Er is geld genoeg voor echt nieuw beleid in Nederland | Commentaar

Het kabinet heeft al 66 miljard euro uitgetrokken om de coronacrisis te bestrijden. Toch valt de staatsschuld verrassend laag uit, blijkt uit de nieuwste ramingen van De Nederlandsche Bank (DNB), die maandag werden bekendgemaakt.

Pieter Anko de Vries.

Pieter Anko de Vries. Foto: FD

Volgens DNB stijgt de staatsschuld dit jaar tot 56,4 procent. Om vervolgens alweer af te nemen tot 54 procent in 2022 en 52,2 procent een jaar later. Daarmee blijft Nederland ruim binnen de Europese schuldennorm van 60 procent van het bruto binnenlands product (bbp), een plafond dat tegenwoordig volgens veel economen te streng is. Ter vergelijking: de gemiddelde staatsschuld in de eurozone is gestegen tot boven de 100 procent.

Blijkbaar kan de Nederlandse overheidsbegroting veel aan. Er gingen aan het begin van de crisis nogal wat doemverhalen over toekomstige kosten die zullen moeten worden terugbetaald, maar daarvan lijkt vooralsnog geen sprake te zijn. De staatsschuld wordt berekend als percentage van het nationale inkomen en als dat stijgt wordt de schuld minder. Daarnaast kan een welvarend West-Europees land als Nederland tegenwoordig belachelijk goedkoop aan kapitaal komen. Sterker nog, er wordt zelfs betaald om Nederland geld te kunnen lenen. Daardoor blijven de kosten van de staatsschuld laag of dalen die zelfs. Ook de werkeloosheidscijfers zullen de komende jaren niet de pan uit rijzen.

Geld klotst tegen de plinten

DNB vindt bezuinigingen op dit moment nergens voor nodig, want het geld klotst ondanks alle ellende van de corona-epidemie met alle beperkingen voor sommige bedrijven (bijvoorbeeld in de horeca) tegen de plinten. Dat is goed nieuws voor de partijen die aan het onderhandelen zijn over een nieuwe coalitieregering.

De enorme bedragen die zijn geïnvesteerd om een groot deel van het bedrijfsleven op de been te houden zonder dat dit merkbare gevolgen heeft, bijvoorbeeld voor de huidige of toekomstige generaties, laat zien dat er in het verleden veel te knijperig is gedaan door de overheid. En dat de automatische bezuinigingsmodus waarin landsbestuur en politiek schiet als het even wat tegenzit veel schade heeft berokkend die achteraf gezien onnodig was geweest.

Drie grote vraagstukken

Wat dit laatste betreft: volgens het hoofd van de DNB is het zaak dat een nieuw kabinet meer structurele uitdagingen oppakt, die al voor de coronapandemie aan de orde waren. Dat zijn volgens hem de overgang naar duurzame energie, de knelpunten op de woningmarkt en de doorgeslagen flexibilisering op de arbeidsmarkt. Deze grote vraagstukken zijn veel te lang blijven liggen of afgehandeld met lapmiddelen voor de korte termijn.

Er liggen nog meer structurele problemen die langdurige aandacht nodig hebben te wachten op behandeling. De coronapandemie heeft laten zien dat de Nederlandse zorgsector wankelt als het er echt op aan komt. Ook in het onderwijs zijn grote problemen aan het licht gekomen. Het zijn allemaal zaken die in de sectoren waarover het gaat al lang bekend waren, maar blijkbaar was een crisis nodig om ook Den Haag wakker te maken. Dan is een eenmalige fooi voor zorgwerkers wel een leuke geste, maar de problemen worden er natuurlijk niet mee opgelost.

Hopelijk zijn de ogen van onze landsbestuurders open gegaan. Het wordt tijd voor nieuw beleid en hiervoor is geld genoeg.