De actie van de Afrikaanse kerken om noodhulp te geven aan slachtoffers van de overstroming in Duitsland, doet iets met Klaas Harink | Opinie

Afrikaanse kerken doneerden meer dan 45.000 euro aan de slachtoffers van de watersnoodramp in Duitsland. Hun motto: ‘Geen kerk is te arm om hulp te geven en geen kerk is te rijk om hulp te ontvangen’. Klaas Harink staat daar bij stil.

Het zwaargetroffen Ahrweiler in de Eifel.

Het zwaargetroffen Ahrweiler in de Eifel. Foto: EPA

Oeps, die komt binnen: ‘Geen kerk is te arm om hulp te geven en geen kerk is te rijk om hulp te ontvangen’. Veertien Afrikaanse kerken uit Botswana, de Democratische Republiek Congo, Kameroen, Rwanda, Zuid-Afrika en Tanzania doneerden vorige week 45.000 euro noodhulp in verband met de overstromingen in Duitsland. Ik zette het bericht op Facebook, want het is best uitzonderlijk wat hier gebeurde. Hebben we nog oog voor die ‘kerk van alle plaatsen’; de kerk wereldwijd? Of verschuift onze interesse naar ‘buurt-projecten’?

Oog voor de eigen omgeving is natuurlijk super. Ik ben dankbaar voor al die christenen die actief zijn als vrijwilliger voor vluchtelingen, schuldhulpmaatjes, helpers bij de voedselbank of hospice. Maar ik bemerk ook dat deze activiteiten - die dikwijls voortkomen uit het verlangen om navolger van Jezus Christus te zijn - ten koste kunnen gaan van aandacht voor de wereldwijde kerk.

‘Eigen-volk-eerst’

In politiek en samenleving is de afgelopen twintig jaar de ‘eigen-volk-eerst’-mentaliteit erin geslopen. De populisten die hard en grof schreeuwen, hebben ook binnen de gematigde middenpartijen hun invloed. Het CDA is veel rechtser geworden als het gaat om vluchtelingen, immigranten en steun voor ontwikkelingswerk, evenals de VVD en PvdA. En het kan bijna niet anders of die invloed van populisten sijpelt ook door in kerken, al is het vaak vijftien jaar later.

Als we al oog hebben voor de kerk van alle plaatsen, dan gelukkig ook steeds meer oog voor de zegeningen die wij hier mogen ontvangen door die verbondenheid met de wereldwijde kerk. We mogen geven: gebed, bemoediging, inspiratie, advies, financiële middelen én we ontvangen net zo hard terug. Zo wordt er voor ons gebeden vanonder de hete golfplaten vanuit Congolese dorpen en worden we bemoedigd door bekeringen in China. Ook ontvangen we inspiratie door de werken van barmhartigheid van geloofsgenoten voor alleen gelaten aidspatiënten in Zuid-Afrika of de zorg voor kastelozen in India. En krijgen we advies van Indonesische kerkleiders als het gaat om kerkplanting, ethiek, etc. En nu ontvangen we dus ook financiële noodhulp.

Handelingen 20

Nog even terug naar die uitspraak van de Afrikaanse kerken: ‘Geen kerk is te arm om hulp te geven en geen kerk is te rijk om hulp te ontvangen’. Een van de reacties die ik op mijn Facebookbericht ontving, was: ‘goed dat zij ook beseffen dat het beter is te geven dan te ontvangen’.

Inderdaad staat er in Handelingen 20: 35 (NBV): ‘geven maakt gelukkiger dan ontvangen’ . Toch stoorde ik me aan die uitspraak. Wie zijn z ij’ ? Wat afstandelijk! Ik hoor er in; ‘zij’ die altijd de hand ophouden; ‘zij’ die steeds om geld vragen. Je kunt het ook omdraaien: ‘zij’ die we mogen ondersteunen, juist ook financieel. Als je in Nederland meer dan 46.000 euro netto per jaar verdient (ruim 3.000 euro per maand), behoor je tot de rijkste 1 procent van de wereld.

Dat geven gelukkiger - zaliger - maakt dan ontvangen, ga ik niet bestrijden. Er is zelfs onderzoek naar gedaan. ‘Wie goed doet, goed ontmoet’ is niet voor niets een eeuwenoud concept. Amerikaans onderzoek heeft aangetoond dat geven en delen niet alleen die ander gelukkiger maat, maar ook jezelf.

Echter, geven is ook makkelijker dan ontvangen. Geven is volgens mij niet moeilijk, vooral niet als je tot de 1 procent rijkste mensen van de wereld hoort. Geven is dan ook een zaak van noblesse oblige (adeldom verplicht). Adeldom omdat we rijk zijn en adeldom omdat we kind zijn van Hem, onze Verlosser.

Schaamte

Ontvangen is moeilijk. In ieder geval voor ons, westerlingen. We zijn zo ontzettend geconditioneerd om onafhankelijk te zijn. Vragen brengt vaak een zekere schaamte met zich mee. Een vriend van me deed mee met een outdoor-activiteit waarbij ook een sponsorbedrag geworven moest worden voor een goed doel. ‘Ik gooi liever zelf 500 euro in de pot dan dat ik ga bedelen bij vrienden en familie’, was zijn reactie. ‘Ik heb zo’n hekel aan dat vragen.’ Ik kan me daarbij iets voorstellen, maar het is wel een goede oefening. Het maakt je wat bescheidener, kleiner, afhankelijk en dat is juist nodig als je tot de 1 procent rijksten van de wereld hoort.

De actie van de Afrikaanse kerken om noodhulp te geven aan slachtoffers van de overstroming in Duitsland, doet iets met me. Het financiële belang is niet indrukwekkend, maar het gebaar bevestigt het belang van de relatie die we mogen hebben met broers en zussen wereldwijd. Laat het een wake-up call zijn dat we als burgers van Zijn koninkrijk aan elkaar verbonden zijn. Tegen de stroom in van ‘eigen-volk-eerst’ pleit ik voor evenwichtige aandacht van de kerk voor eigen leden, eigen omgeving én wereldwijd.

Klaas Harink is directeur van Verre Naasten (Verre Naasten is de missie-organisatie verbonden aan de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en de Nederlands Gereformeerde kerken)