Het is goed voor de economie dat de lonen eindelijk stijgen | Commentaar

De salarissen van werknemers gaan eindelijk omhoog, vooral bij degenen die lang op loonsverhoging hebben moeten wachten, zoals werknemers in de horeca. Na de coronapandemie blijkt duidelijk dat je als werkgever personeel goed moet betalen als je ze wilt houden.

Foto:

Foto: FD

De salarissen van werknemers gaan omhoog, zo blijkt uit onderzoek. Ondernemingen kunnen niet veel anders dan werknemers meer betalen. Dat was in de Nederlandse economie al heel lang nodig en het is tijdens de coronapandemie een onomkeerbaar feit geworden.

Veel werknemers hebben geen zin meer om voor een in verhouding veel te laag loon gasten op een terras te bedienen en de winsten volledig naar de ondernemers te zien gaan. Veel bedrijven vinden het moeilijk nieuw personeel te vinden en dat is niet verwonderlijk als er niets aan de hoogte van de salarissen of aan het beperken van flexcontracten wordt gedaan.

Beter af in loondienst

Jarenlang hebben veel mensen in de maakindustrie, maar met name ook in de dienstensector, voor relatief veel te weinig loon moeten werken. De diensteneconomie heeft onterecht in Nederland vaak een goed imago gehad in vergelijking met de maakindustrie, maar dat was een typisch neoliberale vervorming van de werkelijkheid.

Natuurlijk kun je veel verdienen als een zelfstandig accountant, maar dat is slechts voor weinigen weggelegd. Je kunt veel beter in loondienst werken bij maakbedrijven als Philips, Unilever of ASML dan een zogenoemde dienstenleverancier zijn als schoonmaker bij een fastfoodrestaurant om daar dagelijks de vloeren te vegen en de wc’s schoon te maken. Het is daarom goed dat ook de lonen voor deze laatste groepen werknemers omhoog gaan.

De illusie dat de maakindustrie in Nederland haar beste tijd heeft gehad omdat er toch niet valt te concurreren tegen lagelonenlanden, is al lang doorgeprikt. Lagelonenlanden hebben niet de kennis, de mensen en de technische mogelijkheden om echte kwaliteit te bieden.

Daarom maakt Philips in Drachten nog steeds scheerapparaten, worden in Makkum de duurste jachten ter wereld gemaakt en zit ‘s werelds belangrijkste chipmachinemaker in Nederland. In Duitsland weten ze er ook alles van: kopers erkennen dat een duur geproduceerde Mercedes of BMW veel geld kost en betalen daar gewoon voor.

Het gaat om kwaliteit

Het is een gek en achterhaald idee dat lonen laag moeten zijn om te kunnen concurreren. Het gaat om de kwaliteit van de producten die je als bedrijf kunt leveren. Daarnaast is het ook een kwestie van organisatie en het in de markt zetten van producten waarmee een bedrijf onderscheidend kan zijn.

Slechts een voorbeeld uit vele: waarom heeft een biertje van Heineken in veel plaatsen prestige? Veel Nederlanders zullen er van mening over verschillen, maar voor miljoenen mensen in de wereld is een pilsje van Heineken het summum van bier.

Vakmanschap van de werknemers is de basis van kwaliteit. En kwaliteit wordt vooral bepaald door opleidingsniveau, motivatie en een voldoende, solide vergoeding die recht doet aan het goede werk dat wordt verricht.

Devalueren

Het is goed nieuws dat over de hele linie de lonen stijgen. Het biedt werkgevers de mogelijkheid om mensen aan te trekken. Daarnaast hebben stijgende salarissen, bekeken vanaf een ander niveau, ook een effect dat de eenheid binnen de Europese Unie kan verhogen. Duurdere productie in het noorden van Europa geven minder goed presterende landen in het Zuiden de mogelijkheid hun eigen productie relatief goedkoop in de markt te zetten.

Zolang ze niet kunnen devalueren - vanwege de gebondenheid aan de euro - is dit voor deze landen een goede manier om hun economieën vlot te trekken. Leve de loonsverhoging.

Reageren? Mail naar: hoofdredactie@frieschdagblad.nl