Dit artikel is vandaag gratis

Wij zullen ons allemaal moeten laten leiden door de ondergrond: je doet alleen wat er daar kan en gedijt | Column Ingrid van de Vegte

Ingrid van de Vegte. Beeld: FD

Er is sinds november vorig jaar een heuse Europese bodemstrategie, waarbij een gezonde bodem, samen met water, sturend moeten worden voor alle keuzes in de ruimte. Zowel voor energie, landbouw, wonen als infrastructuur. Wij zullen ons allemaal moeten laten leiden door de ondergrond: je doet alleen wat er daar kan en gedijt.

Ik houd erg van mijn tuin en het kweken van plantjes in de kas. Verzamel zaadjes uit tuinen van anderen en als het goed gaat exploderen dan de zaaibakken en moet ik met zwaar gemoed heel veel zaailingen de nek omdraaien om de rest voldoende ruimte te geven.

Twee jaar geleden verhuisde ik, in eerste weekend van de lockdown van een grote tuin in een venig moeras naar een dorp op een terp met veel klei. En ik heb nog een tuin in Frankrijk, met vooral rots, mergel, wind en droogte waar het best hard kan vriezen. Ik ben dus inmiddels van veel gronden thuis en dit heb ik geleerd: het maakt de tuinier nederig. Grond, vocht, zon en wind bepalen welke plant het doet, wat er wel en niet gedijt. Weinig gaat er goed in zure natte grond, weinig - maar wat anders - lukt op droge rots.

Het belang van een gezonde bodem en de juiste ondergrond wordt alom herkend, bestudeerd en besproken. Omdat wij in Fryslân een proefopzet maken om te komen tot een regionaal kennisschakelpunt voor bodem en ondergrond – met als doel veel kennis van landelijke kenniscentra te verbinden aan Friese vraagstukken en partijen – mocht ik een presentatie houden op het congres Bodembreed.

Een jaarlijkse aangelegenheid waar het wemelt van de deskundigheid van ministeries en kennisinstellingen. En, wat er gebeurt als je terechtkomt in een onderwerp waar je als geïnteresseerde leek om je heen kijkt; de verbijstering slaat toe. Over de hoeveelheid kennis die er is, over de omvang en complexiteit van het vraagstuk, over de organisatie ervan in ons land.

Bodemstrategie

Er is sinds november vorig jaar een heuse Europese bodemstrategie, waarbij een gezonde bodem, samen met water, sturend moeten worden voor alle keuzes in de ruimte. Het water- en bodemsysteem als onderste laag waarop de volgende laag met leidingen, heipalen en kabels en de grondsoorten ligt waarop dan weer de laag met de gebouwen, wegen en installaties en alle landbouw en landschapsmarkers zichtbaar zijn.

Je kunt kaarten maken van gebieden waarin je de drie ‘laagkaarten’ op elkaar legt. De onderste is dan leidend en zo krijg je integrale inzichten die gaan helpen bij keuzes voor bouwen, energieopwekking, landschappen. Landelijk wordt inmiddels op deze manier gedacht door onder ander ministeries die de grote plannen vanuit de grote fondsen voor de grote opgaven gaan aansturen.

Groot, ja, ingrijpend groot. Daar zouden wij vanuit onze kennis over transities nog een laag van mensen en bestuur bovenop kunnen leggen: wie woont waar, wat kenmerkt die mensen, hoe veranderingsbereid zijn ze, zijn ze in staat om keuzes te begrijpen en welk bestuur is daar aanwezig met welke bestuurskwaliteit en samenwerkingsbereidheid.

Laat de ondergrond ons leiden

De grote opgaven in de ruimte vragen nauwelijks nog om partijpolitieke plannen of invalshoeken, maar om de genoemde inzichten en vooral om mensen, in bestuur, politiek en bij bedrijven en maatschappelijke organisaties, die willen samenwerken aan de keuzes en de veranderingen. En die dan het belangrijkste laten zijn wat als leidend wordt gezien: het bodemsysteem en het water. Zodat oplossingen voor energie, landbouw, wonen en infrastructuur vanuit de bodem worden georganiseerd.

Alleen al vanwege de meerlagigheid moeten we dit niet aan enkel het handjevol bodemkundigen en specialisten overlaten in Fryslân. Wij allemaal zullen het moeten gaan begrijpen en kunnen gebruiken, zodat we anticiperen op de klimaatveranderingen en duurzame en logische keuzes maken. Wij allemaal zullen om te beginnen ons moeten laten leiden door de ondergrond: je doet alleen wat er daar kan en gedijt.

In mijn eigen kleine bodem en wateromgeving heb ik al lang gemerkt dat als ik dat niet leidend laat zijn in de keuze voor beplanting, ik alleen maar harder moet werken en weinig resultaat heb. Het naar mijn hand zetten van de bodem met kalk, mest, bewatering heb ik verlaten, de juiste plant op de juiste grond is de oplossing voor de luie tuinier, maar ook veel beter dus.

Ingrid van de Vegte is directeur-bestuurder van het Fries Sociaal Planbureau

Nieuws

menu