De Bijbel blijft alleen toegankelijk als hij steeds opnieuw in hedendaagse taal blijft verschijnen | Commentaar

Natuurlijk zal er kritiek komen op de ‘NBV21’, maar Nederland kan zich rijk prijzen met de nieuwe Bijbelvertaling.

Ria Kraa, hoofdredacteur van het Friesch Dagblad.

Ria Kraa, hoofdredacteur van het Friesch Dagblad. Beeld: FD

Dertien miljoen mensen op de wereld konden vorig jaar voor de allereerste keer in hun leven de Bijbel lezen in eigen taal. De gezamenlijke Bijbelgenootschappen wisten in 2020 weer zesenveertig stuks toe te voegen aan de lijst van talen waarin de Bijbel vertaald is. In de meeste gevallen ging het slechts om een gedeelte, maar in zes ervan verscheen een complete Bijbel. Bijvoorbeeld in het Datooga, een taal die door ongeveer honderdduizend mensen in Tanzania gesproken wordt.

Wit-Rusland

In totaal is de Bijbel nu in zevenhonderdvier talen te lezen, en daarmee toegankelijk voor 5,7 miljard mensen. Een ongelooflijke hoeveelheid werk heeft dat betekend voor theologen, bijbelwetenschappers en vertalers. Ze kunnen nog eindeloos doorwerken, want voor meer dan 3900 van de ruim 7300 talen is geen enkel Bijbelhoofdstuk vertaald. En veel landen die al wel een vertaling hebben, smachten naar een eigentijdse. Wit-Rusland doet het al vijfhonderd jaar met dezelfde vertaling.

Werk genoeg dus voor genootschappen die de Bijbel onder de aandacht willen brengen. Waarom dan toch zo veel energie gericht op alweer een vertaling in het Nederlands, waarin al talloze varianten van vertalingen bestaan? Waar de meest gebruikte vertaling, de NBV, nog geen dertig jaar oud is? Vertaler en projectleider Matthijs de Jong stelde de vraag woensdag zelf maar, tijdens de officiële presentatie van NBV21. Hij had hem de afgelopen jaren talloze malen aangehoord. Maar om een antwoord zat hij nooit verlegen: „Omdat de Bijbel het waard is. Het is het boek van ons leven.”

Leidraad voor alledag

Zo belangrijk is de Bijbel inderdaad voor zeer velen nog onverminderd: het is voor hen Gods woord, een leidraad voor alledag, een bron van hoop, troost en vertrouwen.

Om een nieuwe vertaling kan geglimlacht of geschamperd worden: moeten we ons druk maken om het verschil tussen ‘twist en nijdigheid’, ‘tweespalt en jaloezie’, ‘ruzie en afgunst’? Is dat geen gerommel in de marge, voor taalpuristen en theologen?

Elke keer opnieuw blijkt dat niet zo te zijn. Een nieuwe vertaling is steeds een krachtige illustratie van de levendigheid en veranderlijkheid van taal. Ze houdt de Bijbelverhalen toegankelijk voor nieuwe generaties lezers, die zouden struikelen over woorden als kribbe, dorsvloer, addergebroed, melaatsheid of huidvraat. En ze biedt geroutineerde lezers verrassingen en een frisse blik op ingesleten verhalen. Zo is het knielen van door pech en ongeluk geteisterde Job in eerdere vertalingen een beweging van boetedoening maar in de NBV21 een uitdrukking van zich getroost voelen.

Een nieuwe Bijbelvertaling is geen overbodige luxe maar wel altijd rijkdom. Want lezen in eigen taal of dialect schept de mogelijkheid erin thuis te komen.