Commentaar: Is de tijd rijp voor een wet over 'voltooid leven'? Nee, we moeten het hebben over wat waardigheid betekent

Nieuw onderzoek bevestigt dat ook 75-plussers met levensvreugde ontnemende problemen niet geholpen zijn met een voltooidlevenwet.

Ria Kraa, hoofdredacteur van het Friesch Dagblad.

Ria Kraa, hoofdredacteur van het Friesch Dagblad. Beeld: FD

Een klein jaar geleden diende Kamerlid Pia Dijkstra (D66) de initiatiefwet in die mensen die hun leven als ‘voltooid’ beschouwen het recht geeft een einde te maken aan hun leven. D66-voorvrouw Sigrid Kaag heeft meermalen beklemtoond dat het wat haar betreft een uitgemaakte zaak is dat die wet er komt. De tijd is er rijp voor, stelt ze.

Misplaatst

Dat laatste wordt steeds opnieuw aan de kaak gesteld. Vrijdag opnieuw door onderzoeker Els van Wijngaarden. Vorig jaar rapporteerde ze dat in Nederland ongeveer 10.000 55-plussers een aanhoudende doodswens hebben. Maar de term ‘voltooid leven’ noemde ze misplaatst.

Meer dan een wens is het een wanhoopsituatie: complexe problemen, een veranderlijke en ambivalente doodswens, piekeren, eenzaamheid, aftakeling. Het gaat bovengemiddeld vaak om mensen met een lagere sociaal-economische status en/of opleiding.

Dat zijn conclusies die vraagtekens bij het wetsvoorstel rechtvaardigen. Er is in heel veel gevallen geen sprake van iemand die terugkijkt op het leven met een ‘ziezo, klaar’, wat het woord ‘voltooid’ een beetje impliceert. Het is een term die onterecht verbloemd dat deze mensen kampen met een veelheid aan problemen.

En dat zijn niet alleen problemen van persoonlijke aard, bijvoorbeeld fysieke aftakeling. Het zijn ook problemen van politieke, maatschappelijke en economische aard. Mensen verliezen hun gevoel van waarde ook door een gebrek aan gezelschap, door een gevoel van leegte, door een tekort aan hulpmiddelen of helpers en verzorgers, door angst voor wat voor hen ligt. Dat vloeit deels voort uit politieke keuzes, en uit maatschappelijke opvattingen over hoe ouderen gehuisvest en geholpen worden.

75-plussers

Gisteren presenteerde Van Wijngaarden aanvullend onderzoek. Nu specifiek onder 75-plussers omdat dit de ondergrens is die in het wetsvoorstel belandde, op grond van de veronderstelling dat boven die leeftijd de doodswens significant groeit. Het nieuwe onderzoek weerspreekt dat.

Maximaal een paar duizend mensen in die categorie heeft een actieve wens om het leven zelf te beëindigen. Juist ook bij deze 75-plussers is de doodswens wisselend; het beeld van een zelfbewuste en autonoom handelende en denkende figuur die beslist zegt dat het genoeg is, klopt niet.

Mogelijk heeft Kaag gelijk en haalt de wet in de huidige Tweede Kamer zonder veel moeite een meerderheid. Maar die wet is geen antwoord op de complexe problematiek waar zoveel ouderen mee kampen.

Het antwoord is een bredere samenlevingsvraag: is Nederland een land waar afhankelijker worden van anderen betekent dat je je waardigheid verliest? Is waardigheid dan voornamelijk gelegen in fitheid, zelfredzaamheid, verdienvermogen en een groot sociaal netwerk? Of is waardigheid ook gelegen in een geleefd leven, in ervaring en wijsheid, in spijt over en erkenning van gemaakte fouten?