Dit artikel is vandaag gratis

Natuurbeschermers moeten niet buigen voor het economisch belang van bouwend en boerend Nederland in stikstofdossier | Opinie

Het bemesten van akkers met kunstmest. Foto: Shutterstock

Wij zijn in eerste instantie boeren, geen natuurbeschermers. Wij willen voedsel produceren op een manier waarbij natuurbescherming niet meer nodig is, omdat we onderdeel willen worden van de natuur. Toch houden wij nu een pleidooi voor de natuur aan natuurorganisaties: hou je rug recht en buig niet voor economische belangen van bouwend en boerend Nederland, maar doe wat nodig is om de biodiversiteit te herstellen.

We hebben het natuurlijk over het stikstofdossier (lees: mest-, transport- en industriedossier). We produceren in Nederland al sinds jaar en dag te veel NOx en NH3 die onze natuurgebieden verstikken. Vogels en insecten verdwijnen, net als vele plantensoorten.

Van de rechter mogen er geen nieuwe vergunningen worden afgegeven voor projecten waardoor de natuur verder verslechtert. De commissie Remkes heeft zich hier uitgebreid over gebogen samen met vele gerenommeerde wetenschappers en komt tot de conclusie dat we de stikstofuitstoot in 2030 minimaal met 50 procent terug moeten dringen als randvoorwaarde om aan de wet te gaan voldoen. Dit zou haalbaar zijn en de natuur de kans geven gedeeltelijk te herstellen in 2030, met een vervolgtraject naar 2050. Het woordje haalbaar betekent over het algemeen dat er een compromis is bereikt, maar in dit geval lijkt het een redelijk compromis.

Niks doen

De eerste reactie van de overheid op de stikstofuitspraak was een jaar niks doen en toen een stikstofwet aannemen die niet aan de wet voldoet: de uitstoot daalt 26 procent in 2030 en laat allerlei uitruil met stikstof toe. Zo worden op de ene plek boeren uitgekocht, om vervolgens elders stallen, wegen en huizen te bouwen. Dit gaat voorbij aan het hele principe dat de natuur niet verder achteruit mag gaan. De stikstofuitstoot moet omlaag, en niet hier omlaag en daar omhoog. De eerste resultaten van het overheidsbeleid zijn al bekend: de regeling leidt tot méér stikstofuitstoot in plaats van minder. De overheid kijkt alweer (terecht!) tegen een nieuwe rechtszaak aan.

Dat onze overheid al jarenlang een potje maakt van landbouw en natuurbeleid is ons wel bekend. Maar tot onze verbazing stellen nu natuurorganisaties samen met boerenorganisaties en bouwers een plan voor dat ook niet de natuur beschermt. Het plan voor de ‘stikstofversnelling’ rept over een verlaging van de uitstoot van 40 procent in 2030, vrijblijvend en zonder langere termijnplan. Een compromis op een compromis en zonder juridische of ecologische grondslag. Beter dan de stikstofwet, dat is waar. Maar van natuurbeschermers verwachten we beter.

Lange termijn

Als boeren hebben wij meerdere redenen om te pleiten voor goed beleid voor natuurherstel. Ten eerste kan een gedegen langetermijnplan ons uit decennia van onzekerheid en zwalkend beleid halen en een helder pad voor ons uitstippelen waar we aan kunnen werken en waarmee maatschappelijke waardering voor natuur en boer geoogst wordt. Dat is wat we van een betrouwbare overheid verwachten.

Ten tweede: als boeren kunnen we niet zonder de natuur. We hebben een florerend insectenbestand nodig voor bestuiving, een actief bodemleven en veel verschillende vogels als natuurlijke plaagbestrijding. Ten derde zijn ook wij burgers, ouders en grootouders: wij en onze kinderen hebben recht op gezonde lucht, schoon drinkwater, op onbespoten voedsel en een leefbare planeet.

Gewoon doen

Het is tijd dat we ophouden met het maken van ‘haalbare’ plannen, maar gewoon gaan doen wat nodig is: voldoen aan de eigen wetgeving en een samenleving creëren die opereert binnen ecologische en planetaire grenzen. Aanpakken en doen wat nodig is voor schone lucht, schoon drinkwater en een gezonde flora en fauna. Of dat nou 50, 60 of 70 procent reductie inhoudt in 2030. Dat zal niet makkelijk zijn, maar daarmee wordt wel eindelijk een helder pad uitgestippeld met aan het einde een mooier Nederland.

Gelukkig zijn er clubs als Greenpeace die, gesteund door WNF, Milieudefensie, de Vogelbescherming, MOB en SoortenNL, net als Urgenda, de staat via de rechter dwingen om z’n verantwoordelijkheid te nemen.

Wij als boeren aangesloten bij Caring Farmers doen ondertussen graag ons eigen deel, namelijk voedsel produceren mét de natuur. Ook bieden we onszelf aan als gesprekspartners voor álle natuurorganisaties: kies de juiste boeren om mee te praten!

Johannes Regelink en Joanne Malotaux zijn van Burgerboerderij de Patrijs in Vorden; Julia ter Huurne en Joris ten Elsen van Boerderij Zuuver in Buurse (oostelijk van Haaksbergen) en Bert Wagenvoort van ’t Timmermanshuus in Vorden zijn betrokken bij Caring farmers