Dit artikel is vandaag gratis

Mensenrechten zijn geen luxe, of een voorrecht van de elite | Column Ingrid van de Vegte

Ingrid van de Vegte. Beeld: FD

De bescherming van minderheden en het includeren van alle mensen met hun eigen waarden en gedrag, kan niet zonder de rechtsstaat. Daar mogen we ons best wat meer van bewustzijn, vindt Ingrid van de Vegte.

Het verlangen is groot om naar het kleine te gaan, naar de familie, de kerstboom, de tafel, het vakantiehuisje, warmte en licht. De geopolitieke vraagstukken, dreigingen en het grote onrecht dat zoveel mensen wereldwijd mede daardoor wordt aangedaan, klinken door de media. Alle goede doelen vragen onze aandacht in deze weken, honger, geweld, klimaat en mensenrechten strijden om onze bijdrage. Dichtbij en ver weg. Geef en kom in actie, is de oproep.

Het zijn de goede bedoelingen, maar zoveel van de problemen die worden benoemd zijn door ons eigen handelen ontstaan. De ongelijkheid in de wereld, de oorlogen, de klimaatsituatie. En ja het is goed om bij te dragen, om verschil te maken door geld of een actie. Maar het is ook moedeloos makend dat wij als denkende soort in staat zijn om elkaar zoveel onrecht aan te doen. Naast al het geweld zorgen we er voor dat heel veel mensen uitgesloten worden, niet mee mogen doen, minder rechten hebben, geen bescherming krijgen. Zovelen die worden verstoten om wie ze zijn of om wat ze doen of uiten.

We hebben al sinds 1948 de Universele verklaring van de rechten van de mens die is aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Wat komt daar nu helemaal van terecht? De vrouwen in Afghanistan mogen niet meer naar school, hun al gestarte studie niet eens afmaken en geen enkele rol in het publieke domein vervullen. In Iran en in veel Arabische landen maken mannelijke geestelijken nog steeds de dienst uit en worden vrouwen in toom gehouden. Racisme bestaat overal, in alle landen, in de haarvaten van elke maatschappij en is in vele gevallen zelfs ook geïnstitutionaliseerd. Het uiten van een andere seksuele voorkeur of een andere mening leidt in veel landen nog tot opsluiting en uitsluiting.

En dat vinden wij allemaal verschrikkelijk, totdat het ons economisch raakt. Dan gaan we schipperen, dan gaan we dingen afwegen. We offeren onze behartiging van mensenrechten op als we door de oorlog van een dictator afhankelijk worden van een emir die ons gas belooft. Jammer dan van die slechte arbeidsomstandigheden en jammer dat je vrouwen geen hand geeft en jammer dat je andere seksuele voorkeuren afkeurt. Wij hebben energie nodig en dan kunnen de mensenrechten even aan de kant.

Mensenrechten als luxe

Mensenrechten worden zo een luxe, iets voor de elite. Zo wordt het ook steeds vaker geframed. Iets van westerse landen die zo nodig hun waarden willen opleggen aan andere landen. Mensenrechten zijn juist universeel en geen westerse waarden. Maar als je er alleen voor opkomt als je er economisch geen last van krijgt, laat je zien dat het niet zo serieus genomen hoeft te worden. Je kunt niet een beetje integer zijn, je kunt niet een beetje mensenrechten belangrijk vinden.

Zaken doen met landen die zich niet als rechtstaat gedragen en niet hun minderheden beschermen, dat moet je niet willen. ,,Maar dan kun je bijna nergens zaken doen”, is een veelgehoorde reactie. ,,En het deugt in Nederland ook niet allemaal.” Dat klopt helaas, het ene welzeker en het andere een beetje. Er zijn gradaties. Er zijn landen die willens en wetens, vanuit traditie, religie of politieke opvattingen de mensenrechten aan hun laars lappen. Die moet je mijden. Er zijn ook landen waar de staat nog zwak is, de systemen nog kwetsbaar zijn en waar veel problemen, verschillen en spanningen zijn. Die moet je helpen om de rechtstaat te versterken, de instituties te verstevigen, continu. En ja ook in Nederland is er nog genoeg te doen om racisme, seksisme en alle andere uitsluitende of denigrerende gedragingen, zeker ook van overheidsinstanties, uit te bannen. Maar dat is dus wat anders dan willens en wetens de mensenrechten negeren.

Niet bang zijn voor consequenties

We moeten niet bang zijn om voor de universele rechten van de mensen op te komen en daar consequenties uit te trekken. We moeten minder gevoelig zijn voor de het jij-bakken van idiote regimes of ondemocratische miljardairs die het in landen of voetbalclubs voor het zeggen hebben. Het feit dat wij zelf niet perfect zijn hoeft ons niet stil te laten vallen. Hier hebben we een rechtstaat en de instituten als de journalistiek, de belangenorganisaties en de politiek om te signaleren, aan te klagen, recht te spreken, te toetsen en de wetten te handhaven en te verbeteren. En dat moeten we met elkaar veel meer koesteren en waarderen dan we soms lijken te doen. Want de bescherming van minderheden en het includeren van alle mensen met hun eigen waarden en gedrag, kan niet zonder de rechtsstaat. Die maakt de samenleving sterk, die maakt ons gelijkwaardig zonder gelijk te zijn.

Ingrid van de Vegte is directeur-bestuurder van het Fries Sociaal Planbureau

Nieuws

menu