Dring de gulle gever in de Nederlandse politiek terug, argwaan over de giften van miljonairs is terecht | Commentaar

Politieke partijen zijn open over van wie ze hoeveel geld krijgen. Maar deze transparantie wil niet zeggen dat de situatie wenselijk is.

Henk van der Laan.

Henk van der Laan. Foto: FD

Het was een van de saillante details in de notitie van Pieter Omtzigt: de mogelijke rol van een geldschieter bij de wisseling van Hugo de Jonge en Wopke Hoekstra als lijsttrekker. De suggestie is dan dat de zakenman door zijn donatie invloed ‘kocht’ bij het CDA. Dat is een zware suggestie, want er kunnen ook andere redenen zijn. Maar zelfs als iets wat ter goeder wil gebeurt eenvoudig als iets ter kwader wil gezien kan worden, laat zien dat het systeem zwak is.

Want laten we wel zijn: wat er bij het CDA gebeurt mag. Partijen mogen giften accepteren, zolang elke gift hoger dan 4500 euro openbaar gemaakt wordt en gemeld bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Zo moet helder zijn hoe partijen aan hun geld komen. Zo weten we dat de CDA-casus niet de enige is. Er is een internetondernemer die een miljoen aan D66 doneerde en 350.000 euro aan de Partij voor de Dieren. Forum voor Democratie kreeg een half miljoen van een zakenman. VVD heeft businessclubs en stichtingen die geld ophalen. Allemaal keurig volgens het boekje, want gemeld en traceerbaar.

Oneerlijke concurrentie

Maar als iets kan en mag, hoeft het nog niet wenselijk te zijn. Sowieso werkt het een vorm van oneerlijke concurrentie in de hand. Niet de partij met de meeste kiezers of leden kan het meeste besteden, maar de partij met de vrijgevigste miljonairs in de gelederen. En al is het niet zo dat sponsoren concrete tegenprestaties eisen, toch werkt invloed sluipenderwijs. Een rijke ondernemer kan via een partijdinertje een gesprekje aanknopen met een politicus om het te hebben over zijn politieke visie. Dat soort dinertjes staan niet open voor mensen die een tientje inleggen en heel andere politieke problemen belangrijk vinden.

De hoge sommen die bij de verkiezingen van dit jaar zijn opgehaald, zijn reden tot discussie. Eerdere oproepen tot het instellen van een maximum worden nu ook overgenomen door de politiek zelf, zo bleek deze week uit een rondgang door het tv-programma .

Een goed idee

Een maximumgift is uiteraard een goed idee, maar lost niets op. Want donoren zijn nodig omdat partijen hun inkomens zien dalen. Een belangrijk inkomen zijn de contributies, maar de ledenaantallen nemen op de lange termijn af. Veel partijen, vooral ter linkerzijde, doen aan de afdracht van inkomsten door volksvertegenwoordigers. Voor de SP, waar deze afdracht hoog is, is dat een belangrijke inkomensbron. Andere partijen vinden het principieel onjuist om een dergelijke regeling in te stellen.

De andere inkomstenbron is overheidssubsidie. Die neemt voor veel partijen ook af, omdat deze wordt bepaald door het aantal leden - dat dus afneemt - en het aantal Kamerzetels - waarvan partijen door de versplintering er ook steeds minder hebben. De beste sleutel voor het inperken van invloed van gulle gevers is meer overheidssubsidie. Maar geld geven aan zichzelf, dat is iets waar partijen altijd huiverig voor zijn, gezien de mogelijk slechte publiciteit. Maar partijen moeten beseffen dat die negatieve publiciteit te verkiezen is boven de terechte argwaan over de drijfveren achter de giften van miljonairs.