Dit artikel is vandaag gratis

Een zoetwaterstrategie moet het pootgoed langs de Waddenkust van hoog niveau houden | Opinie

Haryt Dijkman met zoon Wout op het land van boer Goasse Venema uit Ternaard. Foto: Marcel van Kammen

De kuststrook langs de Waddenzee is een kraamkamer voor de aardappelteelt wereldwijd, maar door verzilting en klimaatverandering staat de teelt onder druk. Een nieuw op te stellen zoetwaterstrategie moet misoogsten in de toekomst voorkomen.

Afgelopen jaren is er veel gebeurd in het Waddengebied. Zo is na veel discussie de Agenda voor de Wadden 2050 vastgesteld met daarin ambities en principes voor alles wat we in de Waddenzee en in het Waddengebied doen. Deze agenda wordt nu vertaald in uitvoeringsprogramma’s. Deze hebben betrekking op de instandhouding en verbetering van de natuur in de Waddenzee, maar ook op de bereikbaarheid van de eilanden of wijze waarop de zeehavens kunnen verduurzamen. Ook de landbouw werkt aan een uitvoeringsprogramma gericht op een betere zoetwatervoorziening in het kustgebied.

Landbouw is een belangrijke speler in het Waddengebied. De kuststrook is de kraamkamer voor de aardappelteelt wereldwijd. Ons pootgoed gaat de hele wereld over en zorgt ervoor dat daar miljoenen mensen kunnen eten. Van elke hectare pootgoed die we hier verbouwen, kunnen volgend jaar minstens 15.000 mensen een jaar lang aardappelen eten.

Kwetsbaar systeem

Onze vruchtbare kleigronden grenzen aan het N2000 gebied Waddenzee, wat tevens Unesco Wereld Erfgoedgebied is. De zeewind zorgt voor verkoeling en minder luizendruk, wat maakt dat dit gebied een goed akkerbouwgebied is. Maar er staat niet voor niks bij de toegang tot Sint Annaparochie: ” Tussen de dyken rust de see in myn akkers” . Wij telen gewassen als pootaardappelen op een zoete waterlens, drijvend op een grote bult zout. Een kwetsbaar systeem als je naar de verandering van het klimaat kijkt.

Door zeespiegelstijging en vooral door bodemdaling als gevolg van gas- en zoutwinning, komt het zout steeds dichter aan de oppervlakte. Dat is niet erg zolang er maar regelmatig regen valt. Maar ook dat wordt met een aantal droge zomers op een rij steeds meer een uitzondering. Om misoogsten in de toekomst te voorkomen, moeten we nu wel actie ondernemen en daarvoor ontwikkelen we een zoetwaterstrategie.

Een aantal vragen staan daarin centraal. Hoe zorgen we voor voldoende aanvoer van zoet water, en afvoer als dat nodig is? Hoe houden we het water dat in de winterperiode valt beter vast? En hoe kunnen we zo efficiënt mogelijk onze gewassen van water voorzien? Maar ook: hoe krijgen we de beschikking over droogte – en zout tolerante gewassen en welke (grond)bewerkingen helpen mee om verzilting tegen te gaan? Dit doen we niet alleen. Samen met waterschappen, proefboerderij SPNA, kweekbedrijven, drainage-specialisten en anderen gaan we aan de slag.

Kenniscluster

Inmiddels is er een kenniscluster rondom verzilting opgericht waarin kennisinstellingen, proefboerderijen en boeren samen optrekken. Want er zijn nog veel hiaten in kennis rondom verzilting en er is nog veel reeds bestaande kennis te delen. Zo hebben we nog onvoldoende kennis van bodembiologie onder verzilte omstandigheden. Hoe werkt dat nu precies met plantenwortels en microbioom als de grond droog of zout is?

Ook wereldwijd kan Nederland hier een belangrijke rol spelen. Door klimaatverandering verliezen we mondiaal elke dag hectares landbouwgrond door verdroging en verzilting (als gevolg van irrigatie met zout water). En het is verbazend hoe weinig kennis er wereldwijd is over deze problematiek.

Eind juni hebben we samen met de Waddenacademie een symposium georganiseerd over het perspectief voor de landbouw in het Waddengebied. Dat perspectief is er zeker, maar we kunnen niet achterover gaan hangen. Wij willen aan de slag, maar het gaat ons zeker helpen als we hiervoor ook de middelen kunnen krijgen.

Op het moment dat de uitvoeringsprogramma’s in het Waddengebied ook kunnen rekenen op bijdragen uit een nieuw op te richten kustfonds, dan gaan projecten ook vliegen en kunnen we de goede dingen doen voor zowel de natuur in de Waddenzee als voor de toekomst van niet alleen de landbouw maar voor alle bewoners in het kustgebied.

Tineke de Vries is voorzitter van de LTO-vakgroep Akkerbouw en Vollegrondsgroente. Dit artikel is tot stand gekomen op initiatief van de Waddenacademie.

Nieuws

menu