij het CDA en zijn voorgangers, en kende eigenlijk maar twee oplevingen: onder Lubbers en Balkenende. Lubbers scoorde met zijn bestuurlijke capaciteiten en zijn middenkoers, Balkenende met zijn pleidooi voor waardenpolitiek in een tijd van politieke chaos.

De fout van het CDA vorig jaar is het idee dat dit kunstje herhaald kon worden. Door niet in te zetten op een eigen inhoudelijk verhaal dat bij de partij past - zoals waarden en normen - maar in te zetten op leiderschap en een persoon gedreven campagne te voeren, dacht de partijtop zo kiezers bij VVD of D66 weg te halen. Dat is faliekant mislukt, omdat kiezers heus wel inhoud boven vorm willen.

De partij kan wel wat winnen. Want niet alleen het aantal christelijke Nederlanders is gedaald, het percentage christelijke Nederlanders dat op het CDA stemt is ook gedaald. De partij heeft met het najagen van nieuwe kiezersgroepen de eigen basis veronachtzaamd. Daar vallen in elk geval de eerste zetels terug te winnen.

Voorbije tijden

Toch is er één ding dat bij het CDA zeker moet veranderen. De tijden dat de partij tientallen zetels had, en vanuit het midden de politieke lakens uitdeelde, is wel echt voorbij. Het CDA is niet meer een grote partij, maar net zo klein als de rest. Dat besef is misschien wel de belangrijkste knop die om moet bij de partij.