Defensie: honderden miljoenen nodig voor Nederlandse krijgsmacht

Na de politie eerder deze week, sorteert ook de krijgsmacht alvast voor bij een nieuw kabinet. Modernisering is nodig. Er zijn honderden miljoenen euro’s extra nodig, vindt minister Ank Bijleveld.

Duitse tanks met Nederlandse bemanning oefenen in Bergen Hohne op de Luneburger Heide in Duitsland. De tanks horen bij een Nederlandse compagnie die onderdeel is van een Duits tankbataljon.

Duitse tanks met Nederlandse bemanning oefenen in Bergen Hohne op de Luneburger Heide in Duitsland. De tanks horen bij een Nederlandse compagnie die onderdeel is van een Duits tankbataljon. Foto: ANP

De krijgsmacht heeft een acuut financieel probleem. Zonder honderden miljoenen extra al dit jaar krijgt het ministerie van Defensie de begroting niet sluitend, wat een direct effect heeft op de getraindheid en inzetbaarheid van marine, landmacht en luchtmacht. Die boodschap heeft demissionair minister Bijleveld (Defensie) gegeven aan haar collega Wopke Hoekstra (Financiën) in een brief die haar inzet vormt voor de zogeheten Voorjaarsnota.

Een woordvoerder van Defensie bevestigt het bestaan van het stuk en de hoofdlijn ervan, maar wil niet op de hoogte van de financiële claim ingaan. Volgens Haagse ingewijden gaat het echter om een bedrag van 650 miljoen euro dit jaar, oplopend naar 750 miljoen aan het einde van de komende kabinetsperiode in 2025. Een belangrijk deel van die gaten wordt veroorzaakt door snel stijgende onderhoudskosten van verouderde grote wapensystemen.

Bijvoorbeeld de F-16’s – alle minimaal ruim dertig jaar oud – die alleen met meer onderhoud in de lucht zijn te houden. Daarnaast is het budget voor oefeningen niet toereikend. Zo zou het Korps Mariniers nog maar de helft van het benodigde geld voor trainingen hebben.

Constante

De vraag van Defensie om meer geld is een constante in de laatste jaren. Steeds zijn het ook ministers van Defensie die de noodklok luiden, maar ze krijgen tijdens hun regeerperiodes maar weinig gedaan. Vlak voor de verkiezingen in 2017 was er ook al een smeekbede. Er kwamen destijds alarmerende berichten naar buiten over de kwaliteit van de krijgsmacht. Zo moesten militairen helmen delen, ‘pang’ roepen vanwege een tekort aan kogels en zonder eigen helikopters op missie gaan. De deplorabele toestand was het gevolg van de zware bezuinigingen op het leger die waren doorgevoerd na de financiële crisis van 2008. Net als bij de politie, zoals deze week bekend werd, ijlen die kortingen nog steeds na.

Bezuinigen op de krijgsmacht was de afgelopen jaren niet zo moeilijk, want de kans dat landen in de buurt Nederland zouden binnenvallen is volgens experts na het einde van de Koude Oorlog nihil geworden. Dit werd het ‘vredesdividend’ genoemd. Sindsdien is de Nederlandse krijgsmacht vooral veel tanks en vliegtuigen – wapens voor een traditionele landoorlog – kwijtgeraakt. Ze zijn verkocht of gingen stuk en zijn niet vervangen. De tanks die er nu nog zijn worden min of meer geleased van Duitsland, waarmee Nederland een militair samenwerkingsverband heeft. Het leger vecht nu vooral tijdens vredesmissies zoals in Mali of Afghanistan met andere wapens, zoals gevechtshelikopters, supermoderne handwapens, geavanceerde communicatiemiddelen en pantserwagens.

Lees ook: Bond: nieuw kabinet moet snel beslissen over groter politiebudget

Het jongste verzoek van de legermacht om meer geld heeft overigens het politieke tij mee. De meeste partijen hebben in hun verkiezingsprogramma’s erkend dat de budgetten te klein zijn. Ze wijzen daarbij op de verslechterende internationale omstandigheden en geopolitieke veranderingen. Zoals de toegenomen twijfel over de Amerikaanse veiligheidsparaplu, en twijfel over de geneigdheid van Europese landen om grotere verantwoordelijkheid te nemen voor de veiligheid van het continent.

De roep om meer geld voor achterstallig onderhoud en personeelstekorten bij het leger wordt ook ondersteund door de slechter wordende veiligheidssituatie in gebieden die niet zo ver weg liggen. Er zijn oorlogen en andere troebelen in Oost-Europa, de Kaukasus, het Midden-Oosten, delen van Noord-Afrika, de Hoorn van Afrika en de Sahel.

De afgelopen vier jaar, toen president Trump de Amerikaanse bemoeienis met deze crises merendeels verminderde, bleek dat de Europeanen er op nog geen enkele manier klaar voor zijn taken over te nemen.