Dit artikel is vandaag gratis

Er komen in Fryslân steeds meer zorgbehoeftige ouderen bij en er zijn steeds minder mantelzorgers. Als dat maar goed gaat | Column Ingrid van de Vegte

Ingrid van de Vegte. Beeld: FD

In 1975 stonden er 22 potentiële mantelzorgers klaar voor een 85-plusser en in 2040 zijn dat er nog slechts zes in Fryslân. Steeds meer zorgbehoeftige ouderen dus met steeds minder mensen die al die dingen moeten gaan regelen. Als dat maar goed gaat

Het was de week – of was het een dag – van de mantelzorg. Even aandacht voor de mantelzorgers, die dat meestal jarenlang iedere dag zijn. Velen van hen zullen dat woord overigens zelf nooit gebruiken. Ze vinden het nu eenmaal vanzelfsprekend om te zorgen voor hun ouders, kinderen, familie of vrienden.

In de mantelzorg voor ouderen zijn het vooral mensen tussen de 50 en 74 jaar die veel leveren. Zij hebben (zeer) oude en zorgbehoeftige ouders en ze hebben tijd, al wordt dat minder naarmate de pensioengerechtigde leeftijd opschuift. Dit is ook die beroemde grote groep die de sterke vergrijzing inleidt en die zelf straks veel minder mensen om zich heen zullen hebben die voor hen kunnen zorgen. Verhoudingsgetallen: in 1975 stonden er 22 potentiële mantelzorgers klaar voor een 85-plusser, nu zijn het er veertien en in 2040 nog slechts zes in Fryslân.

Tekort aan zorgpersoneel én mantelzorgers

Er zullen dus steeds meer ouderen zijn die zowel minder beroep kunnen doen op de professionele zorg vanwege arbeidsmarktproblemen en stijgende kosten, als het met minder mantelzorgpotentieel moeten doen. In Fryslân zijn we veelal nog gewend dat mensen een stevig netwerk hebben en dat hun kinderen - deels – in de buurt blijven wonen. Ik heb uit eigen ervaring gemerkt hoe de zorg, op het platteland althans, daarvan uitgaat.

Mijn schoonmoeder die jaren alleen in een gehuchtje in Drenthe woonde had steeds meer hulp nodig. Haar vijf kinderen verspreid over Nederland, de dichtstbijzijnde op ruim een uur rijden; ze was zelf op wat latere leeftijd zij het wel al dertig jaar geleden naar Drenthe gekomen.

Hoewel de thuiszorg altijd vol zelfvertrouwen meldde dat ze eigenlijk alles aan huis geleverd kon krijgen, blijkt dat vooral waar te zijn als onderdeel van een steunsysteem. De boodschappen doen hoort er niet bij, ook eigenlijk niet de vuilnisbakken buiten zetten en weer terug. De tuin, het onderhoud in huis – de stop die doorslaat, de afvoer verstopt, de magnetron knippert, het ophalen van medicijnen, de financiële administratie, afspraken maken met huisarts, fysiotherapie, bank, coronavaccinatie, overal naar toe rijden, al die zaken die er langzamerhand bij komen in de veroudering met doofheid, rollator en afnemend geheugen; al die dingen blijken niet voor de zorg.

Dat moeten kinderen doen. Buren mag ook, maar bij vertrek van goede buren bleek dan ook direct de grote afhankelijkheid.

Apparatuur bij moeder op afstand bedienen

Bij vergaande veroudering is de puur ‘lichaamsgerichte zorg’ (vooral ook het aan- en uittrekken van steunkousen, wassen en plassen etc.) nog wel professioneel te organiseren. Zolang het behoorlijk voorspelbaar is, ‘planbare zorg’ is. Alles wat er daarnaast bij komt kijken en waarin zelfs totale afhankelijkheid ontstaat én acute situaties, is voor de mantelzorg. Ik ken mensen die allemaal camera’s hebben laten plaatsen in het huis van moeder op grote afstand, en die steeds meer apparaten kunnen bedienen zonder dat ze anderhalf uur moeten rijden.

Deze zomer is schoonmoeder, midden negentig, verhuisd naar een goed geregeld zorgappartement. Met veel aandacht en zorg, alles kan acuut geregeld worden, beweging, wat vertier en een gesprek. Alle praktische zaken echter moeten nog steeds uit het systeem komen, tot aan het aanleveren van brood en bijbehorend voor het ontbijt. ,,Dat doen de kinderen altijd”, kreeg mijn man te horen toen hij in het begin werd gebeld dat het brood op was. Wel een avondmaaltijd van het tehuis krijgen evenals alle koffie, thee en tussendoortjes, maar zelf je brood in huis moeten halen; we vonden het niet heel vanzelfsprekend.

Het lijkt vooral een moraal, we willen dat je betrokken bent, zoiets. Maar zoals ik al opsomde: er zijn genoeg zaken waar je betrokken bij bent en waar je voor moet zorgen. De verzorgers bleken volkomen verrast over de reistijden van kinderen naar moeder, dat kenden ze helemaal niet. Ook niet dat dat al tientallen jaren zo was. Toen ze alleen woonde, had ze ook niet dagelijks mensen over de vloer. ,,Iedereen hier in huis heeft wel één of meer kinderen of andere mantelzorgers in de buurt, die komen met de fiets.”

Het zal voor het verzorgingshuis wel wennen worden, want wat nu nog ongebruikelijk is komt snel naderbij. Ook, of juist op het snel vergrijzende platteland. Steeds meer zorgbehoeftige ouderen met steeds minder mensen die al die dingen moeten gaan regelen. Als dat maar goed gaat.

Ingrid van de Vegte is directeur-bestuurder van het Fries Sociaal Planbureau

Nieuws

menu